Stijn Vermeeren http://www.stijnvermeeren.be/ Stijn Vermeeren - Blog nl-be Weblog http://blogs.law.harvard.edu/tech/rss <![CDATA[Thailand]]> http://www.stijnvermeeren.be/2015/5/12/thailand http://www.stijnvermeeren.be/2015/5/12/thailand (Alle foto&#039;s van Thailand.) Vanuit Vientiane de First Thai-Lao Friendship Bridge overstekend, kwam ik Thailand binnen in Nong Khai in de Isaan-regio... (Alle foto's van Thailand.)

Vanuit Vientiane de First Thai-Lao Friendship Bridge overstekend, kwam ik Thailand binnen in Nong Khai in de Isaan-regio. Relatief weinig toeristen komen hier. De bezienswaardigheden liggen vrij ver uit elkaar en worden zelden door westerse toeristen bezocht, zodat je als grote Europeaan soms zelf een bezienswaardigheid wordt voor de Thaise bezoekers. In het sculpturenpark van Sala Keoku was er net een schoolgroep op bezoek. Niet alleen de leerlingen, maar ook de leerkracht kon er niet aan weerstaan met mij voor een foto te willen poseren. Sala Keoku is nochtans nog niet zo afgelegen. Het park is op fietsafstand van het centrum van Nong Khai. Sala Keoku is ontworpen door Bunleua Sulilat, die een soort visie van "religieuze beeldhouwkunst die boven alle religieuze verschillen uit staat" had. Het resultaat is een surreële verzameling van betonnen figuren, sommigen wel 25 meter hoog. De betekenis is niet altijd even duidelijk, maar fantastische foto's levert Sala Keoku in ieder geval op.

Mijn volgende bestemming was de markante tempelberg van Wat Phu Tok. In plaats van een omslachtige reis van een kleine 200km met openbare bus en tuktuk, besloot ik om voor de hele dag een taxi te huren, die me meteen ook naar mijn volgende bestemming in Udon Thani zou brengen. De prijs van 3000 bath (85 euro) had ik daar graag voor over. De lange reisweg was absoluut de moeite waard. De rotswanden van Wat Phu Tok steken goed 100 meter boven een uitgestrekte vlakte uit. Een tempel werd hier pas relatief recent, in 1968, opgericht. De monniken hebben in de jaren daarop langs de hele rots trappen en wandelpaden gebouwd, waaronder indrukwekkende houten constructies die letterlijk uit de verticale rotswand steken. Het uitzicht over de omgeving - enkele andere rotsachtige heuvels, enkele meertjes, een uitgestrekte vlakte, in de verte de bergen van Laos - is fantastisch. Als extra bonus kon ik voor het eerst sinds lang zonder noemenswaardige smog van de uitzichten genieten.

Vanuit Udon Thani nam ik het vliegtuig. Een groot stuk Thailand sloeg ik over, en aldus belandde ik in Krabi. Opeens was ik terug in een uitermate toeristische omgeving. Met bus en boot reisde ik verder naar Railay. Deze beroemde strandbestemming ligt op het vasteland, maar is volledig omgeven door rotswanden en aldus enkel per boot bereikbaar. De beperkte oppervlakte van Railay waarop gebouwd kan worden, is volledig ingenomen door vele resorts. Traverfish schrijft treffend: "Railay has no local community apart from those who perform some type of tourist-related work, so don't expect an "authentic" cultural experience. The overall dynamic is a bit strange really; partying gap year backpackers, flirtatious local longtail drivers, extreme sports enthusiasts, jaded Thai receptionists, national park officials, package Asian tour groups, grass-smoking hippies, chubby beer-guzzling day trippers, super rich holiday makers and poor Burmese labourers all rub shoulders on the paths of Railay."

Ik was niet zozeer voor het strand, maar eerder voor de mogelijkheden om rotsen te beklimmen naar Railay gekomen. De grootste scène van rotsklimmers is echter in de naburige baai van Tonsai. Daar zijn de faciliteiten echter ook veel beperkter dan in Railay, de omgeving minder mooi, en Tonsai's reputatie als cannabis-paradijs trok mij ook niet bepaald aan. Aldus besloot ik om toch in het meer up-market Railay te verblijven.

