Alle blog-berichten

Blog XML/RSS

De afgelopen week was ik op het ICM, het International Congress of Mathematicians, met meer dan 3000 deelnemers de grootste wiskundeconferentie ter wereld, waar onder andere de befaamde Fields Medals worden uitgereikt. Het ICM vind elke vier jaar plaats in een andere locatie; dit jaar in Hyderabad, India. Hyderabad ligt in het binnenland van India, een beetje naar het zuiden van de land. Hyderabad is de hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh, en met 4 miljoen inwoners is het de op vijf na grootste stad van India. Hyderabad is onder andere bekend als stad van de parels, wat teruggaat op de oude diamantmijnen van Golconda, waar onder andere de beroemde Kon-i-Noor diamant (vandaag deel van de Britse kroonjuwelen) vandaan komt. De stad is ook een IT-centrum, en probeert Bangalore van de kroon te stoten als dé IT-stad van India. Die ambitie uit zich in vele, on-Indisch moderne, streng bewaakte bedrijvencomplexen ten westen van het centrum, in een gebied dat Cyberabad genoemd wordt. In die moderne wijken bevinden zich ook de congreshallen en mijn accommodatie.

Die accommodatie is op de campus van Infosys, een van de grootste informaticabedrijven van India. Infosys is sponsor van de ICM en heeft een residentie op hun campus ter beschikking gesteld aan de deelnemers van de conferentie. Ook is er een buffet voor ontbijt en avondeten, van zeer degelijke kwaliteit en met erg veel variatie (een mix van Indisch en westers eten; gisteren waren er zelfs lekkere frietjes!). Dat alles, en ook de shuttle-bus naar de congreshallen, is mij gratis aangeboden onder de noemer local hospitality support. Die had ik aangevraagd, maar half mei was er een deadline voor het insturen van paspoortgegevens en ik moest mijn paspoort nog vernieuwen. Bijgevolg had ik met die local hospitality support geen rekening meer gehouden en had ik zelf een goedkoop hotel geboekt. Tot ik de week voor de conferentie plots een e-mail kreeg met de gegevens van mijn accommodatie op de Infosys-campus. Ik heb dan toch maar het hotel opgezegd, want het is best erg handig om niet zelf het eten en vervoer te moeten organiseren.

Het ICM congres begon vorige donderdag. De congreshallen waren erg goed voorzien voor zo'n grote conferentie, met slechts enkele weinige minpuntjes (soms waren er vrij populaire lezingen in te kleine auditoria, en het middageten was steeds een bedroevende schaal rijst met slacht- of tuinafval). De openingsceremonie werd bijgewoond door The Honourable President of India, Pratibha Patil. Dat geeft je wel even het gevoel belangrijk te zijn, dat de president van een miljard mensen eventjes langskomt. Tijdens de speech van de president was er spontaan applaus bij het vermelden van het nummer nul en van Srinivasa Ramanujan, India's belangrijkste bijdragen in de wiskunde. De president reikte ook de Fields Medals uit, aan Ngô Bảo Châu, Elon Lindenstraus, Stanislav Smirnov, Cédric Villani. Geen van die namen was mij erg bekend, moet ik eerlijk gezegd toegeven, maar hun prijzen zijn zeker verdiend. Drie van de laureaten zijn overigens voormalig IMO-deelnemers. Linderstrauss won brons in 1988, Châu won goud in 1988 (met perfecte score) en in 1989, Smirnov won goud met perfecte scores in 1986 en 1987. Op de openingsceremonie was er verder nog een opmerkelijke rol voor België, want de Belgische (zij het in de States gebaseerde) wiskundige Ingrid Daubechies wordt de komende vier jaar de voorzitster van de IMU, de International Mathematical Union.

Deze zomer heb ik zelf nog geen presentaties gegeven op conferenties, omdat ik dacht dat ik nog niet veel heb om te presenteren, maar achteraf bezien is dat niet echt een bezwaar. Veel contributed talks op conferenties zijn echt zwak, en soms zelfs nonsense. Hier op de ICM had je er enkele die zogezegd P niet gelijk aan NP hadden bewezen (niet het waarschijnlijk ongeldige bewijs dat recent in de media is geweest, maar een ander bewijs, dat veel duidelijker niet kan kloppen), of een elementair bewijs voor de laatste stelling van Fermat hadden gevonden. Er was ook een Chinees die dacht dat hij een profeet was die de grondslagen van de wiskunde overhoop ging gooien, die zogezegd vier fouten in Cantors bewijs voor de overaftelbaarheid van de reële getallen had gevonden, maar die in feite niet meer dan enkele van Brouwers lang achterhaalde intuïtionistische koeien uit de sloot trachtte te halen. Het is eigenlijk bedroevend dat zo'n presentaties aanvaard worden, en dan nog wel op het ICM, maar langs de andere kant moet je dus als beginnend onderzoeker helemaal geen angst hebben om een presentatie zonder baanbrekende resultaten te geven op een conferentie.

De contributed talks waren dus van wisselvallig niveau, maar de invited talks, de sprekers die door de organisatoren expliciet uitgenodigd werden, waren natuurlijk wel van hoog niveau. Het is soms moeilijk om presentaties in andere gebieden van de wiskunde te begrijpen, maar het is langs de andere kant ook boeiend om te horen waar wiskundigen met een andere specialisatie mee bezig zijn. En de ICM is ook de ideale plaats om interessante wiskundigen van over de hele wereld te ontmoeten.

De ICM had ook een uitgebreid sociaal programma.

Vorige vrijdag was er een Bharatanatyam-optreden (Indische  dans), gebracht door de dansgroep met als ster de reeds 75 jaar oude C. V. Chandrasekhar. Daarna was er het conferentiediner, dat verzonk in een complete chaos. Er was een buffet opgezet in een grote feesttent, die echter zo'n twee keer over capaciteit gevuld was, zodat je moest vechten om iets te eten vast te krijgen. Want in India geldt de sterkste en de luidste eerst. Hadden de Britten nu echt niet het beleefd in de rij staan kunnen invoeren toen ze hier de baas waren? Achteraf hoorde ik dat er ergens nog een tweede tent was, vol eten, tafels en obers, maar niemand werd daarheen geleid...

Zaterdag ging ik naar een voorstelling van A Disappearing Number, een Engelse theaterproductie, gebaseerd op het turbulente leven van Ramanujan. Die voorstelling viel me een klein beetje tegen. Het stuk had nogal weinig inhoud en een overdreven obsessie met audiovisuele truukjes.

Dinsdag bracht de Indische wereldkampioen schaken Viswanathan Anand een bezoek aan de conferentie. Hij schaakte simultaan tegen veertig ICM-deelnemers. Negenendertig wedstrijden won hij, maar tegen een viertienjarige Indische jongen moest hij een gelijkspel toestaan! Rond Anand was er nog een grote controverse, waar op het congres niet veel over gesproken werd, maar die wel de voorpagina's van de kranten haalde. Het was namelijk de bedoeling dat Anand op het ICM een eredoctoraat zou krijgen van de Universiteit van Hyderabad. Maar "insensitive bureaucratic obstructions" zorgden ervoor dat de benodigde toelating van het ministerie achterwege bleef. Zogezegd had men twijfels over de nationaliteit van de in Spanje wonende Anand! Nadat de media op de zaak sprongen, kwam de toelating er toch, maar toen weigerde Anand om het eredoctoraat nog in ontvangst te nemen.

