Alle blog-berichten

Blog XML/RSS

Dinsdag 12 mei 2015, 23:03

(Alle foto's van Thailand.)

Vanuit Vientiane de First Thai-Lao Friendship Bridge overstekend, kwam ik Thailand binnen in Nong Khai in de Isaan-regio. Relatief weinig toeristen komen hier. De bezienswaardigheden liggen vrij ver uit elkaar en worden zelden door westerse toeristen bezocht, zodat je als grote Europeaan soms zelf een bezienswaardigheid wordt voor de Thaise bezoekers. In het sculpturenpark van Sala Keoku was er net een schoolgroep op bezoek. Niet alleen de leerlingen, maar ook de leerkracht kon er niet aan weerstaan met mij voor een foto te willen poseren. Sala Keoku is nochtans nog niet zo afgelegen. Het park is op fietsafstand van het centrum van Nong Khai. Sala Keoku is ontworpen door Bunleua Sulilat, die een soort visie van "religieuze beeldhouwkunst die boven alle religieuze verschillen uit staat" had. Het resultaat is een surreële verzameling van betonnen figuren, sommigen wel 25 meter hoog. De betekenis is niet altijd even duidelijk, maar fantastische foto's levert Sala Keoku in ieder geval op.

Mijn volgende bestemming was de markante tempelberg van Wat Phu Tok. In plaats van een omslachtige reis van een kleine 200km met openbare bus en tuktuk, besloot ik om voor de hele dag een taxi te huren, die me meteen ook naar mijn volgende bestemming in Udon Thani zou brengen. De prijs van 3000 bath (85 euro) had ik daar graag voor over. De lange reisweg was absoluut de moeite waard. De rotswanden van Wat Phu Tok steken goed 100 meter boven een uitgestrekte vlakte uit. Een tempel werd hier pas relatief recent, in 1968, opgericht. De monniken hebben in de jaren daarop langs de hele rots trappen en wandelpaden gebouwd, waaronder indrukwekkende houten constructies die letterlijk uit de verticale rotswand steken. Het uitzicht over de omgeving - enkele andere rotsachtige heuvels, enkele meertjes, een uitgestrekte vlakte, in de verte de bergen van Laos - is fantastisch. Als extra bonus kon ik voor het eerst sinds lang zonder noemenswaardige smog van de uitzichten genieten.

Vanuit Udon Thani nam ik het vliegtuig. Een groot stuk Thailand sloeg ik over, en aldus belandde ik in Krabi. Opeens was ik terug in een uitermate toeristische omgeving. Met bus en boot reisde ik verder naar Railay. Deze beroemde strandbestemming ligt op het vasteland, maar is volledig omgeven door rotswanden en aldus enkel per boot bereikbaar. De beperkte oppervlakte van Railay waarop gebouwd kan worden, is volledig ingenomen door vele resorts. Traverfish schrijft treffend: "Railay has no local community apart from those who perform some type of tourist-related work, so don't expect an "authentic" cultural experience. The overall dynamic is a bit strange really; partying gap year backpackers, flirtatious local longtail drivers, extreme sports enthusiasts, jaded Thai receptionists, national park officials, package Asian tour groups, grass-smoking hippies, chubby beer-guzzling day trippers, super rich holiday makers and poor Burmese labourers all rub shoulders on the paths of Railay."

Ik was niet zozeer voor het strand, maar eerder voor de mogelijkheden om rotsen te beklimmen naar Railay gekomen. De grootste scène van rotsklimmers is echter in de naburige baai van Tonsai. Daar zijn de faciliteiten echter ook veel beperkter dan in Railay, de omgeving minder mooi, en Tonsai's reputatie als cannabis-paradijs trok mij ook niet bepaald aan. Aldus besloot ik om toch in het meer up-market Railay te verblijven.

Het klimmen viel helaas een beetje tegen. Als je 6b kunt klimmen en een goede partner hebt om zelfstandig te kunnen klimmen, dan is Railay zonder twijfel een interessante bestemming. Ik ben helaas nog niet op dat niveau en ik moest een plaatselijke gids inhuren. Die was relatief duur naar Thaise normen, doch veel aandacht kreeg ik er niet voor in de plaats. In het begin had ik nog het geluk dat ik de enige klant van mijn gids was. Later kwamen er echter plots vier Chinezen bij, absolute beginners, en trokken we naar een andere rotswand, die vreselijk overbevolkt was. Er heerste volledige chaos met mensen die pal boven elkaar aan het klimmen waren. De gidsen kon het allemaal niets schelen. Voor mij was de fun er wel af...

De tweede dag in Railay besteedde ik dan maar met een wandeling naar een uitzichtpunt en met de "Seven Islands Sunset Boat Trip". Die bootuitstap was wel een echte meevaller. De groep was groot, maar de gidsen waren gezellig en het programma heel gevarieerd.

Op mijn derde dag en laatste dag ik Railay had ik eindelijk het geluk dat de deep water solo-uitstap, waar ik al langer mijn oog op had, niet voor de derde werd afgezegd wegens een gebrek aan belangstelling. Deep water solo betekent klimmen op verticale of overhangende kliffen langs de zee, zonder gezekerd te zijn aan een touw. Als je valt, val je gewoon in het zeewater. Dat ook best wel akelig vanop 10 meter hoogte... Het weerhield een van de gidsen er niet van om nog vier keer hoger te klimmen! Onderweg kwamen we nog twee andere boten met deep water solo-toeristen tegen; vermoedelijk gaat de activiteit vanuit Tonsai wel dagelijks door. Maar dat waren twee longboats die veel minder lang bleven. Wij hadden daarentegen een kleine, gezellige groep van zes (een gezin met twee kinderen uit Seattle, een Japanse solo-reiziger en ik) met een heus zeiljacht ter onzer beschikking voor de hele dag! Aldus was de uitstap uiteindelijk zeker de twee dagen afwachten waard.

Na een vierde verbluffende zonsondergang op rij te hebben gefotografeerd in Railay, stond er de volgende dag een nogal lange rit naar het nationaal park van Khao Sok op mijn programma. Daar kwam ik terecht in de bungalows met "badkamer in de open lucht" van Green Mountain View. Green Mountain View ligt nogal afgelegen en is omgeven door jungle. Er is een overdekt terras dat als restaurant dienst doet. 's Avonds, vooral als het geonweerd heeft, vliegen hier dikke vliegen massaal "tegen de lamp". Gewond op de vloer van het terras liggend, vormen de vliegen een gemakkelijke hap voor dikke padden, die ongegeneerd over het terras hoppen en de vliegen een voor een oplikken...