Het klimmen viel helaas een beetje tegen. Als je 6b kunt klimmen en een goede partner hebt om zelfstandig te kunnen klimmen, dan is Railay zonder twijfel een interessante bestemming. Ik ben helaas nog niet op dat niveau en ik moest een plaatselijke gids inhuren. Die was relatief duur naar Thaise normen, doch veel aandacht kreeg ik er niet voor in de plaats. In het begin had ik nog het geluk dat ik de enige klant van mijn gids was. Later kwamen er echter plots vier Chinezen bij, absolute beginners, en trokken we naar een andere rotswand, die vreselijk overbevolkt was. Er heerste volledige chaos met mensen die pal boven elkaar aan het klimmen waren. De gidsen kon het allemaal niets schelen. Voor mij was de fun er wel af...

De tweede dag in Railay besteedde ik dan maar met een wandeling naar een uitzichtpunt en met de "Seven Islands Sunset Boat Trip". Die bootuitstap was wel een echte meevaller. De groep was groot, maar de gidsen waren gezellig en het programma heel gevarieerd.

Op mijn derde dag en laatste dag ik Railay had ik eindelijk het geluk dat de deep water solo-uitstap, waar ik al langer mijn oog op had, niet voor de derde werd afgezegd wegens een gebrek aan belangstelling. Deep water solo betekent klimmen op verticale of overhangende kliffen langs de zee, zonder gezekerd te zijn aan een touw. Als je valt, val je gewoon in het zeewater. Dat ook best wel akelig vanop 10 meter hoogte... Het weerhield een van de gidsen er niet van om nog vier keer hoger te klimmen! Onderweg kwamen we nog twee andere boten met deep water solo-toeristen tegen; vermoedelijk gaat de activiteit vanuit Tonsai wel dagelijks door. Maar dat waren twee longboats die veel minder lang bleven. Wij hadden daarentegen een kleine, gezellige groep van zes (een gezin met twee kinderen uit Seattle, een Japanse solo-reiziger en ik) met een heus zeiljacht ter onzer beschikking voor de hele dag! Aldus was de uitstap uiteindelijk zeker de twee dagen afwachten waard.

Na een vierde verbluffende zonsondergang op rij te hebben gefotografeerd in Railay, stond er de volgende dag een nogal lange rit naar het nationaal park van Khao Sok op mijn programma. Daar kwam ik terecht in de bungalows met "badkamer in de open lucht" van Green Mountain View. Green Mountain View ligt nogal afgelegen en is omgeven door jungle. Er is een overdekt terras dat als restaurant dienst doet. 's Avonds, vooral als het geonweerd heeft, vliegen hier dikke vliegen massaal "tegen de lamp". Gewond op de vloer van het terras liggend, vormen de vliegen een gemakkelijke hap voor dikke padden, die ongegeneerd over het terras hoppen en de vliegen een voor een oplikken...

Het dorp Khao Sok is eigenaardig genoeg redelijk ver verwijderd van de grootste attractie van het nationaal park: het stuwmeer van Cheow Lan. Het uitgestrekte meer heeft vele armen die tussen spectaculaire, dicht beboste bergen kronkelen. Her en der zijn er kleine haventjes met drijvende hutjes ("raft houses") waar je ook kunt overnachten. Verder zijn er ondergrondse rivieren, waar je meer dan een kilometer lang door de grot kunt wandelen (soms door het water wadend) voordat je er aan de andere kant weer uit komt. Daarbij heb je best geen angst voor grote spinnen... Op de tweede dag, na een overnachting in een raft house, stond er eigenlijk een wandeling naar een uitzichtpunt op het programma. Daar had ik naar uitgekeken, maar in de plaats ervan deed onze groep een wandeling naar een tweede grot. Een kleine teleurstelling, maar in de sowieso adembenemende omgeving was dat snel vergeten.