Woensdag was er nog een optreden van de zanger Ustad Rashid Khan, die klassieke Indische Hindustani-muziek bracht.

Naast die lijst van georganiseerde activiteiten, hadden we de hele maandag vrij om de toerist uit te hangen. Ik trok dus naar het centrum van Hyderabad, waar ik twee plaatselijke CouchSurfers ontmoette die mij een beetje rondleidden. Zo'n plaatselijke gids is best wel handig, niet alleen om je de bezienswaardigheden te tonen, om goede restaurantjes te vinden, om de plaatselijke gewoonten uit te leggen en om te vertalen, maar ook om ervoor te zorgen dat taxi's en auto-rickshaws niet het vijfvoud van de prijs aanrekenen (zoals ze steeds proberen te doen bij toeristen) en om je bij de hand te nemen bij het oversteken van de straat. En dat bedoel ik letterlijk. Het verkeer in Hyderabad is op z'n zachtst gesteld een zottenhuis. Een mengeling van brommers, rickshaws, autos en bussen scheurt al slingerend over alle wegen, links en rechts inhalend, en steeds luid toeterend als waarschuwing voor de andere weggebruikers, want niemand kijkt ooit in zijn spiegels. Officieel wordt er links gereden, maar als je daar anders over denkt, kan je gerust je gang gaan op de andere kant van de weg, zonder dat iemand daarvan opkijkt. En dat geldt zelfs op autosnelwegen! Wel steeds luid toeteren natuurlijk. Het is ongelofelijk dat er niet on de haverklap ongevallen gebeuren. In die lawaaierige gekte wandelen is niet erg aangenaam, met name omdat er ook geen voetpaden zijn (indien er een is, staat het vol met straatverkopers) en je dus op straat moet lopen, met het verkeer vlak langs je manoeuvrerend. En dan oversteken... Frogger is er niets tegen. Ik moet wel zeggen dat het verkeer meestal niet al te snel rijdt (als er geen file is, dan is het wegdek wel zo slecht dat snel rijden onmogelijk is) en dat de alle chauffeurs wel uitkijken dat ze niemand aanrijden, al zullen ze wel zo dicht mogelijk komen.

De drukte is het grootst rond de Charminar, de moskee met vier minaretten, zeker nu het ramadan is. (Hyderabad heeft een relatief grote moslimpopulatie.) Deze foto is genomen van bovenop de Charminar:

Charminar, Hyderabad

Als je zot ben geworden van de drukte en het lawaai in Hyderabad, dan is de Hindu-tempel Birla Mandir en goede plaats om op adem te komen. De mooie tempel is een oase van rust, gelegen op een heuvel vanwaar je een panoramisch uitzicht hebt over de stad. Helaas was het nemen van foto's er verboden.

Mijn favoriete trekpleisters in Hyderabad zijn echter buiten het centrum gelegen: de ruines van het Golkonda fort en de Qutb Shahi graftomben.

Golkonda was vroeger de belangrijkste, rijkste (vanwege de diamantmijnen) en best beschermde stad van de wijde omgeving. De grootste bloeiperiode van de stad was in de zestiende en zeventiende eeuw. Het einde kwam in 1687, toen het fort belegerd werd door de Mongolen. Negen maanden hield Golkonda stand, maar uiteindelijk zette een verrader te poorten van de stad open voor de Mongolen. De vele ruïnes zijn erg indrukwekkend. Bijzonder is ook de akoestiek aan de inkompoort: een klap in de handen daar klinkt 300m verder en 90m hoger in de citadel alsof de klap van vlak naast je komt.

De Qutb Shahi graftomben liggen dichtbij Golkonda. Het is een groot park, waar de mausoleums van de sultans van Golkonda en de graven van andere belangrijke personen uit die tijd zijn gelegen. Helaas zijn de gebouwen lang verwaarloosd geweest en in slechte staat. Er zijn wel restauratiewerken aan de gang, maar die lijken zo traag te gaan dat ze nauwelijks de steeds bijkomende slijtage zullen kunnen compenseren. Toch zijn de tomben nog steeds erg indrukwekkend. En toen ik om vijf uur 's namiddags tussen de tomben aan het wandelen was, kwam er plots uit alle windrichtingen de luidsprekerroep van de azan kwam aangewaaid, de islamitische oproep tot gebed. Het gaf een magische sfeer aan de omgeving.

Charminar, Hyderabad

Golkonda en de Qutb Shahi graven liggen anderhalve kilometer van elkaar. De normale manier voor toeristen om deze weg af te leggen is met een auto-rickshaw. Ik besloot echter om te voet te gaan. Het kost eerst heel wat moeite om de opdringerige rickshaw bestuurders duidelijk te maken dat je echt wel te voet wilt gaan. Maar te voet krijg je meteen een heel andere blik op de plaatselijke bevolking, die helemaal niet gewoon is om een toerist door hun straten te zien wandelen. Bijgevolg kreeg ik om de haverklap een "hi" of een "hello" toegeroepen, en vooral kinderen hielden me regelmatig staande om mijn hand te schudden en om hun Engels een klein beetje te oefen door te vragen van waar ik kom.

Het is best onwennig om er als toerist zo uit te steken, en echt speciaal behandeld te worden. In Europa valt het zo niet op dat ik toerist ben, zeker met mijn talenkennis, maar in India is het wel anders. Sommigen, met name rickshaw-bestuurders en zelf-benoemde gidsen, proberen daarvan misbruik te maken. Maar de gewone mensen zijn bijzonder eerbiedig en behulpzaam. Een andere anekdote illustreert dat nog meer. Diezelfde avond, toen ik vanuit Golkonda terug naar de Infosys campus moest, was ik enkele andere Indische ICM-deelnemers tegengekomen. Zij moesten niet naar Infosys, maar wel in dezelfde richting, dus we besloten om samen een rickshaw te nemen in die richting. Met vieren kropen we in de kleine rickshaw. Na ongeveer 11 van de 14 kilometer werd de rickshaw echter tegengehouden door een zwaantje. De capaciteit van het vehikel was immers maar drie personen en de verkeerspolitie kon er niet mee lachen dat er vier passagiers waren. De rickshaw ging dus aan de kant en de bestuurder en de politieagent waren plots verdwenen. Langs de weg waren enkele etensstalletjes en mijn Indische gezellen geraakten daar meteen aan de praat met een klant. Voor ik zelf kon vragen hoe ik nu verder moest, hadden ze geregeld dat deze klant mij in zijn auto zou meenemen en me bij Infosys zou afzetten, voor een verwaarloosbare fooi van 20 rupies (35 eurocent)!

(Het kan overigens nog veel avontuurlijker, zo blijkt uit de belevenissen van een andere ICM-deelnemer.)

Dat was Hyderabad en het International Congress of Mathematicians. Vanaf morgen ga ik wat rondreizen in India, eerst naar Udaipur en Jaipur, voor ik in Delhi Mark ga bezoeken, die een jaar geleden in Cambridge mijn kotgenoot was. Een verslag daarvan volgt natuurlijk op deze blog. Voorlopig moet ik het houden bij: groetjes uit Hyderabad!