Het dorp Khao Sok is eigenaardig genoeg redelijk ver verwijderd van de grootste attractie van het nationaal park: het stuwmeer van Cheow Lan. Het uitgestrekte meer heeft vele armen die tussen spectaculaire, dicht beboste bergen kronkelen. Her en der zijn er kleine haventjes met drijvende hutjes ("raft houses") waar je ook kunt overnachten. Verder zijn er ondergrondse rivieren, waar je meer dan een kilometer lang door de grot kunt wandelen (soms door het water wadend) voordat je er aan de andere kant weer uit komt. Daarbij heb je best geen angst voor grote spinnen... Op de tweede dag, na een overnachting in een raft house, stond er eigenlijk een wandeling naar een uitzichtpunt op het programma. Daar had ik naar uitgekeken, maar in de plaats ervan deed onze groep een wandeling naar een tweede grot. Een kleine teleurstelling, maar in de sowieso adembenemende omgeving was dat snel vergeten.

Dat waren Cambodja, Laos en Thailand. Na drie nieuwe landen te hebben verkend als toerist, stond er nog een persoonlijke finale op het programma: Steven en Nazreen bezoeken in Maleisië, en mijn nichtje Lyana voor het eerst in levende lijve zien! Mama en papa waren ook net op bezoek in Maleisië, zodat ik met een tot hiertoe unieke familiefoto kan afsluiten:

Familiefoto

Donderdag 16 april 2015, 20:44

(Alle foto's van Laos.)

Bij de planning van mijn reis in Laos had ik een belangrijk aspect over het hoofd gezien: maart is slash-and-burn seizoen. Boeren verbranden een stuk land om het vruchtbaar te maken voor landbouw in het komende seizoen. Dat veroorzaakt smog over het hele land. Angstaanjagend wat voor impact zo'n gebruik kan hebben op het leefmilieu. Slash-and-burn is niet sustainable. Naast luchtvervuiling zijn er een hoop andere nadelen, zoals schade aan de biodiversiteit en het veroorzaken van erosie. Toch blijft het een alomtegenwoordig gebruik, bij gebrek aan beter weten en/of alternatieven.

De smog was niet erg genoeg dat mijn gezondheid er last van had. Het was wel ergerlijk dat ik tijdens mijn verblijf in Laos de zon nooit werkelijk te zien kreeg, behalve als vage schemer doorheen de mist. Prachtige berglandschappen bleven grotendeels verborgen in de smog.

Dat alles wil niet zeggen dat Laos niets te bieden had in de smog. Mijn eerste stop was Luang Prabang, een stad die op de Werelderfgoedlijst staat dankzij de unieke mix van Laotiaanse en Frans-koloniale architectuur. Het is een vrij relaxe stad met een indrukwekkende avondmarkt, veel goede restaurants en zelfs Franse bakkerijen. De nabijgelegen Kuang Si watervallen vormen een fantastische idylle, vooral 's ochtend voordat het er druk wordt. Er is een grote waterval gevolgd door een reeks kleinere watervalletjes. Tussenin kan je zwemmen of relaxen in het water terwijl doktorvisjes aan je voeten knabbelen.

De weg van Luang Prabang naar Vang Vieng is goed 200 km lang, maar de minibus doet wel 6 uur over het kronkelende traject. Het is een weg die ik graag nog eens opnieuw zou willen doen, bij beter zicht en met eigen vervoer en veel fotopauzes. Ook Vang Vieng zelf is omgeven door bergen die zelfs doorheen de smog nog imposant werken. De stad was lang gekend als bestemming voor non-stop drugs en party. Dat wordt de laatste jaren door de overheid aan banden gelegd. Aldus probeert Vang Vieng zich om te vormen tot bestemming voor avontuur en outdoor-sport. Het potentieel is er, maar de weg is nog lang. De stad zelf is behoorlijk onaantrekkelijk. Terwijl hotels en eetgelegenheden in Luang Prabang allemaal mooie houten uithangborden hebben, hebben alle zaken in Vang Vieng eenzelfde gele neonlichtbord gesponsord door Beer Lao, waarop enkel de naam van het etablissement telkens verschillend is. Het is een detail, maar het symboliseert wel goed het contrast tussen Luang Prabang en Vang Vieng. De restaurants hebben trouwens ook allemaal eenzelfde ongeïnspireerde mix van populaire westerse en oosterse kost op het menu. Een hele teleurstelling na het lekkere eten van Luang Prabang.

Buiten de stad heb je wel interessante mogelijkheden, bijvoorbeeld grotten verkennen, kajakken of mountainbiken. Kijk op de boeiende Hobo Maps voor goede mountainbikeroutes. Neem ook wat pennen en/of koekjes mee om uit te delen aan de plaatselijke kinderen als je verder gaat dan de meest toeristische routes (zoals Blue Lagoon, a.k.a. 'Brue Ragoon'/'Bwue Wagoon', zoals een Chinees mij de weg probeerde te vragen).

Mijn laatste bestemming in Laos was de hoofdstad Vientiane. Er zijn hier niet zo veel toeristische attracties (en door regen kon ik sowieso niet veel rondtrekken), maar de stad is desalniettemin zeer aangenaam voor een Aziatische hoofdstad. De grote avondmarkt langs de Mekong is niet zo pittoresk als die van Luang Prabang, maar wel authentieker in vergelijking met de toeristische en ietwat repetitieve markt in Luang Prabang. Net als in Phnom Penh heb je hier 's avonds ook grote groepen die op muziek fitness doen. Ik moet wel zeggen dat de muziek in Cambodja duidelijk beter is. Daar wordt er gedanst op populaire Cambodjaanse muziek, waarbij iedereen alle bewegingen van buiten kent. In Vientiane heb je slechte remixes van westerse muziek, waarover een trainer instructies krijst, afgespeeld op een krakende installatie...