Dat waren Cambodja, Laos en Thailand. Na drie nieuwe landen te hebben verkend als toerist, stond er nog een persoonlijke finale op het programma: Steven en Nazreen bezoeken in Maleisië, en mijn nichtje Lyana voor het eerst in levende lijve zien! Mama en papa waren ook net op bezoek in Maleisië, zodat ik met een tot hiertoe unieke familiefoto kan afsluiten:

Familiefoto

]]>
Tue, 12 May 2015 23:03:48 +0000
<![CDATA[Laos]]> http://www.stijnvermeeren.be/2015/4/16/laos http://www.stijnvermeeren.be/2015/4/16/laos (Alle foto&#039;s van Laos.) Bij de planning van mijn reis in Laos had ik een belangrijk aspect over het hoofd gezien: maart is slash-and-burn seizoen... (Alle foto's van Laos.)

Bij de planning van mijn reis in Laos had ik een belangrijk aspect over het hoofd gezien: maart is slash-and-burn seizoen. Boeren verbranden een stuk land om het vruchtbaar te maken voor landbouw in het komende seizoen. Dat veroorzaakt smog over het hele land. Angstaanjagend wat voor impact zo'n gebruik kan hebben op het leefmilieu. Slash-and-burn is niet sustainable. Naast luchtvervuiling zijn er een hoop andere nadelen, zoals schade aan de biodiversiteit en het veroorzaken van erosie. Toch blijft het een alomtegenwoordig gebruik, bij gebrek aan beter weten en/of alternatieven.

De smog was niet erg genoeg dat mijn gezondheid er last van had. Het was wel ergerlijk dat ik tijdens mijn verblijf in Laos de zon nooit werkelijk te zien kreeg, behalve als vage schemer doorheen de mist. Prachtige berglandschappen bleven grotendeels verborgen in de smog.

Dat alles wil niet zeggen dat Laos niets te bieden had in de smog. Mijn eerste stop was Luang Prabang, een stad die op de Werelderfgoedlijst staat dankzij de unieke mix van Laotiaanse en Frans-koloniale architectuur. Het is een vrij relaxe stad met een indrukwekkende avondmarkt, veel goede restaurants en zelfs Franse bakkerijen. De nabijgelegen Kuang Si watervallen vormen een fantastische idylle, vooral 's ochtend voordat het er druk wordt. Er is een grote waterval gevolgd door een reeks kleinere watervalletjes. Tussenin kan je zwemmen of relaxen in het water terwijl doktorvisjes aan je voeten knabbelen.

De weg van Luang Prabang naar Vang Vieng is goed 200 km lang, maar de minibus doet wel 6 uur over het kronkelende traject. Het is een weg die ik graag nog eens opnieuw zou willen doen, bij beter zicht en met eigen vervoer en veel fotopauzes. Ook Vang Vieng zelf is omgeven door bergen die zelfs doorheen de smog nog imposant werken. De stad was lang gekend als bestemming voor non-stop drugs en party. Dat wordt de laatste jaren door de overheid aan banden gelegd. Aldus probeert Vang Vieng zich om te vormen tot bestemming voor avontuur en outdoor-sport. Het potentieel is er, maar de weg is nog lang. De stad zelf is behoorlijk onaantrekkelijk. Terwijl hotels en eetgelegenheden in Luang Prabang allemaal mooie houten uithangborden hebben, hebben alle zaken in Vang Vieng eenzelfde gele neonlichtbord gesponsord door Beer Lao, waarop enkel de naam van het etablissement telkens verschillend is. Het is een detail, maar het symboliseert wel goed het contrast tussen Luang Prabang en Vang Vieng. De restaurants hebben trouwens ook allemaal eenzelfde ongeïnspireerde mix van populaire westerse en oosterse kost op het menu. Een hele teleurstelling na het lekkere eten van Luang Prabang.

Buiten de stad heb je wel interessante mogelijkheden, bijvoorbeeld grotten verkennen, kajakken of mountainbiken. Kijk op de boeiende Hobo Maps voor goede mountainbikeroutes. Neem ook wat pennen en/of koekjes mee om uit te delen aan de plaatselijke kinderen als je verder gaat dan de meest toeristische routes (zoals Blue Lagoon, a.k.a. 'Brue Ragoon'/'Bwue Wagoon', zoals een Chinees mij de weg probeerde te vragen).