Donderdag 12 augustus 2010, 13:44

Mijn eerste contact met Britse treinbegeleiders was eind 2008, toen ik in Cambridge de trein nam richting Manchester. Ik had een off-peak ticket met bestemming Levenshulme, een voorstad van Manchester, omdat ik daar zou overnachten. De norse en onvriendelijke conducteur vertrouwde me van geen kanten. Eerst dacht hij dat ik nog niet met een off-peak ticket op die trein zou mogen zitten, dat hing blijkbaar van de bestemming af en hij wist duidelijk niet waar Levenshulme lag. Aan het loket had men mij expliciet gezegd om die trein te nemen, dus ik was nog wel redelijk gerust, maar het duurde een hele tijd eer de conducteur zijn machientje dat ook bevestigde. En dan vertrouwde hij ook mijn jongerentreinkaart niet. Die had ik in de Cambridge Graduate Union aangeschaft en was daar blijkbaar niet 100% volgens het boekje ingevuld. Uiteindelijk was dan toch alles in orde, maar ik was ondertussen wel helemaal van Cambridge tot in Ely als een halve crimineel behandeld.

Die eerste indruk was gelukkig niet toongevend. Van mijn jongerentreinkaart werd er later nooit meer een probleem gemaakt, en zeker sinds ik in Leeds gebaseerd ben, is het reizen met de trein veel aangenamer. Het is een cliché dat hoe verder weg van Londen je gaat, hoe vriendelijker de mensen zijn, maar het is zeker waar voor treinbegeleiders. In Londen is iedereen gestresseerd en met het verkeerde been uit bed gestapt. In The North is iedereen veel gemoedelijker en vriendelijker. Je komt vaak conducteurs tegen die werkelijk plezier hebben in hun job en dat ook uitstralen op de reizigers. Door stations aan te kondigen als rocksterren op een festivalpodium, bijvoorbeeld: "Ladies and gentlemen, I present to you, you're very own... Harrogate!"

Dit weekend zat ik in een wagon waar de airco kapot was en de temperatuur dus nogal hoog opliep. Maar de charmante treinbegeleidster bood zo'n oprechte verontschuldigingen aan, dat niemand zich eraan stoorde. Iemand die toch even ging voelen of het in een andere wagon niet beter was, kwam al snel terug met de boodschap: "I'm not going down there, it's freezing!" Die andere wagon had een ander probleem: de buitenlaag van een dubbel raam was gebroken, en voor Health & Safety mocht er niemand naast dat raam zitten. "It's not our best train for you tonight, I'm afraid," aldus de conductrice over de intercom. Ach, ze zou ons zelfs tevreden hebben kunnen stellen met een beestenwagon.

Dat de treinen in het Noorden niet helemaal perfect zijn, is geen uitzondering. Het hele treinnetwerk van Engeland is op Londen georiënteerd. De treinen van en naar Londen zijn modern, snel, betrouwbaar en stipt. De East Coast trein van Leeds naar Londen heeft bovendien een quiet coach, waar je rustig kunt reizen zonder mensen die in hun gsm zitten te schreeuwen of zitten te lachen à la Janice van Friends. Wel moet je tickets naar Londen een maand op voorhand boeken als je je niet blut wilt betalen. Langs de andere kant, als je niet van of naar Londen reist, dat krijg je af te rekenen met slechte verbindingen en oude treinen. Maar zoals gezegd: de tickets zijn goedkoper, de mensen vriendelijker en de landschappen zijn prachtig. Voor een buitenlander kan het vreemd klinken hoe lyrisch een Engelsman kan zijn over de Britse countryside. Maar als je veel met de trein begint te reizen in Engeland, dan creëer je willens nillens een intieme band met de voorbijvliegende landschappen.

Neem bijvoorbeeld een Trans Pennine Express trein van Manchester naar Newcastle. Nauwelijks ben je Manchester uit, of de trein begin de heuvels van de Pennines de doorkruisen. Uit het raam zie je de dalen en heuvels passeren, met de Yorkshire dorpjes waar de tijd vele jaren geleden is blijven stilstaan. Vervolgens worden de heuvels iets platter en kondigt het Elland Road stadium de aankomst in Leeds aan. Van Leeds gaat het in een rechte lijn naar het middeleeuwse York, waar je met wat geluk een oude stoomtrein van het National Railway Museum kunt zien manouvreren. Kort na York zie je de pijl "Edinburgh, 200 miles" voorbijvliegen, en even later het monument dat het half way point tussen Londen en Edinburgh markeert. (In vogelvlucht is Leeds perfect in het midden tussen Londen en Edinburgh, maar omdat de treinen in het Noorden rond de heuvels moeten zigzaggen, is het half way point voor de treinen dus iets ten noorden van York.) Tevens passeer je het hotel The Sidings, dat grotendeels is opgemaakt uit oude treinstellen! Vervolgens rij je door de vlakte van de rivier Swale, met in de links in de verte de heuvels van de Yorkshire Dales en rechts in de verte de heuvels van de North York Moors, langs beide kanten plots statig uit de vlakte rijzend, als in het gedicht van Emily Dickinson. Alsof dat nog niet genoeg is, krijg je in Durham vanuit de trein een magnifiek zicht op de oude stad, met het kasteel en de kathedraal. Het laatste stukje tot Newcastle dan, waarlangs je de Angel of the North zou moeten kunnen spotten, maar ik heb tot nu toe nog niet op het juiste moment de juiste kant op gekeken. En juist voor het het neoklassieke station van Newcastle binnenrijdt, steek je nog de Tyne over, over een van de zeven iconische bruggen, met een uitzicht dat al het leuks aankondigt wat de Toon te bieden heeft.

Newcastle is inderdaad een stad waar het erg moeilijk is om je te vervelen. Newcastle staat bekend als de stad met het beste uitgaansleven in heel Groot-Brittanië. Die reputatie is niet noodzakelijk een goede zaak, want ze trekt honderden stag parties en hen parties (vrijgezellenavonden) aan, die wel voor wat overlast kunnen zorgen. Maar dat is enkel in het centrum. Wandel je iets verder, bijvoorbeeld naar de Ouseburn Valley, dan vind je een overvloed aan gezellige pubs ten midden van het industriële erfgoed. En de evenementenkalender is steeds overvol met leuke activiteiten. In juni was ik in Newcastle tijdens het EAT festival, met de wedstrijd waarbij gebak gemaakt werd in de vorm van bekende Newcastlese gebouwen. Afgelopen weekend stond er dan weer onder andere Liveoke (karaoke zingen met live-band!) en een optreden van Arockalypse Now op mijn programma. Arockalypse Now is een hard rock coverband met een heerlijke show en fantastisch-decadente looks (glam rock-punk-camouflagekleuren-groene schoenen-netkousen-...) die schitterende foto's opleveren. En hun muziek gaat van The Final Countdown (met een gescandeerd lalala-la in plaats van de synths) tot hard rock Vangelis (in deze video gezonden voor de deelnemers aan de Great North Run, de populairste halve marathon ter wereld).

Met dank aan de Newcastle CS groep voor een fantastisch Loony Toon weekend.

Loony Toon 2010

Vrijdag 6 augustus 2010, 12:23

Het volgende hoofdstuk van mijn zomerse omzwervingen:

La Seine qui se promène
Et me guide du doigt
Et c'est Paris toujours

En omdat ik toch naar Parijs ging, was het wel gemakkelijk om er enkele dagen België voor te plakken. In Brussel was er ook juist een grote zomerbijeenkomst van CouchSurfing, de ideale gelegenheid om Brussel een beetje beter te leren kennen. Belangrijkste ontdekking: als de zon schijnt, is het Jubelpark een prachtige plaats om te picknicken, frisbees te gooien en ballonnen hondjes te leren maken:

Ballonnen hondjes in het Jubelpark

Ander hoogtepunt tijdens mijn korte verblijf in België: de maisdoolhof bij 't ijsklompje in Meerle. Een gigantisch grote doolhof, waar je gemakkelijk anderhalf uur in kunt ronddwalen en waar je werkelijk in verloren kunt lopen. Bijzonder plezant.