Vientiane heeft ook en redelijk grote internationale gemeenschap, met niet alleen Fransen maar ook Belgen. Er is een op en top Belgisch café met meer dan 50 Belgische bieren én bijhorende glazen. De prijzen zijn wel eerder Zwitsers dan Lao... Het is de eerste keer dat ik dubbel zo veel betaald heb voor één biertje als voor een grote salade met kip.

Over veel landen zegt men wel eens: "ga er nu heen, want binnen tien jaar zal het niet meer hetzelfde zijn". Bij Laos heb ik echter het gevoel dat je, als je de tijd hebt, beter nog een paar decennia kunt wachten. Hopelijk krijgt men tegen dan de vervuiling onder controle en worden de berggebieden nog een beetje beter ontsloten. Dan zou Laos écht een top-bestemming voor avontuurlijke toeristen en natuurliefhebbers worden.

Zondag 12 april 2015, 19:57

(Alle foto's van Cambodja.)

De Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh was het eerste reisdoel van mijn Zuidoost-Azië-reis. Om de jetlag en cultuurschok een beetje te verzachten, besloot ik mij te verwennen met een relatief luxueus hotel (voor mijn doen). Phnom Penh heeft niet veel hoogbouw. De vijftien verdiepingen van het Okay Boutique Hotel in het centrum van de stad steken dan ook vrijwel overal bovenuit. Zowel vanuit mijn kamer als vanuit het zwembad op het dak, had ik een perfect uitzicht over de mooie gouden daken van het Koninklijke Paleis.

Phnom Penh heeft een aantal parken met kleurrijk verlichte fonteinen waar de lokale jeugd 's avonds in groepen van wel 100 jongeren synchroon dans- en fitnessbewegingen komt uitvoeren op populaire Cambodjaanse muziek. Helaas zijn die parken vaak omringd door extreem drukke straten zonder oversteekplaatsen, en moet je je leven riskeren om er überhaupt te geraken. Het verkeer is soms werkelijk suïcidaal. Links afslaan, ook op een drukke zesvaksbaan, doe je door uiterst links de bocht te nemen en dus al spookrijdend op de hoofdstraat terecht te komen. Naargelang het tegemoetkomende verkeer verplicht is om te vertragen en uit te wijken, kan jij je naar rechts, naar de juiste kant van de weg, werken... Toch zit er vaak ook een systeem in de waanzin. Op drukke kruispunten zonder verkeerslichten heeft de ene rijrichting vrije baan, terwijl de wachtende bestuurders centimeter per centimeter naar voren kruipen. Op den duur is het kruispunt in de eerste richting volledig geblokkeerd en kan er in de andere richting doorgereden worden. Zo begint het hele spelletje opnieuw met omgedraaide rollen. Een simpel en verbazingwekkend efficiënt systeem!

Twee van de belangrijkste attracties in Phnom Penh herinneren aan het bloederige regime van Paul Pot's Rode Khmer in de jaren 1975-'79. Zijn leger bestond vooral uit gebrainwashte teenagers, met name weeskinderen die hun ouders verloren hadden bij Amerikaanse bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. Zij zetten een massale gedwongen volksverhuizing in gang, weg uit de steden richting platteland, waar in primitieve omstandigheden gewerkt moest worden. Alle moderne en intellectuele elementen werden genadeloos uitgemoord. Honderdduizenden mensen kwamen zonder reden in foltergevangenissen terecht, en van daaruit vrijwel zonder uitzondering in de massagraven van de killing fields.

De S-21 gevangenis in Phnom Penh, in een voormalig schoolgebouw, is nu de locatie van het Tuol Sleng genocidemuseum. Zo'n 17.000 gevangenen kwamen hier voorbij gedurende vier jaar. Slechts twaalf konden tijdens de bevrijding door het Vietnamese leger levend ontsnappen. De meeste anderen kwamen in de massagraven van de Choeung Ek killing fields terecht. Choeung Ek is nu een gedenkcentrum, waar toeristen met een uitstekende, beklijvende audiogids rondgeleid worden.

Als je berekent hoeveel mensen hier gemiddeld per dag vermoord werden (12 - elke dag - vier jaar lang), is het resultaat vast noch afschrikwekkender dan het onvatbare totaal van 17.000. En toch is het maar een topje van de ijsberg. In heel Cambodja waren er honderden zulke foltergevangenissen en killing fields. Bijna twee miljoen mensen, zo'n kwart van de hele bevolking, kwamen om tijdens het regime van de Khmer Rouge. Ongeveer de helft werd vermoord, de andere helft stierf door hongersnood.

De Khmer Rouge werd in 1979 met hulp van het Vietnamese leger verdreven. Toch bleef de Khmer Rouge tot in de jaren '90 (!) de officiële vertegenwoordiger van Cambodja in de Verenigde Naties. Het westen zag blijkbaar liever genocide door de vingers dan een communistisch regime te erkennen... Onvoorstelbaar.

Verder terug in de tijd heeft Cambodja gelukkig ook veel betere tijden beleefd. Het bekendste voorbeeld hiervan is het Angkor Archeological Park. In Angkor stamt alles uit de bloeiperiode van de Khmer-dynastie, van de 9de tot de 12de eeuw, toen er in sneltempo tempels en andere indrukwekkende monumenten gebouwd werden. Tussen de tempels is er geen accommodatie. In het nabijgelegen Siem Reap, de derde stad van Cambodja, is er des te meer keuze: van primitieve kamers tot Las Vegas-achtige luxehotels. Iedereen wil immers Angkor bezoeken, van rijke gepensioneerde tot arme backpacker. Ondanks de grote bezoekersaantallen, kan je relatief ongestoord de vele tempelruïnes ontdekken, vooral als je zelfstandig met de fiets onderweg bent, in plaats van per bus, taxi of tuktuk. Zelfs de populairste tempels zoals Angkor Wat en Bayon hebben verborgen hoekjes waar nauwelijks een toerist te zien is.

De meeste tempels liggen langs een van twee concentrische cirkels. Zowel de kleine als de grote ronde zijn doenbaar met de fiets, als je vroeg genoeg start. Eentonig wordt het nooit. Het is altijd spannend wat er als volgende komt. Een kleine tempel of een hele stad? Een nauwkeurig gerestaureerd bouwwerk of een ruïne met reusachtige bomen die tussen de stenen groeien? Een piramide waarop je tot boven kan klimmen of een afgesloten gebouw waar je alleen maar rond kan lopen? Met beeldhouwwerken van dieren of gigantische gezichten? Elke tempel heeft wel iets nieuws te bieden.

