Blog: Thailand

Dinsdag 12 mei 2015, 23:03

(Alle foto's van Thailand.)

Vanuit Vientiane de First Thai-Lao Friendship Bridge overstekend, kwam ik Thailand binnen in Nong Khai in de Isaan-regio. Relatief weinig toeristen komen hier. De bezienswaardigheden liggen vrij ver uit elkaar en worden zelden door westerse toeristen bezocht, zodat je als grote Europeaan soms zelf een bezienswaardigheid wordt voor de Thaise bezoekers. In het sculpturenpark van Sala Keoku was er net een schoolgroep op bezoek. Niet alleen de leerlingen, maar ook de leerkracht kon er niet aan weerstaan met mij voor een foto te willen poseren. Sala Keoku is nochtans nog niet zo afgelegen. Het park is op fietsafstand van het centrum van Nong Khai. Sala Keoku is ontworpen door Bunleua Sulilat, die een soort visie van "religieuze beeldhouwkunst die boven alle religieuze verschillen uit staat" had. Het resultaat is een surreële verzameling van betonnen figuren, sommigen wel 25 meter hoog. De betekenis is niet altijd even duidelijk, maar fantastische foto's levert Sala Keoku in ieder geval op.

Mijn volgende bestemming was de markante tempelberg van Wat Phu Tok. In plaats van een omslachtige reis van een kleine 200km met openbare bus en tuktuk, besloot ik om voor de hele dag een taxi te huren, die me meteen ook naar mijn volgende bestemming in Udon Thani zou brengen. De prijs van 3000 bath (85 euro) had ik daar graag voor over. De lange reisweg was absoluut de moeite waard. De rotswanden van Wat Phu Tok steken goed 100 meter boven een uitgestrekte vlakte uit. Een tempel werd hier pas relatief recent, in 1968, opgericht. De monniken hebben in de jaren daarop langs de hele rots trappen en wandelpaden gebouwd, waaronder indrukwekkende houten constructies die letterlijk uit de verticale rotswand steken. Het uitzicht over de omgeving - enkele andere rotsachtige heuvels, enkele meertjes, een uitgestrekte vlakte, in de verte de bergen van Laos - is fantastisch. Als extra bonus kon ik voor het eerst sinds lang zonder noemenswaardige smog van de uitzichten genieten.

Vanuit Udon Thani nam ik het vliegtuig. Een groot stuk Thailand sloeg ik over, en aldus belandde ik in Krabi. Opeens was ik terug in een uitermate toeristische omgeving. Met bus en boot reisde ik verder naar Railay. Deze beroemde strandbestemming ligt op het vasteland, maar is volledig omgeven door rotswanden en aldus enkel per boot bereikbaar. De beperkte oppervlakte van Railay waarop gebouwd kan worden, is volledig ingenomen door vele resorts. Traverfish schrijft treffend: "Railay has no local community apart from those who perform some type of tourist-related work, so don't expect an "authentic" cultural experience. The overall dynamic is a bit strange really; partying gap year backpackers, flirtatious local longtail drivers, extreme sports enthusiasts, jaded Thai receptionists, national park officials, package Asian tour groups, grass-smoking hippies, chubby beer-guzzling day trippers, super rich holiday makers and poor Burmese labourers all rub shoulders on the paths of Railay."

Ik was niet zozeer voor het strand, maar eerder voor de mogelijkheden om rotsen te beklimmen naar Railay gekomen. De grootste scène van rotsklimmers is echter in de naburige baai van Tonsai. Daar zijn de faciliteiten echter ook veel beperkter dan in Railay, de omgeving minder mooi, en Tonsai's reputatie als cannabis-paradijs trok mij ook niet bepaald aan. Aldus besloot ik om toch in het meer up-market Railay te verblijven.