Op naar Parijs dan, waar ik in de eerste plaats was voor het Logic Colloquium. Met vijf andere studenten uit Leeds had ik een appartement gehuurd aan de Place Jeanne d'Arc. In de straten rondom het appartement bevindt zich een overvloed aan groentewinkels, slagers, viswinkels, en bovenal boulangeries, met verse baguettes van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat en veel ander lekkers.

De locatie van de conferentie was iets minder ideaal: een gebouw met een ernstig ventilatieprobleem en dus een warme, bedwelmende lucht in de raam aula's. Niet de beste omstandigheden om naar wiskunde te luisteren... Maar ook een goed excuus om erop uit te trekken en Parijs te verkennen. Eerste indruk: Parijs is verdomd groot, ik was vergeten hoe groot wel. Ik heb het niet zo voor steden waarvan je het begin en het einde niet kan zien. Maar er zijn wel eindeloos veel attracties waar je op af kan trekken.

Enkele hoogtepunten? De Catacomben van Parijs bijvoorbeeld. Oorspronkelijk waren dit kalksteenmijnen, maar toen twee eeuwen geleden de Parijse kerkhoven overvol lagen en zelfs onhygiënisch begonnen te worden, besloot men de kerkhoven te saneren en de beenderen van de doden in de mijngangen te stoppen. Dat ondergronds ossuarium kan je nu dus bezoeken. In Tsjechië had ik eerder al het zeer indrukwekkende kostnice Sedlec bezocht, waar een kapel vol staat met kunstwerken gemaakt van menselijke beenderen. De Parijse catacomben zijn niet zo artistiek, maar er zijn wel meer beenderen. Véél meer. Miljoenen! Je wandelt door de ondergrondse gangen met langs beide kanten stapels beenderen van vloer tot plafond, en er komt maar geen eind aan. Het aantal mensen wier resten in de catacomben gestapeld liggen, is onwezenlijk.

Feitelijk zijn veel bezienswaardigheden in Parijs graven. Er is natuurlijk het kerkhof van Père Lachaise, waar je een eindeloze zoektocht kunt doen naar de graven van Chopin, Edith Piaf, Oscar Wilde, Proust, etc. Maar blijf wel weg uit de buurt van Jim Morrison's rustplaats, want de lucht daar wordt permanent vergiftigd door tientallen bedevaarders die er hun idool eren door een sigaret of een jointje te roken.

Verder is er het Hôtel des Invalides, waar Napoleon begraven ligt en waar ook een aantal museums (voornamelijke militaire geschiedenis) gevestigd zijn. Die museums zijn echter nogal onoverzichtelijk. Je kan weliswaar bijvoorbeeld het "blauwe traject" volgen om niet verloren te lopen, maar het is een gok wat je dan wel op dat blauwe traject zult tegenkomen, en als die blauwe lijn op een geven moment vijf verschillende richtingen uitgaan, dan geef je het op. Er is ook een interactief audiovisueel museum over het leven van Charles de Gaulle. Je krijgt een koptelefoon die automatisch het geluid oppikt van het dichtstbijzijnde videoscherm. Een leuk idee, maar regelmatig verspringt het geluid onverwachts, of weet je helemaal niet naar welk scherm je moet kijken. En een fundamenteel probleem waar ook veel andere musea zich aan vergrijpen: als je 200 uur beeldmateriaal ter beschikking stelt, dat moet je de bezoeker ook een structuur aanbieden; een rode draad met de belangrijkste stukken en de optie van die rode draad af te wijken en dieper in te gaan op een onderwerp dat je bijzonder interesseert. Anders kijk je de hele tijd naar videofragmenten met slechts een marginale relevantie.

Dan is het Panthéon wel interessanter: een indrukwekkend gebouw, een mooi panorama over Parijs van op de koepel, Foucault's pendulum in de hal, en in de crypte de graven van Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Émile Zola, de Curies en vele andere Franse grootheden. Elk graf wordt bovendien begeleid door een infopaneel met een korte maar interessante biografie van de dode.

Een ander hoogtepunt voor mij was het Musée d'Orsay. Het museum is gevestigd in een magnifiek gebouw (een oud treinstation) en stelt in te eerste plaats impressionistische werken tentoon van grootheden als Renoir, Monet, Van Gogh, Signac, Manet, Toulouse-Lautrec, Gauguin, Cézanne, Pissarro... Zeer de moeite waard.

Het museum voor moderne kunst in het Centre Pompidou was ook een positieve verrassing: een zeer grote collectie met vele boeiende en thought-provoking werken. Bovendien is fotografie toegestaan in het museum; joepie!

Mijn verblijf in Parijs viel samen met de aankomst van de Tour de France op de Champs-Elysées, dus dat was een niet te missen evenement. De Tour de France op de Champs-Elysées is echter zoiets wat je een keer moet meemaken om te kunnen zeggen "ik was erbij", maar wat je eigenlijk veel beter op tv kunt volgen. Als toeschouwer sta je urenlang je plaats te houden op de tweede rij, om dan nog niet meer te zien dan een streep voorbijkoersende schimmen. Op de Champs-Elysées komen ze dan gelukkig nog twee maal acht keer voorbij, maar feitelijk is het elke keer hetzelfde, het geeft je gewoon de kans om wat meer fotootjes te trekken. En als je dan na enkele ronden besluit om een beetje richting Arc de Triomphe te wandelen, dan sta je plots achter vier rijen toeschouwers in plaats van achter één, en zie je zelfs met mijn lengte helemaal niets meer. Maar toch: ik was erbij!

Woensdag 14 juli 2010, 18:52

De afgelopen twee weken was ik in de Azoren, een Portugese eilandengroep in de Atlantische Oceaan. Er zijn negen eilanden (de veel kleinere onbewoonde eilandjes niet meegeteld) met samen ongeveer 250 000 inwoners. De ietwat geïsoleerde ligging zorgt ervoor dat de Azoren niet zo bekend zijn en gespaard blijven van massa-toerisme. Ik zou er ook niet meteen zomaar naartoe reizen, maar de conferentie Computability in Europe werd er dit jaar georganiseerd; een ideale gelegenheid om de Azoren eens te verkennen.