Met drie andere reizigers maakte ik ook een lange daguitstap naar Beng Mealea, Koh Ker en Preah Vihear. Beng Mealea is een ruïne die slechts beperkte restauratie heeft ondergaan en door veel bomen overgroeid is, maar daardoor wel erg fotogeniek is. Koh Ker is een groter complex met verschillende tempels. De piramidevormige Prasat Krom is de grootste, en kan dankzij een nieuwe trappenconstructie sinds kort weer beklommen worden, een positieve verrassing voor ons. Mis ook zeker de door bomen 'omarmde' torentjes van Prasat Bram niet. Het tempelcomplex van Preah Vihear, tot slot, is spectaculair gelegen op een heuvel langs de grens met Thailand, en behoort net als het Angkor Archeological Park tot het UNESCO Werelderfgoed. Een grensconflict tussen Cambodja heeft hier voor het laatst in 2011 voor gevechten gezorgd. Sindsdien is het rustig gebleven. Een oordeel van een internationaal gerecht in 2013 wordt schijnbaar door beide partijen geaccepteerd. Er is een duidelijke (maar opvallend ontspande) militaire aanwezigheid in het gebied. Door Buitenlandse Zaken wordt nog steeds afgeraden om Preah Vihear te bezoeken. Zolang je eventuele nieuwe ontwikkelingen in het oog houdt, zie ik zelf echter geen reden om er weg te blijven.

Angkor en omgeving is naar Cambodiaanse normen eerder duur, maar je ziet tenminste dat het geld nuttig besteed wordt. Alles wordt relatief goed onderhouden en groene kuisploegen die afval verzamelen zijn alomtegenwoordig. Dat is wel een paar extra Amerikaanse dollar respectievelijk een extra tienduizendtal Riel waard. Die twee munteenheden worden in Cambodja immers parallel in gebruik met een wisselkoers van 1 USD = 4000 KHR; de dollar eerder voor grotere bedragen, de Riel enkel voor kleinere aankopen. Om het nog een beetje gemakkelijker te maken zijn er van beide munteenheden enkel briefjes in omloop...

Na vijf nachten was mijn verblijf in Cambodja alweer voorbij. Te weinig om het land echt goed te leren kennen, maar wat betreft de toeristische hoogtepunten heb ik zeker het belangrijkste wel gezien. En dat was zeker ook al de moeite waard. Next stop, Luang Prabang, Laos...

Zondag 20 juli 2014, 21:14

Het is al lang geleden dat ik hier nog iets geschreven heb.

Toen ik in april 2013 de verdediging van mijn doctoraatsthesis achter de rug had, had ik een maand lang extra vrije tijd ter beschikking. Ik begon aan een volledige vernieuwing van mijn deze website. Een nieuw framework, nieuw design, nieuwe functionaliteiten; alles nieuw. Het geheel was echter nog niet klaar toen ik naar Zwitserland verhuisde. Toen begon ik meteen voltijds te werken. Een leven in een nieuwe stad opbouwen vergt veel tijd. Bovendien ben ik op het werk veel bezig op de computer, en dan heb ik 's avonds meestal niet veel zin om nog verder voor mezelf op de computer te werken. Aldus viel het hele project een beetje stil.

In oktober zei ik dan tegen mezelf: de nieuwe website moet eindelijk eens af geraken. Ik zal een beetje minder berichten voor mijn blog schrijven, en die tijd gebruiken om het project te voltooien. Het gevolg was eigenlijk voorspelbaar: ik schreef niets meer op mijn blog, maar vooruitgang met de nieuwe website was er ook niet.

Mijn werk was een van de redenen waarom de nieuwe website zoveel vertraging heeft gekregen. De ervaringen die ik op het werk heb verzameld met het doorvoeren van grote IT-projecten, heeft echter ook de doorslag gegeven dat er nu toch vooruitgang is. De belangrijkste les: splits een groot project op in kleinere taken. In plaats van een monsterproject met een onbekende hoeveelheid werk to do, heb je kleinere pakketjes waarbij de hoeveelheid werk schatbaar is en waarmee je voelbaar vooruitgang boekt.

Nu heb ik zojuist de eerste release gedaan. Mijn website zier er nog net zo uit als voordien, maar onderhuids is er heel wat werk gedaan:

  • Omschakeling naar een nieuw PHP-Framework (Yii).
  • Invoering van version control (git).
  • Invoering van Smarty templates in plaats van raw PHP in de views.
  • Update van de meest verouderde teksten: er staat nu tenminste niet meer overal dat ik nog in Leeds aan mijn doctoraat werk.
Dat alles voorlopig echter met de bestaande layout en zonder nieuwe features.

Er is zijn nog heel wat taken die ik oorspronkelijk tegelijk wilde afwerken. Onder andere:

  • Nieuwe layout, gedefineerd met LESS in plaats van plain CSS.
  • Verbeterd gebruiksgemak, vooral bij het bladeren door de fotoalbums.
  • Een soort van news feed waarbij nieuwe blog-berichten, fotoalbums en externe posts (zoals Hikr-verslagen) gecombineerd zichtbaar zijn.
  • Zoek-functie met ElasticSearch
  • Gemakkelijkere invoer van nieuwe blog-berichten, met geïntegreerde upload van foto's.
  • Meer hoognodige refactoring in de broncode. Je zou het bijvoorbeeld niet geloven hoeveel akelige half-Nederlandse half-Engelse variabelenamen er momenteel nog tussen zitten.
Deze taken zal ik de komende maanden een voor een proberen te voltooien. Hoe meer regenachtige weekends, hoe sneller ik vooruitgang zal boeken. Laat ons dus hopen niet al te snel. In ieder geval belooft mijn nieuwe work flow dat mijn website niet opnieuw helemaal stil zal vallen.

Het kan zeker zijn dat er hier en daar nog foutjes zijn gebeurt bij de omschakeling van framework, bijvoorbeeld gebroken hyperlinks of zo. Als je er een ontdekt, laat het dan a.j.b. weten.