Mijn laatste bestemming in Laos was de hoofdstad Vientiane. Er zijn hier niet zo veel toeristische attracties (en door regen kon ik sowieso niet veel rondtrekken), maar de stad is desalniettemin zeer aangenaam voor een Aziatische hoofdstad. De grote avondmarkt langs de Mekong is niet zo pittoresk als die van Luang Prabang, maar wel authentieker in vergelijking met de toeristische en ietwat repetitieve markt in Luang Prabang. Net als in Phnom Penh heb je hier 's avonds ook grote groepen die op muziek fitness doen. Ik moet wel zeggen dat de muziek in Cambodja duidelijk beter is. Daar wordt er gedanst op populaire Cambodjaanse muziek, waarbij iedereen alle bewegingen van buiten kent. In Vientiane heb je slechte remixes van westerse muziek, waarover een trainer instructies krijst, afgespeeld op een krakende installatie...

Vientiane heeft ook en redelijk grote internationale gemeenschap, met niet alleen Fransen maar ook Belgen. Er is een op en top Belgisch café met meer dan 50 Belgische bieren én bijhorende glazen. De prijzen zijn wel eerder Zwitsers dan Lao... Het is de eerste keer dat ik dubbel zo veel betaald heb voor één biertje als voor een grote salade met kip.

Over veel landen zegt men wel eens: "ga er nu heen, want binnen tien jaar zal het niet meer hetzelfde zijn". Bij Laos heb ik echter het gevoel dat je, als je de tijd hebt, beter nog een paar decennia kunt wachten. Hopelijk krijgt men tegen dan de vervuiling onder controle en worden de berggebieden nog een beetje beter ontsloten. Dan zou Laos écht een top-bestemming voor avontuurlijke toeristen en natuurliefhebbers worden.

]]>
Thu, 16 Apr 2015 20:44:01 +0000
<![CDATA[Cambodja]]> http://www.stijnvermeeren.be/2015/4/12/cambodja http://www.stijnvermeeren.be/2015/4/12/cambodja (Alle foto&#039;s van Cambodja.) De Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh was het eerste reisdoel van mijn Zuidoost-Azië-reis... (Alle foto's van Cambodja.)

De Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh was het eerste reisdoel van mijn Zuidoost-Azië-reis. Om de jetlag en cultuurschok een beetje te verzachten, besloot ik mij te verwennen met een relatief luxueus hotel (voor mijn doen). Phnom Penh heeft niet veel hoogbouw. De vijftien verdiepingen van het Okay Boutique Hotel in het centrum van de stad steken dan ook vrijwel overal bovenuit. Zowel vanuit mijn kamer als vanuit het zwembad op het dak, had ik een perfect uitzicht over de mooie gouden daken van het Koninklijke Paleis.

Phnom Penh heeft een aantal parken met kleurrijk verlichte fonteinen waar de lokale jeugd 's avonds in groepen van wel 100 jongeren synchroon dans- en fitnessbewegingen komt uitvoeren op populaire Cambodjaanse muziek. Helaas zijn die parken vaak omringd door extreem drukke straten zonder oversteekplaatsen, en moet je je leven riskeren om er überhaupt te geraken. Het verkeer is soms werkelijk suïcidaal. Links afslaan, ook op een drukke zesvaksbaan, doe je door uiterst links de bocht te nemen en dus al spookrijdend op de hoofdstraat terecht te komen. Naargelang het tegemoetkomende verkeer verplicht is om te vertragen en uit te wijken, kan jij je naar rechts, naar de juiste kant van de weg, werken... Toch zit er vaak ook een systeem in de waanzin. Op drukke kruispunten zonder verkeerslichten heeft de ene rijrichting vrije baan, terwijl de wachtende bestuurders centimeter per centimeter naar voren kruipen. Op den duur is het kruispunt in de eerste richting volledig geblokkeerd en kan er in de andere richting doorgereden worden. Zo begint het hele spelletje opnieuw met omgedraaide rollen. Een simpel en verbazingwekkend efficiënt systeem!