De conferentie vond plaats in Ponta Delgada, de grootste stad van de Azoren, op het eiland São Miguel. Ik had echter het idee om vooraf enkele dagen op Terceira, een ander eiland, door te brengen, om zo een beetje meer van de Azoren te kunnen zien. De heenreis verliep niet zonder problemen. Ik vloog vanuit Londen via Lissabon naar Terceira. De vlucht Londen-Lissabon had echter anderhalf uur vertraging, omdat de luchtverkeersleiding in Frankrijk aan het staken was en daarmee het hele Europese vliegverkeerd overhoop lag. Bovendien was mijn bagage nog niet tot in Terceira ingecheckt. Er waren al wat problemen bij de check-in in Londen (ik heb vier verschillende balies afgelopen eer het lukte) en in al die chaos realiseerde ik me niet dat het niet klopte dat ik slechts tot Lissabon was ingecheckt. Een beetje een beginnersfout van mij misschien, maar de dame die mij uiteindelijk incheckte had toch ook mijn volledig vliegschema voor haar neus... Anyway, zelfs als mijn bagage al tot Terceira ingecheckt was geweest, dan nog had ik waarschijnlijk mijn aansluiting gemist. In Lissabon moest ik dus naar TAP Costumer Service, waar er een grote chaos heerste. De wachtrij was nog niet zo gek lang, maar aanvankelijk was er slechts één iemand om de gestrande reizigers te helpen. En dat ging dan nog bijzonder traag. Op den duur kwamen er enkele extra bedienden, die duidelijk allemaal schandalig incompetent waren, dus het bleef bijzonder langzaam gaan, mijn boze en voorstekende mensen tot gevolg. Op een geven moment moest de politie er zelfs even bijkomen. Na meer dan drie uur wachten werd ik dan eindelijk geholpen, door een dyslectische vrouw. Dat verzin ik niet, dat gaf ze zelf toe toen ze bijzonder veel moeite had om vluchtnummers neer te schrijven! Maar enfin, ik werd dan toch op kosten van TAP voorzien van een hotel voor de nacht en van een ticket voor de eerste vlucht van de volgende ochtend. Gelukkig waren al mijn vluchten met TAP: ik sprak met een koppel dat net als mij een aansluiting had gemist, maar met twee verschillende maatschappijen, en zij werden nergens geholpen.

De temperatuur op de Azoren is een erg aangename en standvastige 22°C, maar bewolking en mist blijft nogal vaak tegen de eilanden kleven. Tijdens mijn eerste dag op Terceira regende het de hele tijd. Gelukkig werd ik ontvangen door mijn CouchSurfing host Danilo, die mij meteen naar het huis van een vriend bracht om daar samen de WK-wedstrijd Portugal-Brazilië te bekijken. De wedstrijd deed de gemoederen hoog oplaaien, want in het gezelschap waren zowel Brazilianen als Portugezen, maar de eindstand was een teleurstellende 0-0. Na de voetbal werden gitaren bovengehaald en stembanden gesmeerd voor wat Portugese muziek. Ik had gelukkig mijn mondharmonica bij, een bijdrage die enthousiast onthaald werd. De muziek maakte het ondanks de regen toch een heel plezante namiddag. De muziek zorgde ook voor een leuke interactie met iedereen, ook degenen die geen goed Engels spraken. Mijn eigen Portugees is immers ook beperkt tot de teksten van Seu Jorges geniale Portugese versies van David Bowie-nummers, van op de soundtrack van The Life Aquatic.

Een van Danilo's vrienden is eigenaar van een zeilboot, en dus waren Danilo en ik de volgende dag uitgenodigd om deel te nemen aan een regatta. Het was gelukkig droog, maar de zee was behoorlijk wild. Op een grote boot heb ik nooit problemen met zeeziekte, maar het wilde schommelen van de kleine zeilboot werd mij toch teveel. Niettemin was het een gedenkwaardige belevenis, met veel mooie zichten vanop zee.

De regatta was onderdeel van het tien dagen durende São Joaninhas festival in Angra do Heroismo, de hoofdplaats van het eiland Terceira. Een ander aspect van het festival zijn de traditionele stierenrennen, die ik helaas gemist heb. Maar er was toch genoeg te zien in Angra do Heroismo. Het historische centrum is UNESCO werelderfgoed en de gebouwen zijn erg stijlvol. Helaas heeft de bescherming van de historische kern koning auto niet kunnen buiten houden. Het drukke autoverkeer wringt zich door de bijzonder smalle straatjes, en als er al een voetpad is van 30 cm breed is, dan is het steevast volledig versperd door geparkeerde auto's.

Het mooiste zicht op Angra heb je vanop Monte Brasil, een heuvel (of liever een groep van vier heuvels) die een klein schiereiland vormt. Angra zelf ligt verscholen in de baai gevormd door Monte Brasil en de rest van het eiland Terceira. Monte Brasil is een natuurreservaat met mooie wandelpaden en prachtige uitzichten over Angra en de zuidkust van Terceira.

Ook opvallend op Terceira (en in iets mindere mate op São Miguel) zijn de vele dry-stone walls tussen de velden. Het lijkt soms wel alsof je in Yorkshire bent.

Na Terceira trok ik dus naar Ponta Delgada op São Miguel, het grootste eiland van de Azoren. Ponta Delgada is de enige echte stad van de Azoren. Er is ook nog wel een historische kern, met diezelfde smalle straatjes waar de auto's je van de sokken rijden, maar het zicht van Ponta Delgada wordt meer en meer gedomineerd door lelijke hotelcomplexen, appartementsgebouwen, hypermarkten en andere grootstedelijke gedrochten.

De eerste dag op São Miguel dacht ik een wandeltocht te maken in de heuvels, maar ook hier werd ik verwelkomd door stortregen. Ik ging dus maar op zoek naar een goede topografische kaart van het eiland. Dat werd uiteindelijk een hele queeste. In boekenwinkels was er niets te vinden en ook op de toeristische dienst kon men mij enkel een lelijke en ongedetailleerde wegenkaart geven. Nochtans bestaat er wel een topografische kaart. Fragmenten ervan zijn te vinden in brochures van wandelroutes en er is ook een online viewer die uitsluitend in IE werkt. Maar een gedrukte kaart van het volledige eiland wordt blijkbaar niet verspreid. Zelfs de vriendelijke bedienden van de openbare bibliotheek konden mij niet helpen aan een moderne topografische kaart. Maar als beloning voor mijn zoektocht, toverden ze wel deze prachtige kaart, opgetekend in 1844 door A.T.E. Vidal van onder het stof:

São Miguel oude kaart
Klik voor grotere versie.

Zoals je kunt zien op de kaart, zijn er een aantal grote meren op São Miguel. De meren van Sete Cidades zijn waarschijnlijk de beroemdste. Ik vond echter het uitzicht op Lagoa do Fogo mooier en indrukwekkender. Toegegeven, bij Sete Cidades was het bewolkt, terwijl Lagoa do Fogo in de zon lag te schitteren.

De excursie die door de CiE conferentie werd georganiseerd, bracht ons naar Furnas. Ook daar is er een meer, maar Furnas is meer bekend omwille van de hete bronnen (veroorzaakt door vulkanische activiteit). In het mooi aangelegde Terra Nostra park is er ook een groot zwembad met natuurlijk warm water. En voor het conferentiediner kregen we vlees en groentjes die men in een pan onder de grond had gestopt, en die zo door de hete aarde gestoofd waren: erg lekker. De vegetariërs kregen overigens een speciale behandeling. Zij zouden al lang tevreden geweest zijn met enkel de lekkere gestoofde groentjes, maar neen, er zou een speciaal vegetarisch gerecht komen. Een kwartier later komen de obers dan eindelijk af met het vegetarisch gerecht: op het bord één gigantische omelet natuur, met de vorm en ook het gewicht van een baksteen, verder een hoop slappe, onsmakelijke frietjes, en dat was het! Omelet en frieten, en geen enkel groentje. En dan kwam het nog juist op het moment dat de rest hun bord ongeveer leeg had, zodat de vegetariërs ook geen groentjes meer konden bedelen bij de vleeseters! Redelijk hilarisch, deze Azoorse versie van vegetarisch eten. Zelfs de vegetariërs zelf konden een scheve lach niet onderdrukken.