Donderdag 17 oktober 2013, 23:35

Een week nadat Eliot bij mij op bezoek was, brachten we nog een weekend samen door. Kyle, Eliots vriendin, had voor hem een verjaardagsverrassing gepland: een week in een AirBnB vakantiehuisje in Oberammergau in Zuid-Beieren. Ik werd ook uitgenodigd om er het weekend te besteden. Ondertussen werden we ook uitgenodigd voor een feestje in München op vrijdagavond bij Teresa, een Duitse studente we kenden uit Leeds waar ze als Erasmus-student lid was van de Hiking Club. Alsdus had ik alweer een druk weekend voor de boeg.

Mijn eigen autootje was besteld, maar nog niet geleverd. Aldus nam ik vanuit het werk de tram naar de luchthaven van Zürich, om daar een auto te huren bij een goedkope verhuurfirma die niet nader genoemd zal worden. Ik stond namelijk een vol kwartier met de vingers te draaien totdat er überhaupt iemand van het verhuurbedrijf kwam opdagen... Huren vanop de luchthaven was goedkoper en zo hoopte ik ook de avondspits in Zürich zelf te vermijden, maar toch stond ik vrijwel meteen stil op de autostrade. De radio sprak over een ongeval, vertragingen van meer dan een uur, en als het even kan de hele route vermijden... te laat voor mij. Uiteindelijk liep ik slechts 50 minuten vertraging op, omdat men ondertussen de baan opnieuw had vrijgemaakt.

Door de Oostenrijkse corridor tussen Zwitserland en Duitsland kon ik de autostrade niet nemen, omdat het niet de moeite was om een Oostenrijks autosnelwegvignet te kopen. Aldus moest ik een tergend traag stukje secundaire weg nemen door Bergenz, voordat ik de Duitse Autobahn bereikte. 170 km tot in München: een goed uurtje dus? Maar meteen stond het verkeer weer stil. De file ging zelfs nog slechter vooruit dan in Zwitserland. Een uur en tien minuten duurde het voordat ik erdoor was. Een vrachtwagen lag zwaar beschadigd en dubbel geplooid in de berm, terwijl men een reusachtige kraan aan het opzetten was op de rechterrijstrook om hem te bergen. Blijkbaar had de vrachtwagen eerder op volle snelheid een bestelwagen in panne op de pechstrook aangereden, gelukkig zonder slachtoffers.

Zo kwam ik pas tegen elf uur 's avonds aan in München. Ik had gehoopt om er al rond de negenen te zijn... Maar het feestje was nog in volle gang, en gelukkig kon ik de file-elende nu in Wiesn-bier verdrinken. Eliot, Kyle en ik bleven ook slapen bij Teresa op de vloer, dus we bleven tot het bittere einde van het feestje.

Reünie bij Teresa in München

Teresa woont in het Olympisch dorp van 1972, dat nu is omgebouwd tot hippe studentenresidenties. Ze heeft er haar eigen mini-bungalow, een zeer leuke woonst voor een student. Op zaterdag ging ik bij de bakker het ontbijt halen. Wat een lekkernijen! En goedkoop ook: een volwaardig ontbijt voor vier voor 7 euro. In Zürich zou je daarmee niet verder komen dan de twee koffietjes...

Na het ontbijt reden we dan naar Oberammergau. Wegens de regen kon ik Kyle en Eliot helaas niet kon imponeren met het volle potentiaal van de Duitse Autobahn. Het weerbericht zag er ook voor de rest van het weekend nogal triest uit. In plaats van bergwandelingen besloten we ons eerder op sightseeing te concentreren.

Op zaterdagnamiddag bezochten we Schloss Linderhof, een van de kastelen van sprookjeskoning Ludwig II van Beieren. Het is ook het enige kasteel dat tijdens zijn leven werd afgewerkt. Ludwig II was een beetje krankzinnig, dat werd snel duidelijk tijdens het bezoek. Ten eerste is er zijn obsessie met zonnekoning Louis XIV van Frankrijk. Zo hangen er aan de muren niet alleen portretten van Louis XIV zelf, maar ook de portretten van al diens minnaressen en concubines! Dan is er nog de grotto, kunstmatig gebouwd naar het decor van de eerste act van Wagner's opera "Tannhäuser", compleet met vijver en extravagant versierd bootje. De grotto werd verlicht door een van de allereerste elektrische lichtinstallaties, geïnstalleerd door pionierende Siemens-Ingenieur Sigmund Schuckert. De Koning had een eigen loge in de grot en heel wat geheime gangetjes om in rond te lopen en verstoppertje te spelen (blijkbaar een geliefde bezigheid van hem). Een opera werd er echter nooit opgevoerd. Men kwam namelijk tot de vaststelling dat de ontwerper weliswaar een begenadigd landschapsarchitect was, doch weinig kaas gegeten had van akoestiek...

Na het bezoek aan Schloss Linderhof reden we naar Garmisch-Partenkirchen, om er de Partnachklamm te bezoeken. De Partnachklamm is een 700 meter langs smalle kloof, waarlangs een spectaculair wandelpad in de rots de rots is gehouwen. Oorspronkelijk werd het pad door de kloof gebouwd om gekapte bomen van hogerop via de rivier naar beneden te kunnen transporteren. De boomstammen kwamen steeds klem te zitten in de kloof, en voordat het pad bestond, was het een levensgevaarlijke taak om in de kloof af te dalen om de situatie te verhelpen. Overdag moet je inkom betalen voor de Partnachklamm, maar 's avonds is de kloof op eigen risico gratis toegankelijk. Parkeren moet je bij de skischans, waarna je nog anderhalve kilometer moet wandelen tot bij de kloof. Toen we de Partnachklamm bereikten, begon het al redelijk duister te worden in de gangen en tunnels van het pad door de kloof. De duisterheid, de bruisende rivier in de nauwe kloof en het vocht druppend van de rotsen schepten een unieke atmosfeer. We waren vrijwel alleen in de kloof, maar bij het verlaten kwamen er plots een vijftigtal fakkels in onze richting gewandeld. Een fakkeltocht in de Partnachklamm bij duisternis: dat lijkt ook wel een leuke activiteit.