Twee van de belangrijkste attracties in Phnom Penh herinneren aan het bloederige regime van Paul Pot's Rode Khmer in de jaren 1975-'79. Zijn leger bestond vooral uit gebrainwashte teenagers, met name weeskinderen die hun ouders verloren hadden bij Amerikaanse bombardementen tijdens de Vietnamoorlog. Zij zetten een massale gedwongen volksverhuizing in gang, weg uit de steden richting platteland, waar in primitieve omstandigheden gewerkt moest worden. Alle moderne en intellectuele elementen werden genadeloos uitgemoord. Honderdduizenden mensen kwamen zonder reden in foltergevangenissen terecht, en van daaruit vrijwel zonder uitzondering in de massagraven van de killing fields.

De S-21 gevangenis in Phnom Penh, in een voormalig schoolgebouw, is nu de locatie van het Tuol Sleng genocidemuseum. Zo'n 17.000 gevangenen kwamen hier voorbij gedurende vier jaar. Slechts twaalf konden tijdens de bevrijding door het Vietnamese leger levend ontsnappen. De meeste anderen kwamen in de massagraven van de Choeung Ek killing fields terecht. Choeung Ek is nu een gedenkcentrum, waar toeristen met een uitstekende, beklijvende audiogids rondgeleid worden.

Als je berekent hoeveel mensen hier gemiddeld per dag vermoord werden (12 - elke dag - vier jaar lang), is het resultaat vast noch afschrikwekkender dan het onvatbare totaal van 17.000. En toch is het maar een topje van de ijsberg. In heel Cambodja waren er honderden zulke foltergevangenissen en killing fields. Bijna twee miljoen mensen, zo'n kwart van de hele bevolking, kwamen om tijdens het regime van de Khmer Rouge. Ongeveer de helft werd vermoord, de andere helft stierf door hongersnood.

De Khmer Rouge werd in 1979 met hulp van het Vietnamese leger verdreven. Toch bleef de Khmer Rouge tot in de jaren '90 (!) de officiële vertegenwoordiger van Cambodja in de Verenigde Naties. Het westen zag blijkbaar liever genocide door de vingers dan een communistisch regime te erkennen... Onvoorstelbaar.

Verder terug in de tijd heeft Cambodja gelukkig ook veel betere tijden beleefd. Het bekendste voorbeeld hiervan is het Angkor Archeological Park. In Angkor stamt alles uit de bloeiperiode van de Khmer-dynastie, van de 9de tot de 12de eeuw, toen er in sneltempo tempels en andere indrukwekkende monumenten gebouwd werden. Tussen de tempels is er geen accommodatie. In het nabijgelegen Siem Reap, de derde stad van Cambodja, is er des te meer keuze: van primitieve kamers tot Las Vegas-achtige luxehotels. Iedereen wil immers Angkor bezoeken, van rijke gepensioneerde tot arme backpacker. Ondanks de grote bezoekersaantallen, kan je relatief ongestoord de vele tempelruïnes ontdekken, vooral als je zelfstandig met de fiets onderweg bent, in plaats van per bus, taxi of tuktuk. Zelfs de populairste tempels zoals Angkor Wat en Bayon hebben verborgen hoekjes waar nauwelijks een toerist te zien is.

De meeste tempels liggen langs een van twee concentrische cirkels. Zowel de kleine als de grote ronde zijn doenbaar met de fiets, als je vroeg genoeg start. Eentonig wordt het nooit. Het is altijd spannend wat er als volgende komt. Een kleine tempel of een hele stad? Een nauwkeurig gerestaureerd bouwwerk of een ruïne met reusachtige bomen die tussen de stenen groeien? Een piramide waarop je tot boven kan klimmen of een afgesloten gebouw waar je alleen maar rond kan lopen? Met beeldhouwwerken van dieren of gigantische gezichten? Elke tempel heeft wel iets nieuws te bieden.