Het klimmen viel helaas een beetje tegen. Als je 6b kunt klimmen en een goede partner hebt om zelfstandig te kunnen klimmen, dan is Railay zonder twijfel een interessante bestemming. Ik ben helaas nog niet op dat niveau en ik moest een plaatselijke gids inhuren. Die was relatief duur naar Thaise normen, doch veel aandacht kreeg ik er niet voor in de plaats. In het begin had ik nog het geluk dat ik de enige klant van mijn gids was. Later kwamen er echter plots vier Chinezen bij, absolute beginners, en trokken we naar een andere rotswand, die vreselijk overbevolkt was. Er heerste volledige chaos met mensen die pal boven elkaar aan het klimmen waren. De gidsen kon het allemaal niets schelen. Voor mij was de fun er wel af...

De tweede dag in Railay besteedde ik dan maar met een wandeling naar een uitzichtpunt en met de "Seven Islands Sunset Boat Trip". Die bootuitstap was wel een echte meevaller. De groep was groot, maar de gidsen waren gezellig en het programma heel gevarieerd.

Op mijn derde dag en laatste dag ik Railay had ik eindelijk het geluk dat de deep water solo-uitstap, waar ik al langer mijn oog op had, niet voor de derde werd afgezegd wegens een gebrek aan belangstelling. Deep water solo betekent klimmen op verticale of overhangende kliffen langs de zee, zonder gezekerd te zijn aan een touw. Als je valt, val je gewoon in het zeewater. Dat ook best wel akelig vanop 10 meter hoogte... Het weerhield een van de gidsen er niet van om nog vier keer hoger te klimmen! Onderweg kwamen we nog twee andere boten met deep water solo-toeristen tegen; vermoedelijk gaat de activiteit vanuit Tonsai wel dagelijks door. Maar dat waren twee longboats die veel minder lang bleven. Wij hadden daarentegen een kleine, gezellige groep van zes (een gezin met twee kinderen uit Seattle, een Japanse solo-reiziger en ik) met een heus zeiljacht ter onzer beschikking voor de hele dag! Aldus was de uitstap uiteindelijk zeker de twee dagen afwachten waard.

Na een vierde verbluffende zonsondergang op rij te hebben gefotografeerd in Railay, stond er de volgende dag een nogal lange rit naar het nationaal park van Khao Sok op mijn programma. Daar kwam ik terecht in de bungalows met "badkamer in de open lucht" van Green Mountain View. Green Mountain View ligt nogal afgelegen en is omgeven door jungle. Er is een overdekt terras dat als restaurant dienst doet. 's Avonds, vooral als het geonweerd heeft, vliegen hier dikke vliegen massaal "tegen de lamp". Gewond op de vloer van het terras liggend, vormen de vliegen een gemakkelijke hap voor dikke padden, die ongegeneerd over het terras hoppen en de vliegen een voor een oplikken...

Het dorp Khao Sok is eigenaardig genoeg redelijk ver verwijderd van de grootste attractie van het nationaal park: het stuwmeer van Cheow Lan. Het uitgestrekte meer heeft vele armen die tussen spectaculaire, dicht beboste bergen kronkelen. Her en der zijn er kleine haventjes met drijvende hutjes ("raft houses") waar je ook kunt overnachten. Verder zijn er ondergrondse rivieren, waar je meer dan een kilometer lang door de grot kunt wandelen (soms door het water wadend) voordat je er aan de andere kant weer uit komt. Daarbij heb je best geen angst voor grote spinnen... Op de tweede dag, na een overnachting in een raft house, stond er eigenlijk een wandeling naar een uitzichtpunt op het programma. Daar had ik naar uitgekeken, maar in de plaats ervan deed onze groep een wandeling naar een tweede grot. Een kleine teleurstelling, maar in de sowieso adembenemende omgeving was dat snel vergeten.

Dat waren Cambodja, Laos en Thailand. Na drie nieuwe landen te hebben verkend als toerist, stond er nog een persoonlijke finale op het programma: Steven en Nazreen bezoeken in Maleisië, en mijn nichtje Lyana voor het eerst in levende lijve zien! Mama en papa waren ook net op bezoek in Maleisië, zodat ik met een tot hiertoe unieke familiefoto kan afsluiten:

Familiefoto