Nadat de Partnachklamm ons zo goed bevallen was, besloten we om op zondag nog een andere kloof te bezoeken: de Leutascher Geisterklamm langs de Duits-Oostenrijkse grens bij Mittenwald. De Geisterklamm is minder smal en minder wild dan de Partnachklamm, maar wel helderder en kleurrijker. Het wandelpad hier, dat hoog boven de kloof loopt in plaats van beneden langs de rivier, werd gebouwd in 2006 en is dus veel recenter dan het pad door de Partnachklamm. Tientallen panelen proberen aan de hand van geesten en andere schepsels wat natuurhistorische informatie bij te brengen. Het geheel is in zo omslachtig en idioot gebracht dat je op den duur gewoon aan de panelen voorbij wandelt. De kloof zelf is echter opnieuw de moeite waard. Er is ook een stukje pad beneden langs de rivier. Hier kan je tegen een kleine betaling zogezegd tot bij een waterval wandelen. De waterval is in feite nauwelijks te zien vanop het eindpunt van het pad, dat ook erg kort is, maar de wandeling zelf is wederom spectaculair.

Na de tweede kloof van het weekend, was het tijd voor een tweede kasteel van Ludwig II. Schloss Neuschwanstein is het bekendste kasteel van al, en diende ook als inspiratie voor Disney's sprookjeskasteel. Tijd voor een bezoek binnenin is er niet meer, maar naar het schijnt is dat ook niet zo erg de moeite. Wel bezoeken we de iconische fotospots rondom het kasteel. Ondanks het late uur is het hier nog steeds behoorlijk druk. De locatie voor een van de bekendste foto-composities blijft echter nog een geheim. Het moet ergens in een opening op een beboste helling zijn. Ik moet nog eens terugkomen voor een speurtocht naar die juiste locatie.

Schloss Neuschwanstein

Eliot en Kyle bracht ik vervolgens nog naar het station, en dan was het tijd om terug naar Zürich te rijden, dit keer gelukkig zonder file.

Alle foto's van het weekend staan in het bijhorende fotoalbum.

Woensdag 9 oktober 2013, 22:54

Wanneer heb jij voor het laatst een Mercedes-Benz W25 gezien, niet stilstaand op een zwart-wit foto, maar de bocht om racend in volle zilverheid?

Mercedes-Benz W25

De Klausenpass is een 1948 meter hoge bergpas tussen de cantons van Glarus en Uri. Eind juli was ik al hier, want het was ons uitgangspunt voor het beklimmen van de berg Clariden. De trein brengt je tot aan het eindstation van Linthal, waarna de Postauto verder de berg op rijdt. De pas is enkel in de zomer berijdbaar, en is ook dan niet van nut voor doorgaand verkeer. Aldus vind je op de route bijna uitsluitend toeristen. De sfeer in de Postauto was dan ook eerder die van een gegidste excursie, inclusief een gemoedelijke buschauffeur die continu in de microfoon aan het babbelen was. Plaatselijke wetenswaardigheden en ook enkele mopjes, die ik door het sterke Schwiizertüütsch meestal niet kon verstaan, maar aan het gelach van de andere passagiers te horen moeten ze best wel grappig geweest zijn. Hij vertelde toen ook iets over een historische autorace op de bergpas, maar daar besteedde ik verder geen aandacht aan.

Afgelopen weekend kwam Eliot, een van de hikers van in Leeds, op bezoek in Zürich, als tussenstop in zijn gereis en vrijwilligerswerk doorheen Europa. We besloten om een via ferrata in Braunwald te doen, in de bergen ten noorden van Linthal. Bij het reserveren van Eliots uitrusting verwittigde men ons dat men wegens het Klausenrennen een grote verkeershinder verwachtte. Wij waren sowieso van plan de trein te nemen, maar ik besloot toch even op te zoeken wat dat Klausenrennen juist is.

Het originele Klausenrennen vond plaats van 1922 tot 1934, en had in die tijd blijkbaar een behoorlijk groot prestige als een van de belangrijkste hill climb wedstrijden in Europa. In het laatste jaar zette de Rudolf Caracciola, een van de meest legendarische coureurs van voor de Tweede Wereldoorlog, het baanrecord in een Mercedes-Benz W25 op 15 minuten en 22 seconden. Best snel, als je bedenkt dat de weg er toen heel wat slechter bij lag dan tegenwoordig.

Motorsport op circuits is sinds 1955 verboden in Zwitserland. Dat was toen een reactie op de ramp van de 24 Uren van Le Mans. Ondanks enkele initiatieven om het verbod op te heffen, is het vandaag nog steeds van kracht. Hill climbs vallen echter niet onder het verbod. In 1993 herlanceerde men het Klausenrennen als memorial-webstrijd met old-timers. Circa elke vijf jaar vond het evenement sindsdien plaats, en dit jaar was men aan de vijfde editie toe. Zo'n unieke gelegenheid konden Eliot en ik toch niet aan ons voorbij laten gaan. We vatten het plan op om vroeg van start te gaan met de via ferrata, en proberen daarna nog iets van de wedstrijd mee te pikken.

Aldus nemen we reeds om zes uur 's ochtends de trein in Zürich. Om acht uur zijn we en Braunwald, waar men letterlijk de kabelbaan naar de Gumen-hut voor ons in gang zet. De via ferrata is uitdagend maar ook zeer genietbaar. Rond half twee zijn we terug in Gumen. Na een snel biertje zetten we ons terug in gang richting Klausenstrasse, toch nog een goede twee uur wandelen verder. In de toeschouwerszones bij start en finish moet je duur betalen voor een ticket. We hopen echter dat als we de weg ergens tussenin bereiken via een bergpad, dat we dan ook wel zo iets zullen kunnen zien.

De baan kronkelt diep door het dal, en blijft uit het zicht tot het laatste moment. Van de wedstrijd is niets te merken. Enkele andere wandelaars onderweg vermoeden dat het Klausenrennen reeds voorbij is. Zijn we te laat? Als we de baan bereiken, komen er toch opeens ronkende motoren langs. We zijn juist op tijd om de categorie bestaande uit oude motorfietsen (sommigen met zijspan) en driewielers voorbij te zien racen. Het gaat er behoorlijk snel aan toe. Bij een old-timer rally denk je eerder aan een gemoedelijk ritje waar snelheid van geen belang is. Hier worden de oude machines echter niet gespaard. De motoren razen de berg op, terwijl er overal langs het 21,5 km lange parcours baanposten staan om in te grijpen bij eventuele accidenten.