Met drie andere reizigers maakte ik ook een lange daguitstap naar Beng Mealea, Koh Ker en Preah Vihear. Beng Mealea is een ruïne die slechts beperkte restauratie heeft ondergaan en door veel bomen overgroeid is, maar daardoor wel erg fotogeniek is. Koh Ker is een groter complex met verschillende tempels. De piramidevormige Prasat Krom is de grootste, en kan dankzij een nieuwe trappenconstructie sinds kort weer beklommen worden, een positieve verrassing voor ons. Mis ook zeker de door bomen 'omarmde' torentjes van Prasat Bram niet. Het tempelcomplex van Preah Vihear, tot slot, is spectaculair gelegen op een heuvel langs de grens met Thailand, en behoort net als het Angkor Archeological Park tot het UNESCO Werelderfgoed. Een grensconflict tussen Cambodja heeft hier voor het laatst in 2011 voor gevechten gezorgd. Sindsdien is het rustig gebleven. Een oordeel van een internationaal gerecht in 2013 wordt schijnbaar door beide partijen geaccepteerd. Er is een duidelijke (maar opvallend ontspande) militaire aanwezigheid in het gebied. Door Buitenlandse Zaken wordt nog steeds afgeraden om Preah Vihear te bezoeken. Zolang je eventuele nieuwe ontwikkelingen in het oog houdt, zie ik zelf echter geen reden om er weg te blijven.

Angkor en omgeving is naar Cambodiaanse normen eerder duur, maar je ziet tenminste dat het geld nuttig besteed wordt. Alles wordt relatief goed onderhouden en groene kuisploegen die afval verzamelen zijn alomtegenwoordig. Dat is wel een paar extra Amerikaanse dollar respectievelijk een extra tienduizendtal Riel waard. Die twee munteenheden worden in Cambodja immers parallel in gebruik met een wisselkoers van 1 USD = 4000 KHR; de dollar eerder voor grotere bedragen, de Riel enkel voor kleinere aankopen. Om het nog een beetje gemakkelijker te maken zijn er van beide munteenheden enkel briefjes in omloop...

Na vijf nachten was mijn verblijf in Cambodja alweer voorbij. Te weinig om het land echt goed te leren kennen, maar wat betreft de toeristische hoogtepunten heb ik zeker het belangrijkste wel gezien. En dat was zeker ook al de moeite waard. Next stop, Luang Prabang, Laos...

]]>
Sun, 12 Apr 2015 19:57:14 +0000
<![CDATA[Tijd voor een update]]> http://www.stijnvermeeren.be/2014/7/20/tijd_voor_een_update http://www.stijnvermeeren.be/2014/7/20/tijd_voor_een_update Het is al lang geleden dat ik hier nog iets geschreven heb. Toen ik in april 2013 de verdediging van mijn doctoraatsthesis achter de rug had, had ik een maand lang extra vrije tijd ter beschikking... Het is al lang geleden dat ik hier nog iets geschreven heb.

Toen ik in april 2013 de verdediging van mijn doctoraatsthesis achter de rug had, had ik een maand lang extra vrije tijd ter beschikking. Ik begon aan een volledige vernieuwing van mijn deze website. Een nieuw framework, nieuw design, nieuwe functionaliteiten; alles nieuw. Het geheel was echter nog niet klaar toen ik naar Zwitserland verhuisde. Toen begon ik meteen voltijds te werken. Een leven in een nieuwe stad opbouwen vergt veel tijd. Bovendien ben ik op het werk veel bezig op de computer, en dan heb ik 's avonds meestal niet veel zin om nog verder voor mezelf op de computer te werken. Aldus viel het hele project een beetje stil.

In oktober zei ik dan tegen mezelf: de nieuwe website moet eindelijk eens af geraken. Ik zal een beetje minder berichten voor mijn blog schrijven, en die tijd gebruiken om het project te voltooien. Het gevolg was eigenlijk voorspelbaar: ik schreef niets meer op mijn blog, maar vooruitgang met de nieuwe website was er ook niet.