Het openbaar vervoer op São Miguel is voor verbetering vatbaar. Niet alleen zijn er op de meeste lijnen slechts enkele bussen per dag, bovendien moet je er meestal naar raden wanneer die komen. In de bushokjes hangen geen uurroosters uit, enkel de busstations van de grotere gemeentes hebben informatiepanelen. En vraag vooral niet voor informatie op de toeristische dienst van Ponta Delgada, want de tijden in het foldertje dat zij geven, kloppen van geen kanten. Derhalve besloten we met vieren voor een dag een auto te huren om het eiland rond te trekken. Zo'n tocht is niet zonder hindernissen. Zo vindt er in elk dorp elke dag wel een optocht of religieuze processie plaats, waarvoor de doorgaande en énige weg door het dorp voor onbepaalde tijd volledig wordt versperd. En er zijn ook grote wegenwerken aan de gang, om een aantal expreswegen aan te leggen. Deze wegenwerken zijn omstreden, vanwege de grote impact op het landschap. Bovendien veroorzaken ze onmeetbare frustratie waar de bestaande weg wordt geupgraded tot expresweg. Zo moesten we langs de noordkust ácht (!) lange secties afwisselend verkeer doorkruipen. Bij de eerste keer zeg je: "ach, afwisselend verkeer, even wachten". Bij de tweede keer zeg je: "pfff, nog één." Bij de derde keer wordt je boos. Bij het zien van het áchtste bord gevaar, verkeerslichten krijg je een pertinente drang om de auto pardoes in het ravijn te sturen in plaats van nog eens vijf minuten voor het rood te wachten. Anyway. Zes uur later, na het avondeten in Povoacão, waren we in het donker terug op weg naar Ponta Delgada. Vanaf Furnas wilden we de weg langs de zuidkust nemen, die ook de kortste weg is. De wegwijzers stuurden ons echter terug langs de noordkust, iets wat we in het donker pas veel te laat doorhadden, namelijk wanneer we weer midden in dezélfde wegenwerken belandden, met zes van de acht stroken afwisselend verkeerd nogmaals over te doen in de andere richting! RAGE!

Dat alles tegenstaande; het is wel de moeite om een auto te huren en rond te rijden. Ponta Delgada mag dan wel niet zo'n mooie stad zijn, de natuur en de dorpjes van São Miguel zijn doorgaans wél prachtig. Ik heb al gesproken over Sete Cidades, Lagoa do Fogo en Furnas. Verder is ook het prachtige strand van Mosteiros memorabel. In Ribeira Grande woonde ik de traditionele paardenrennen Cavalhadas de São Pedro bij. En Vila Franca do Campo (de eerste hoofdstad van São Miguel, tot in 1522 een zware aardbeving en de daarop volgende grondverschuiving de stad volledig verwoestte) is een gezellig kustdorpje, met de Senhora da Paz kapel prachtig gelegen op de heuvel boven het dorp. Ook de uitzichten langs de wegen zijn vaak prachtig. São Miguel doet zijn bijnaam "het groene eiland" eer aan. Letterlijk om de 200m mooie en propere picnicplaatsen, waar de locale bevolking van 's ochtends tot 's avonds staat te barbecueën.

Het was een mooie reis. Toch ga ik niet meteen spontaan terug naar de Azoren reizen, ook al zijn er nog zeven eilanden te ontdekken. De ligging is immers toch vrij afgezonderd en de bezienswaardigheden zijn net niet uniek genoeg om dat te compenseren. Vulkaankraters, hete bronnen en walvis spotten had ik bijvoorbeeld allemaal al in april in IJsland, en daar was alles toch nog spectaculairder. Maar als er nog eens een wiskundeconferentie plaatsvindt in de Azoren, dan ben ik zeker weer van de partij!

You just gotta love CouchSurfing! Hoe anders kom je, in een jou onbekende stad (Newcastle), meteen terecht in een festival-themed feestje, compleet met tenten, hangmatten, voor de gelegenheid gemaakte armbandjes, bouncer-robot, authentieke flipperkast, zelfgemaakte ijscrème en Poolse snacks, en onder de aanwezigen een Italiaan die voor zijn werk regelmatig contact heeft met Aarschot! Deze Italiaan werkt namelijk in Newcastle voor Procter and Gamble, die ook eigenaar zijn van de Duracel-fabriek in Aarschot. Het gebeurt niet vaak dat er op mijn

"I'm from a town called Aarschot, it's quite small, you wouldn't have heard about it,"

een

"Oh, you're from (correcte uitspraak:) Aarschot! I talk with people in Aarschot every day!"

volgt! Overigens blijken zijn contacten in Aarschot nogal lastposten te zijn. Ik was letterlijk de éérste vriendelijke mens uit Aarschot die hij had ontmoet!

Mijn host in Newcastle, Colin, was ondertussen aan het stressen over de afwerking van een cake die hij aan het maken was in de vorm van het gerechtsgebouw van Newcastle. Die werd zondagnamiddag samen met een 50'tal andere cakes in de vorm van bruggen, kerken, parkeergarages, etc. geplaatst op een 10m x 10m plattegrond van Newcastle. Resultaat: een soort eetbare versie van mini Europa. Of ook wel: een simulatie van de impact van een zware aardbeving op Newcastle. De warme zomerzon deed sommige gebouwen immers in elkaar smelten en de Millennium Bridge stortte in. Toch was het een schitterend zicht, de foto's doen het water in de mond lopen. En eens de beste cakes verkozen waren, kon het smullen beginnen! Dat alles was overigens de apotheose van het Cakebook project, een onderdeel van het EAT festival.

Door al die activiteiten heb ik niet veel tijd gehad om Newcastle zelf te verkennen. Opnieuw afspraak in Newcastle voor Loony Toon in augustus dus.

P.S.: Geen paniek. Chili zal Spanje wel verslaan, en wij kloppen Zwitersland wel met twee doelpunten verschil. En dan moeten we ook er nog voor zorgen dat het verschil waarmee wij winnen plus het verschil waarmee Spanje verliest minstens vier bedraagt. En als het juist vier bedraagt, dan moeten wij bovendien drie doelpunten meer scoren dan Spanje. Mijn voorspelling voor de laatste speeldag in groep G is dus: Honduras 3 - Zwitserland 0 en Spanje 0 - Chili 1.

Woensdag 16 juni 2010, 23:51

De voorbije twee weken was ik nog eens terug in België, het land met de politieke stabiliteit, de vieze rook in de café's, de luide brommers. Maar toch is het altijd een plezier om nog eens gewoon terug thuis te zijn. Bij zicht van het Aarschotse begijnhof en de Onze Lieve Vrouwekerk stond ik vroeger nooit stil, maar toen ik vanaf het station langs de Statiestraat naar huis wandelde, voor het eerst in vijf maanden, gaf de lentezon een sublieme charme aan de historische kern van Aarschot, of all places. Als kers op de taart zijn de 's Hertogenmolens gerenoveerd tot brasserie/hotel. De historische molens over de Demer zijn daarmee eindelijk in ere hersteld, al is de kleur van het hotel wel een beetje verkeerd uitgevallen: de bedoeling was om een ijzerzandsteenkleur te krijgen, maar het resultaat is pijnlijk paars... Binnenkort komt er ook nog de wandelkade langs de Demer bij, en een verkeersvrije Grote Markt. Aarschot centrum wordt steeds aangenamer!

Mijn thuiskomst werd meteen in het groot gevierd, zelfs op de voorpagina van de Focus Knack: "Heet en hitsig: Stijn is terug"!