Een van de marshalls vertelt ons dat dit de laatste categorie van de dag zou zijn. Als de laatste motorfietsen voorbij zijn, zetten we onze afdaling verder doorheen een bos parallel met de weg. Maar wat horen we daar? Opnieuw motorengebrul, en een flitsende historische race-auto die tussen de bomen door komt piepen! De marshall had ongelijk, het evenement was nog niet voorbij! Maar nu zitten we in het bos zonder goed zicht op de weg. We reppen ons verder, totdat we opnieuw toegang tot de straatkant hebben. Een tiental auto's hebben we gemist, maar er komen er nog steeds meer aangereden, en nu hebben we zelfs een beter uitzicht als op onze vorige locatie. Vooral pre-1950 Grand Prix-auto's komen nu voorbij. De motorfietsen en driewielers waren al spectaculair, maar dit is helemaal uitzonderlijk. De afsluiter is de unieke Mercedes-Benz W25. Voormalig DTM-piloot Roland Asch, die de eer had om het gevaarte te besturen op de Klausenpass, wuift genietend naar de toeschouwers. Hij moet echter toch ook een beetje nerveus geweest zijn. De Mercedes-Benz W25 is het enige rijwaardige exemplaar ter wereld. Mercedes heeft de wagen verzekerd voor 4,5 miljoen euro, maar de werkelijke waarde is waarschijnlijk een tienvoud daarvan!

In onze verdere afdaling moeten we nog een paar keer de Klausenstrasse oversteken. Daarbij moeten we nog een tijdje wachten, wanneer alle deelnemers weer in groep naar beneden komen gereden. Dat doen we echter graag, want zo hebben we nog de kans om de voertuigen die we voordien gemist hadden, toch nog te zien. Dit keer niet meer op volle racesnelheid, maar genietend wuivend naar de toeschouwers die noch zijn gebleven.

Als we uiteindelijk in het dorp Linthal aankomen, wordt het stilaan donker. De meeste toeschouwers zijn inmiddels vertrokken, en de straatverkopers zijn aan het opruimen. Maar er zijn nog een paar verrassingen in petto voor Eliot en mij. Een Bratwurst-verkoper is zijn laatste worsten gratis aan het uitdelen, omdat hij ze anders toch moet wegsmijten. We komen ook nog een doedelzakband tegen die in het donker door de straten aan het marcheren is - hoe bizar!

Wat begon als een vaag plan om te proberen iets mee te pikken van het Klausenrennen had echt niet beter kunnen uitdraaien! Al de foto's staan in mijn fotoalbum.

De Stig?
De Stig?

Dinsdag 17 september 2013, 19:42

Mijn eerste blog-bericht sinds veel te lang, ik weet het. Daar bestaan echter excuses voor. Jacht op een apartement in Zürich, en eens dat gevonden was, volgde de verhuis naar en bemeubeling van mijn nieuwe woonst. Daarover schijf ik binnenkort nog wel een apart bericht. Eerst de andere reden waarom het hier de laatste weken stil was. Ik was namelijk in Maleisië voor het huwelijk van mijn broer Steven met Nazreen. Steven woont sinds januari in een voorstad van hoofdstad Kuala Lumpur. Voor mijn ouders, andere broer en mezelf echter, was het huwelijk ook de eerste reis naar Maleisië. In december volgt er nog een feest in België voor de ruimere familie en vrienden in Europa. Maar ik was er dus al bij om het echte huwelijk, Malay style te beleven.

Het huwelijk bestond uit drie ceremonies. Ten eerste was er de verlovingsplechtigheid (adat bertunang). Normaal gezien vind die een aantal maanden op voorhand plaats. Eens een bruid in spe verloofd is, is het volgens de Islam namelijk een zonde voor andere mannen om nog met haar te flirten... Om ons gezin erbij te betrekken vond de verloving van Steven en Nazreen echter slechts een week voor het huwelijk zelf plaats. Het is immers aan de moeder van de bruidegom om de verlovingsring om de vinger van de bruid te plaatsen. Volgens de traditie wordt er ook onderhandeld over de datum van het huwelijk en over de bruidsschat, maar dat lag eigenlijk al lang op voorhand vast. De bruidsschat komt in praktijk neer op een vergoeding van de kosten van het huwelijk. De familie van de bruid organiseert alles, en de familie van de bruidegom betaalt de kosten. En dat is niet minnetjes. Kleurrijke kostuums voor het koppel en de entourage (verschillend voor elk van de drie plechtigheden), een hele reeks dure geschenken van bruidegom naar bruid en omgekeerd, gepresenteerd op versierde schalen, goed eten...

De geschenkschalen worden gedragen door schaaldragers (pengangkat dulang), een traditioneel belangrijke en eervolle rol. Zowel bij de verloving als bij het huwelijks zijn er geschenken te geven, steeds een oneven aantal en steeds een groter aantal aan de bruidegom dan aan de bruid. Zo kreeg Nazreen bij de verloving vijf schalen en Steven zeven, en bij het huwelijk was het respectievelijk zeven en negen. De eerste schaal bevat een bloemenboeket. Niet het waardevolste geschenk, maar het is blijkbaar wel de meest eervolle schaal om te dragen, en ik had de eer om die rol te vervullen. Verder nemen de ringen elk een schaal in, gevolgd door schalen met diverse zaken; pralines, schoonheidsproducten, een nieuwe Blackberry, een dure horloge...

In die rol als schaaldrager moest ik ook een traditionele Maleisische outfit (Baju Melayu) dragen, compleet met hoed ( songkok) en wikkelrok (kain samping). Hier sta klaar als schaaldrager voor de verloving, samen met jongste broer Mats:

Stijn en Mats als schaaldragers (pengangkat dulang)

Het huwelijk zelf (Akad Nikah) vond plaats in een soort half-overdekte feestzaal en werd lichtjes verstoord door de buren die juist een soundcheck voor een rock-concert aan het doen waren. Gelukkig viel er toch niet zoveel te luisteren tijdens de plechtigheid. Geen huwelijksgeloften; de bruidegom moet enkel een ietwat bizarre zin aan de Imam declareren, letterlijk: "I accept Nazreen Ghani's hand in marriage, with the mas kahwin of 300 Ringit in cash." (Mas kahwin is het deeltje van de bruidsschat dat wettelijk wordt voorgeschreven door Islam.) De bruid moet al helemaal niets zeggen. Wat dat betreft is een westers huwelijk toch romantischer.