Mijn werk was een van de redenen waarom de nieuwe website zoveel vertraging heeft gekregen. De ervaringen die ik op het werk heb verzameld met het doorvoeren van grote IT-projecten, heeft echter ook de doorslag gegeven dat er nu toch vooruitgang is. De belangrijkste les: splits een groot project op in kleinere taken. In plaats van een monsterproject met een onbekende hoeveelheid werk to do, heb je kleinere pakketjes waarbij de hoeveelheid werk schatbaar is en waarmee je voelbaar vooruitgang boekt.

Nu heb ik zojuist de eerste release gedaan. Mijn website zier er nog net zo uit als voordien, maar onderhuids is er heel wat werk gedaan:

  • Omschakeling naar een nieuw PHP-Framework (Yii).
  • Invoering van version control (git).
  • Invoering van Smarty templates in plaats van raw PHP in de views.
  • Update van de meest verouderde teksten: er staat nu tenminste niet meer overal dat ik nog in Leeds aan mijn doctoraat werk.
Dat alles voorlopig echter met de bestaande layout en zonder nieuwe features.

Er is zijn nog heel wat taken die ik oorspronkelijk tegelijk wilde afwerken. Onder andere:

  • Nieuwe layout, gedefineerd met LESS in plaats van plain CSS.
  • Verbeterd gebruiksgemak, vooral bij het bladeren door de fotoalbums.
  • Een soort van news feed waarbij nieuwe blog-berichten, fotoalbums en externe posts (zoals Hikr-verslagen) gecombineerd zichtbaar zijn.
  • Zoek-functie met ElasticSearch
  • Gemakkelijkere invoer van nieuwe blog-berichten, met geïntegreerde upload van foto's.
  • Meer hoognodige refactoring in de broncode. Je zou het bijvoorbeeld niet geloven hoeveel akelige half-Nederlandse half-Engelse variabelenamen er momenteel nog tussen zitten.
Deze taken zal ik de komende maanden een voor een proberen te voltooien. Hoe meer regenachtige weekends, hoe sneller ik vooruitgang zal boeken. Laat ons dus hopen niet al te snel. In ieder geval belooft mijn nieuwe work flow dat mijn website niet opnieuw helemaal stil zal vallen.

Het kan zeker zijn dat er hier en daar nog foutjes zijn gebeurt bij de omschakeling van framework, bijvoorbeeld gebroken hyperlinks of zo. Als je er een ontdekt, laat het dan a.j.b. weten.

]]>
Sun, 20 Jul 2014 21:14:28 +0000
<![CDATA[Een weekend in Beieren]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/10/17/een_weekend_in_beieren http://www.stijnvermeeren.be/2013/10/17/een_weekend_in_beieren Een week nadat Eliot bij mij op bezoek was, brachten we nog een weekend samen door... Een week nadat Eliot bij mij op bezoek was, brachten we nog een weekend samen door. Kyle, Eliots vriendin, had voor hem een verjaardagsverrassing gepland: een week in een AirBnB vakantiehuisje in Oberammergau in Zuid-Beieren. Ik werd ook uitgenodigd om er het weekend te besteden. Ondertussen werden we ook uitgenodigd voor een feestje in München op vrijdagavond bij Teresa, een Duitse studente we kenden uit Leeds waar ze als Erasmus-student lid was van de Hiking Club. Alsdus had ik alweer een druk weekend voor de boeg.

Mijn eigen autootje was besteld, maar nog niet geleverd. Aldus nam ik vanuit het werk de tram naar de luchthaven van Zürich, om daar een auto te huren bij een goedkope verhuurfirma die niet nader genoemd zal worden. Ik stond namelijk een vol kwartier met de vingers te draaien totdat er überhaupt iemand van het verhuurbedrijf kwam opdagen... Huren vanop de luchthaven was goedkoper en zo hoopte ik ook de avondspits in Zürich zelf te vermijden, maar toch stond ik vrijwel meteen stil op de autostrade. De radio sprak over een ongeval, vertragingen van meer dan een uur, en als het even kan de hele route vermijden... te laat voor mij. Uiteindelijk liep ik slechts 50 minuten vertraging op, omdat men ondertussen de baan opnieuw had vrijgemaakt.