Stijn is terug Focus Knack

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om ook eens het Musée Magritte Museum in Brussel te bezoeken, dat juist één jaar bestaat. De ingang van het museum is op niveau -2, waarna je met de lift naar +3 gaat en dan geleidelijk aan door de tentoonstelling terug afdaalt. In plaats van mij gewoon naar +3 te sturen, vroeg de securitymens die de lift bediende mij echter onderdanig: "Quel étage s'il vous plaît?" Blijkbaar leek de voorkant mijn Wina t-shirt nogal op de officiële kledij van het Museum voor Schone Kunsten (waar het Magritte-museum deel van uitmaakt) en had hij mij voor personeel aanzien, ook al had ik een audiogids om de nek hangen! Ik was echter niet gewiekst genoeg om me naar geheime museumschatkamers te laten brengen...

Het Musée Magritte Museum stelt een zeer grote en diverse collectie van Magritte-werken tentoon. Hoewel veel van de beroemdste Magrittes elders zijn tentoon gesteld, zijn er in Brussel toch ook enkele absolute blikvangers zoals L'Empire des Lumières. Maar de voornaamste verdienste van het museum is het boeiende inzicht dat het geeft in de ontwikkeling van de stijl en de symboliek van Magritte. De audiogids geeft veel informatie, maar de meest leerrijke methode om het museum te verkennen is te luistervinken bij de gidsen die lagere schoolkinderen rondleiden. Waarom worden volwassenen verondersteld de voorkeur te geven aan een droge, eindeloze feitenopsomming, boven een engagerende en beperkte maar toch bijzonder leerzame rondleiding op kindermaat? Het is niet eerlijk!

Verder trok in Brussel ook op pad met Novi, die ik nog kende van op de International Mathematics Competition for University Students twee jaar geleden, en drie van haar Leidense jaargenoten. Zo ontdekte ik dat je vanop de dakverdieping van parkeergarage Parking 58 best een aardig uitzicht over de Brussel hebt. Ook bezocht ik voor het eerst het Dérilium Café, waar ik al veel over gehoord had, maar nog nooit zelf was binnen gestapt. Het café bezit het Guinnes wereldrecord "meeste bieren in aanbieding". Het naslagwerk dat voor menu doorgaat, bevat meer dan 2000 soorten bier. Van de Mexicaanse bieren die wij wilden proberen, was de helft wel al uitverkocht. Wel in stock: Duff Beer uit The Simpsons! De real-life versie wordt in Duitsland gebrouwen. De smaak is nog slechter dan je zou verwachten, maar de foto is goud waard.

Duff beer

Ondertussen is de wereldbeker ook begonnen! Voor Engeland-U.S.A. hield ik mij gelukkig nog in Antwerpen schuil. Komende week zal ik mij echter wel in de volle massahysterie bevinden wanneer Engeland hopelijk Algerije en Slovenië plat walst. En voor Portual-Brazilië op 25 juni zal ik mij in de Azoren bevinden, dat wordt ook interessant!

Mijn eigen team Honduras heeft ondertussen een hopeloze 1-0 nederlaag geleden tegen Chili. Het zat er wel aan te komen. De laatste twee oefenwedstrijden waren een 0-0 gelijkspel tegen Azerbeidzjan en een 0-3 nederlaag tegen Roemenië. David Suazo geraakte niet fit voor de openingswedstrijd en tot overmaat van ramp liep "Rambo" De Leon maandag een zware blessure op, waardoor hij het WK gedag moest zeggen nog voor het begonnen was. Rambo scoort normaal gezien een doelpunt bij elke vrije schop binnen de 40 meter van de goal. Ironisch genoeg had dat vandaag nog slechts een 1-1 gelijkspel opgeleverd, want van de 21 overtredingen die de Chilenen begingen, was er slechts één op schietafstand van hun goal. Dat zegt pijnlijk veel over aan welke kant van het veld het meest gespeeld werd... Gelukkig is door de heroïsche 1-0 zege van Zwitserland tegen Spanje nog alles mogelijk in groep H.

Wie er met drie wedstrijden per dag nog geen genoeg van kan krijgen, kan overigens reenactments van de mooiste fases bekijken... met lego-figuurtjes in stop motion! Inclusief herhalingen en vreugdedansjes!

Zaterdag 29 mei 2010, 12:39

"Fern was up at daylight, trying to rid the world of injustice. As a result, she now has a pig. A small one, to be sure, but nevertheless a pig. It just shows what can happen if a person gets out of bed promptly." [E.B. White]

Tsja, ik zou er een les uit moeten trekken en ook eens proberen wat vroeger op te staan. Maar ik ben sowieso al iemand die vooral 's avonds leeft en het studentenleven resoneert daarmee, zodat mijn nachtritme steeds verder weg dreigt te schuiven. Een erg normaal verschijnsel onder doctoraatsstudenten. Wie voor 10 uur al achter zijn bureau zit, krijgt meer verbaasde blikken dat wie na 10 uur nog achter zijn bureau zit. Respectievelijk 's ochtends en 's avonds, that is.

Hoe ziet het leven van een PhD-student eruit? Is het echt zoals in PHD Comics? Jawel. Pijnlijk veel.

Maar wat dóén doctoraatsstudenten in de wiskunde dan eigenlijk? Wel. Er zijn twee versies. De ene utopisch, de andere realistisch. In de utopische versie zitten we de hele dag voor mijn bureau met een stapel papier, een pen en een prullenmand. We staren gedurende een uur op een blanco vel papier, krabbelen er dan (eureka!) een boeltje rare symbolen op (samengeraapt uit een veelvoud aan beschavingen van vroeger en nu, en voor de fun nog een paar zelf verzonnen karakters ertussen ook), om vervolgens weer en paar uren op die kribbels te staren en uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het eigenlijk toch allemaal niet klopt en het papier in de prullenbak verdwijnt. (Het gebruik van de prullenmand is, zoals alom bekend, wat de wiskundigen onderscheidt van de filosofen.) Het uiteindelijke doel is om na een jaar of drie enkele pagina's te hebben die aan de prullenbak zijn ontsnapt en die tot een thesis kunnen uitgewerkt worden.

Maar in werkelijkheid laten we al die moeite natuurlijk voor wat ze is, en gaan we in de plaats samen een kaartje leggen, een balletje trappen of een pintje drinken, al naar gelang de goesting van het moment. En dat is een leventje dat mij best bevalt. Het is het beste van twee werelden. Het studentenleven zonder de examens, maar tegelijk een studiebeurs die zorgt voor een inkomen, zonder daarvoor een job in de scary real world te moeten nemen.

Natuurlijk heb ik wel wat verplichtingen. Tijdens de lesweken moet ik enkele uurtjes voor teaching assistent spelen en er wordt van mij een regelmatige deelname aan relevante seminaries verwacht. Bovenal moet ik regelmatig mijn supervisors gedag zeggen en tevreden houden. Maar ook zij laten mij bijzonder vrij om zelf uit te zoeken wat me interesseert en ik mag me op eigen tempo in de stof te verdiepen. Men vertrouwt er blijkbaar in, dat wie het al tot doctoraatsstudies geschopt heeft, wel genoeg zelfdiscipline heeft om op zichzelf goed te werken. En zelfs als dat fout loopt, dan zullen veel promotoren nog eerder zichzelf verwijten dat ze hun studenten niet geïnteresseerd hebben kunnen houden, dan dat ze kwaad worden op de student.