De dag na het huwelijk was er dan nog eens groot feest (bersanding). Het pasgetrouwde koppel maakt daarbij een plechtige intrede in de zaal, gevolgd door de entourage en een luide Maleisische trommelband (kompang band). De tortelduiven zijn hier koning en koningin voor een dag, en zijn daar ook naar gekleed. Al zag Steven er misschien nog wel eerder uit als een Arabische prins, compleet met een echte dolk omgegespt. Ik had hier de rol van pengapit, een soort van best man. Er was mij echter op voorhand gezegd dat ik als pengapit eigenlijk eerder de slaaf zou zijn van koning bruidegom, dat ik naast zijn troon zou moeten staan en hem continu met een waaier koel houden. Dat was gelukkig enkel het geval voor een kort gedeelte van het feest. De rest van de tijd had ik niets speciaals te doen. Dat kon niet gezegt worden van Steven en Nazreen. Iedereen moest zeven keer met hen op de foto. Iedereen moest hun gelukwensen geven. Geen moment hadden ze om op adem te komen. Ze waren dan wel koning en koningin, maar ik betwijfel of ze er tijdens het feest veel van hebben kunnen genieten.

Steven en Nazreen met familie
Steven en Nazreen als koning en koningin, met de familie langs beide kanten.

Het was een fantastische ervaring om zo'n speciaal huwelijk van zo dichtbij te beleven.

Voor de volledigheid moet ik er wel bij zeggen dat ik er toch nog niet van overtuigd ben dat ik mij nu ook maar een Maleisische bruid moet zoeken, zoals sommigen mij al adviseerden.

Tussen alle huwelijksheisa in, bleef er voor mij maar een beperkt aantal dagen in Maleisië over, voordat ik weer terug naar het werk in Zürich moest. Ik kon enkel Kuala Lumpur een beetje verkennen en drie dagen op het eiland Tioman spenderen.

Kuala Lumpur - of kortweg KL - is in anderhalve eeuw van niets tot een miljoenenstad gegroeid. Bekend is de stad bovenal omwille van de Petronas Towers. De 451 meter hoge tweelingtorens waren van 1998 tot 2004 de hoogste gebouwen ter wereld. En het moet gezegd, in vergelijking met de meeste wolkenkrabbers zijn ze ook bijzonder elegant en architecturaal indrukwekkend, zowel bij dag- als bij nachtlicht.

Petronas Towers

Het eiland Tioman is een enorm contrast met KL. Van de wolkenkrabbers, verkeerschaos en gigantische shopping malls van KL is hier niets te bekennen. Er is slechts één doorgaande weg op het eiland, en ook die is enkel voor brommers en 4x4's. Sommige dorpjes, zoals Paya, waar ons resort lag, zijn zelfs enkel per boot bereikbaar. Het was blijkbaar laagseizoen op Tioman. Verschillende restaurants bleven gesloten, wat de de keuze nogal beperkte, maar langs de andere kant was het ook wel goed dat het plekje niet met toeristen overrompeld was. Een dag vulden we met een junglewandeling. Dat klinkt waarschijnlijk avontuurlijker dan het was, maar vele aapjes en enkele andere tropische beesten maakten er toch een hele belevenis van. Een andere dag werd gevuld met snorkelen. Daarvoor moesten we niet eens de boot nemen. In het zee vlak voor ons hotel waren al honderden verschillende vissen en prachtige koralen te vinden: een prachtige onderwaterwereld. Het overtuigde me zelfs om een onderwatercamera te huren. De resulterende foto's doen de werkelijkheid niet helemaal recht aan, geven toch een idee. Wat zijn onze zanderige Europese zeeën toch saai in vergelijking!

Dinsdag 23 juli 2013, 20:10

Ah, Engeland. Waar er een politiek schandaal kan ontstaan omdat de parlementariërs koste wat kost géén hoger salaris willen. Dat zou natuurlijk imagoschade opleveren in tijden van economische crisis. Helaas hebben ze de bevoegdheid over hun salaris uit handen gegeven aan een onafhankelijke commissie, en die vindt nu eenmaal dat de politici eigenlijk wel meer verdienen te verdienen...

Voor een blitzbezoek was ik vorige week in Leeds. Formele diploma-uitreiking en nog dezelfde dag terug op het vliegtuig naar Zürich. Toch was het leuk om opnieuw even in Engeland te zijn en om nog eens Engels te spreken. Mijn Hochdeutsch is toch nog niet zo goed als mijn Engels, en mijn Züritüütsch is al helemaal een ramp. Communicatie lukt altijd wel, maar lang niet zo vlot als in Engeland. Dat maakt een verschil, ook bij kleine handelingen zoals afrekenen bij de kassa. Of je op dezelfde golflengte zit en een beetje small-talk maakt, dan wel inspanning moet doen om de totaalprijs correct te verstaan; het zal de geschiedenis niet veranderen, maar je humeur wel. Zolang ik in Engeland woonde, stond ik er niet bij stil dat ik geleidelijk aan ook de subtielere kantjes van de Engelse taal mij eigen had gemaakt. Nu ik met Zürich kan vergelijken, is het verschil echter opvallend.

Voor mijn graduation, diploma-uitreiking dus, waren ook mijn ouders en grootouders overgekomen uit België. In Engeland krijg je als Dr. geen eigen plechtigheid. Er is één ceremonie per departement, waar zowel Bachelors, Masters als PhD's aan bod komen. Elke graad heeft een eigen academic dress, beter gekend als graduation gown. In kostuum, met een daarover een groen gewaad en een komische hoed, was het veel te warm in de atypische Engelse hitte. Gelukkig was de ceremonie voor de School of Mathematics nog redelijk vroeg 's ochtends.

Graduation

Graduation
Met promotor Barry Cooper en mijn ouders.

Graduation
Met ouders en grootouders.

Oudere blog-berichten