Cambodja

Zondag 12 april 2015, 19:57

(Alle foto's van Cambodja.)

De Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh was het eerste reisdoel van mijn Zuidoost-Azië-reis. Om de jetlag en cultuurschok een beetje te verzachten, besloot ik mij te verwennen met een relatief luxueus hotel (voor mijn doen). Phnom Penh heeft niet veel hoogbouw. De vijftien verdiepingen van het Okay Boutique Hotel in het centrum van de stad steken dan ook vrijwel overal bovenuit. Zowel vanuit mijn kamer als vanuit het zwembad op het dak, had ik een perfect uitzicht over de mooie gouden daken van het Koninklijke Paleis.

Phnom Penh heeft een aantal parken met kleurrijk verlichte fonteinen waar de lokale jeugd 's avonds in groepen van wel 100 jongeren synchroon dans- en fitnessbewegingen komt uitvoeren op populaire Cambodjaanse muziek. Helaas zijn die parken vaak omringd door extreem drukke straten zonder oversteekplaatsen, en moet je je leven riskeren om er überhaupt te geraken. Het verkeer is soms werkelijk suïcidaal. Links afslaan, ook op een drukke zesvaksbaan, doe je door uiterst links de bocht te nemen en dus al spookrijdend op de hoofdstraat terecht te komen. Naargelang het tegemoetkomende verkeer verplicht is om te vertragen en uit te wijken, kan jij je naar rechts, naar de juiste kant van de weg, werken... Toch zit er vaak ook een systeem in de waanzin. Op drukke kruispunten zonder verkeerslichten heeft de ene rijrichting vrije baan, terwijl de wachtende bestuurders centimeter per centimeter naar voren kruipen. Op den duur is het kruispunt in de eerste richting volledig geblokkeerd en kan er in de andere richting doorgereden worden. Zo begint het hele spelletje opnieuw met omgedraaide rollen. Een simpel en verbazingwekkend efficiënt systeem!

Twee van de belangrijkste attracties in Phnom Penh herinneren aan het bloederige regime van Paul Pot's Rode Khmer in de jaren 1975-'79. Zijn leger bestond vooral uit gebrainwashte teenagers, met name weeskinderen die hun ouders verloren hadden bij Amerikaanse bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. Zij zetten een massale gedwongen volksverhuizing in gang, weg uit de steden richting platteland, waar in primitieve omstandigheden gewerkt moest worden. Alle moderne en intellectuele elementen werden genadeloos uitgemoord. Honderdduizenden mensen kwamen zonder reden in foltergevangenissen terecht, en van daaruit vrijwel zonder uitzondering in de massagraven van de killing fields.

De S-21 gevangenis in Phnom Penh, in een voormalig schoolgebouw, is nu de locatie van het Tuol Sleng genocidemuseum. Zo'n 17.000 gevangenen kwamen hier voorbij gedurende vier jaar. Slechts twaalf konden tijdens de bevrijding door het Vietnamese leger levend ontsnappen. De meeste anderen kwamen in de massagraven van de Choeung Ek killing fields terecht. Choeung Ek is nu een gedenkcentrum, waar toeristen met een uitstekende, beklijvende audiogids rondgeleid worden.

Als je berekent hoeveel mensen hier gemiddeld per dag vermoord werden (12 - elke dag - vier jaar lang), is het resultaat vast noch afschrikwekkender dan het onvatbare totaal van 17.000. En toch is het maar een topje van de ijsberg. In heel Cambodja waren er honderden zulke foltergevangenissen en killing fields. Bijna twee miljoen mensen, zo'n kwart van de hele bevolking, kwamen om tijdens het regime van de Khmer Rouge. Ongeveer de helft werd vermoord, de andere helft stierf door hongersnood.

De Khmer Rouge werd in 1979 met hulp van het Vietnamese leger verdreven. Toch bleef de Khmer Rouge tot in de jaren '90 (!) de officiële vertegenwoordiger van Cambodja in de Verenigde Naties. Het westen zag blijkbaar liever genocide door de vingers dan een communistisch regime te erkennen... Onvoorstelbaar.