Ik heb dus bijzonder veel vrijheid over hoe ik mijn tijd en mijn studies indeel. Formeel gezien heb ik recht op vijf weken vakantie per jaar, plus de dagen wanneer de universiteit gesloten is, dat is nog eens een tweetal weken per jaar erbij. Maar in de praktijk maakt het niemand iets uit of ik eens en dag verlof neem, welke uren ik werk, of ik thuis, op de universiteit of waar dan ook werk.

Die vrijheid heb je als wiskundige ook wel nodig. Problemen moeten kunnen rijpen. Inzicht komt niet op commando, maar ontwikkelt zich op eigen tempo. En dus moet je ook werken wanneer die inzichten naar boven komen. Zo was ik afgelopen dinsdag zelfs nog tot middernacht aan het werken. Niet omdat er een deadline zat aan te komen, gewoon uit vrije wil, omdat ik boeiende wiskunde aan het uitwerken was. Dat is nu wel een uitzondering, de enige andere keer dat ik om middernacht nog op bureau zat, was toen we er een spelletjesavond hielden.

Een bijkomende bonus van het doctoreren is dat je voor je studies naar een boel conferenties kunt gaan, vaak in exotische landen of hippe steden. Reiskosten kunnen regelmatig zelfs worden teruggevorderd, van de Universiteit van Leeds (al is die wel een klein klein beetje in geldnood) of van de organisatie van de conferentie. Zo ga ik deze zomer naar de Ponta Delgada op de Azoren voor CiE, naar Parijs voor het Logic Colloquium en naar Hyderabad in Indië voor het International Congress of Mathematicians. Die eerste twee zijn conferenties in mijn onderzoeksgebied. Het ICM is een heel ander beest. Het is de grootste en beroemdste aller wiskundeconferenties, die elke vier jaar plaatsvindt plaatsvindt, al sinds 1896. Het is op het ICM dat Hilbert in 1900 zijn invloedrijke lijst van 23 problemen presenteerde en het is op het ICM dat de Fields Medals worden uitgereikt. Mijn reis naar Indië zal ik weliswaar uit eigen zak moeten betalen, maar ik koppel er ook nog enkele weken Indië-reis aan vast, en ik ga Mark (die mijn huisgenoot was in Cambridge) bezoeken in Delhi, dus dat wordt zonder twijfel de moeite.

Het mag dus wel duidelijk zijn dat mijn leven als doctoraatsstudent me voorlopig wel bevalt. Er zal met de tijd wel meer druk komen om open problemen aan te vallen en meer origineel werk te leveren. Momenteel hou ik mij nog meer bezig met boeiende stukjes wiskunde die al goed gekend zijn. Ik zou me daar eindeloos mee kunnen bezighouden, er bestaat al zo'n gigantische hoop wiskunde die het leren en begrijpen waard is. Op een gegeven moment zal ik mijn aandacht toch naar onopgeloste vragen moeten verschuiven. Die open problemen zijn meestal moeilijker of niet zo aantrekkelijk - ze zijn nog onopgelost voor een reden natuurlijk. Maar ik zal me op termijn toch op open problemen moeten gooien. Ik zal altijd bijzonder graag wiskunde doen, maar of er voor mij nog een carrière in de wiskunde inzit, zal er vooral van afhangen hoe goed dat originele onderzoek me zal bevallen.

P.S.: Honduras is op trainingskamp in Oostenrijk, als voorbereiding op het WK. Donderdag speelden ze 2-2 gelijk in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Wit-Rusland. Nog steeds veel te oefenen dus, en niet alleen wat betreft het zingen van het volkslied... Maar de twee goals geven wel hoop: Vrijetrappenspecialist "Rambo" De León staat duidelijk op scherp en Georgie Welcomes indrukwekkende invalbeurt werd beloond met de 2-2. Dat de keeper van Wit-Rusland twee keer nogal in de fout ging, vergeten we maar even. Volgende week staan nog twee oefenwedstrijden op het programma, tegen Azerbeidzjan en Roemenië.

Donderdag 20 mei 2010, 12:35

Is het niet raar hoe het poppenspel zo onlosmakelijk verbonden is aan kinderprogramma's? Er is Sesamstraat, The Muppet Show en natuurlijk Samson. Terwijl, als je ziet welk een emotionele uitdrukkingskracht je al kan vormen met zandtekeningen, wat moet er dan wel mogelijk zijn met poppen? Toch worden poppen vrijwel nooit gecast in een andere rol dan als entertainment voor kinderen. Al zijn er enkele uitzonderingen op die regel.

Eerste uitzondering: Spitting Image, een Engelse satire uit de tijd van Maggie Thatcher en John Major. Veel fragmenten van Spitting Image zijn nog steeds grappig en actueel. Hun überkitsch zomerhit The Chicken Song uit 1986 is ook tijdloos; de gedachte dat ook de Kabouterdans hier de mosterd is gaan halen is onvermijdelijk. Toch is de reeks inmiddels flink gedateerd. De politici en andere beroemdheden die werden belachelijk gemaakt, zijn nu niet meer zo gekend, zeker niet buiten Engeland.

Een tweede uitzondering is Thunderbirds; een Britse science fiction tv-serie uit de jaren '60 met poppen. Ik heb nooit echt naar Thunderbirds gekeken, dus ik kan niet zeggen hoe veel de serie waard is. Maar een belangrijke verdienste van Thunderbirds is alleszins dat het een inspiratiebron was voor Team America: World Police, de derde uitzondering op de regel. Team America is een volledige poppenfilm uit 2005, geschreven door Trey Parker en Matt Stone, de makers van South Park. Het is behoorlijk bizar dat ik, als groot South Park fan, tot voor kort nog niet eens gehoord had van Team America. Bizar, en een schande eigenlijk, want Team America is zonder meer geniaal, over de hele lijn. South Park heeft vaak minder grappige afleveringen, maar de rest van de afleveringen is zó briljant dat een slippertje snel vergeven is. In Team America blijven de zwakke momenten echter afwezig, er wordt van begin tot eind met scherp geschoten:

Well, uh being a dick ain't so bad. See, there are three kinds of people: dicks, pussies and assholes. Pussies think everyone can get along and dicks just want to fuck all the time without thinking it through. But then you got your assholes. And all the assholes want is to shit all over everything. So pussies may get mad at dicks once in a while because... pussies get fucked by dicks. But dicks also fuck assholes! And if they didn't fuck the assholes, you know what you'd get? You'd get your dick and your pussy all covered in shit!

Team America is een karikatuur op Amerika's war on terror, zonder een sterk politiek standpunt in te nemen: ook de pacifisten en 'onderhandelaars' komen er namelijk niet goed vanaf. De film op zich is ook een parodie op het actiefilm genre en Hollywood wordt flink door het slijk gehaald. Wat dacht je van het volgende als tekst voor een liefdesliedje:

I miss you more than Michael Bay missed the mark
When he made Pearl Harbor
I miss you more than that movie missed the point,
And that's an awful lot, girl

Zoals je al merkt: de humor van Team America is South Park-humor op z'n best. Ook de gekunstelde en geknutselde stijl van South Park is terug te vinden in Team America. Toch is er ook erg veel aandacht voor detail. (Bekijk zeker de extra's op de dvd die je een fascinerende blik geven in de making of.) Team America toont hoe creatief je kan zijn met poppen, als je tenminste een klein beetje outside the box denkt. Hopelijk inspireert dit andere filmmakers om de grenzen van het poppenspel verder te verleggen. Maar zij zullen van goede komaf moeten zijn om de grappigheid van Team America te overtreffen!

P.S.: nog 22 dagen te gaan...

Catracho

Oudere blog-berichten