Verder terug in de tijd heeft Cambodja gelukkig ook veel betere tijden beleefd. Het bekendste voorbeeld hiervan is het Angkor Archeological Park. In Angkor stamt alles uit de bloeiperiode van de Khmer-dynastie, van de 9de tot de 12de eeuw, toen er in sneltempo tempels en andere indrukwekkende monumenten gebouwd werden. Tussen de tempels is er geen accommodatie. In het nabijgelegen Siem Reap, de derde stad van Cambodja, is er des te meer keuze: van primitieve kamers tot Las Vegas-achtige luxehotels. Iedereen wil immers Angkor bezoeken, van rijke gepensioneerde tot arme backpacker. Ondanks de grote bezoekersaantallen, kan je relatief ongestoord de vele tempelruïnes ontdekken, vooral als je zelfstandig met de fiets onderweg bent, in plaats van per bus, taxi of tuktuk. Zelfs de populairste tempels zoals Angkor Wat en Bayon hebben verborgen hoekjes waar nauwelijks een toerist te zien is.

De meeste tempels liggen langs een van twee concentrische cirkels. Zowel de kleine als de grote ronde zijn doenbaar met de fiets, als je vroeg genoeg start. Eentonig wordt het nooit. Het is altijd spannend wat er als volgende komt. Een kleine tempel of een hele stad? Een nauwkeurig gerestaureerd bouwwerk of een ruïne met reusachtige bomen die tussen de stenen groeien? Een piramide waarop je tot boven kan klimmen of een afgesloten gebouw waar je alleen maar rond kan lopen? Met beeldhouwwerken van dieren of gigantische gezichten? Elke tempel heeft wel iets nieuws te bieden.

Met drie andere reizigers maakte ik ook een lange daguitstap naar Beng Mealea, Koh Ker en Preah Vihear. Beng Mealea is een ruïne die slechts beperkte restauratie heeft ondergaan en door veel bomen overgroeid is, maar daardoor wel erg fotogeniek is. Koh Ker is een groter complex met verschillende tempels. De piramidevormige Prasat Krom is de grootste, en kan dankzij een nieuwe trappenconstructie sinds kort weer beklommen worden, een positieve verrassing voor ons. Mis ook zeker de door bomen 'omarmde' torentjes van Prasat Bram niet. Het tempelcomplex van Preah Vihear, tot slot, is spectaculair gelegen op een heuvel langs de grens met Thailand, en behoort net als het Angkor Archeological Park tot het UNESCO Werelderfgoed. Een grensconflict tussen Cambodja heeft hier voor het laatst in 2011 voor gevechten gezorgd. Sindsdien is het rustig gebleven. Een oordeel van een internationaal gerecht in 2013 wordt schijnbaar door beide partijen geaccepteerd. Er is een duidelijke (maar opvallend ontspande) militaire aanwezigheid in het gebied. Door Buitenlandse Zaken wordt nog steeds afgeraden om Preah Vihear te bezoeken. Zolang je eventuele nieuwe ontwikkelingen in het oog houdt, zie ik zelf echter geen reden om er weg te blijven.

Angkor en omgeving is naar Cambodiaanse normen eerder duur, maar je ziet tenminste dat het geld nuttig besteed wordt. Alles wordt relatief goed onderhouden en groene kuisploegen die afval verzamelen zijn alomtegenwoordig. Dat is wel een paar extra Amerikaanse dollar respectievelijk een extra tienduizendtal Riel waard. Die twee munteenheden worden in Cambodja immers parallel in gebruik met een wisselkoers van 1 USD = 4000 KHR; de dollar eerder voor grotere bedragen, de Riel enkel voor kleinere aankopen. Om het nog een beetje gemakkelijker te maken zijn er van beide munteenheden enkel briefjes in omloop...

Na vijf nachten was mijn verblijf in Cambodja alweer voorbij. Te weinig om het land echt goed te leren kennen, maar wat betreft de toeristische hoogtepunten heb ik zeker het belangrijkste wel gezien. En dat was zeker ook al de moeite waard. Next stop, Luang Prabang, Laos...