Door de Oostenrijkse corridor tussen Zwitserland en Duitsland kon ik de autostrade niet nemen, omdat het niet de moeite was om een Oostenrijks autosnelwegvignet te kopen. Aldus moest ik een tergend traag stukje secundaire weg nemen door Bergenz, voordat ik de Duitse Autobahn bereikte. 170 km tot in München: een goed uurtje dus? Maar meteen stond het verkeer weer stil. De file ging zelfs nog slechter vooruit dan in Zwitserland. Een uur en tien minuten duurde het voordat ik erdoor was. Een vrachtwagen lag zwaar beschadigd en dubbel geplooid in de berm, terwijl men een reusachtige kraan aan het opzetten was op de rechterrijstrook om hem te bergen. Blijkbaar had de vrachtwagen eerder op volle snelheid een bestelwagen in panne op de pechstrook aangereden, gelukkig zonder slachtoffers.

Zo kwam ik pas tegen elf uur 's avonds aan in München. Ik had gehoopt om er al rond de negenen te zijn... Maar het feestje was nog in volle gang, en gelukkig kon ik de file-elende nu in Wiesn-bier verdrinken. Eliot, Kyle en ik bleven ook slapen bij Teresa op de vloer, dus we bleven tot het bittere einde van het feestje.

Reünie bij Teresa in München

Teresa woont in het Olympisch dorp van 1972, dat nu is omgebouwd tot hippe studentenresidenties. Ze heeft er haar eigen mini-bungalow, een zeer leuke woonst voor een student. Op zaterdag ging ik bij de bakker het ontbijt halen. Wat een lekkernijen! En goedkoop ook: een volwaardig ontbijt voor vier voor 7 euro. In Zürich zou je daarmee niet verder komen dan de twee koffietjes...

Na het ontbijt reden we dan naar Oberammergau. Wegens de regen kon ik Kyle en Eliot helaas niet kon imponeren met het volle potentiaal van de Duitse Autobahn. Het weerbericht zag er ook voor de rest van het weekend nogal triest uit. In plaats van bergwandelingen besloten we ons eerder op sightseeing te concentreren.

Op zaterdagnamiddag bezochten we Schloss Linderhof, een van de kastelen van sprookjeskoning Ludwig II van Beieren. Het is ook het enige kasteel dat tijdens zijn leven werd afgewerkt. Ludwig II was een beetje krankzinnig, dat werd snel duidelijk tijdens het bezoek. Ten eerste is er zijn obsessie met zonnekoning Louis XIV van Frankrijk. Zo hangen er aan de muren niet alleen portretten van Louis XIV zelf, maar ook de portretten van al diens minnaressen en concubines! Dan is er nog de grotto, kunstmatig gebouwd naar het decor van de eerste act van Wagner's opera "Tannhäuser", compleet met vijver en extravagant versierd bootje. De grotto werd verlicht door een van de allereerste elektrische lichtinstallaties, geïnstalleerd door pionierende Siemens-Ingenieur Sigmund Schuckert. De Koning had een eigen loge in de grot en heel wat geheime gangetjes om in rond te lopen en verstoppertje te spelen (blijkbaar een geliefde bezigheid van hem). Een opera werd er echter nooit opgevoerd. Men kwam namelijk tot de vaststelling dat de ontwerper weliswaar een begenadigd landschapsarchitect was, doch weinig kaas gegeten had van akoestiek...

Na het bezoek aan Schloss Linderhof reden we naar Garmisch-Partenkirchen, om er de Partnachklamm te bezoeken. De Partnachklamm is een 700 meter langs smalle kloof, waarlangs een spectaculair wandelpad in de rots de rots is gehouwen. Oorspronkelijk werd het pad door de kloof gebouwd om gekapte bomen van hogerop via de rivier naar beneden te kunnen transporteren. De boomstammen kwamen steeds klem te zitten in de kloof, en voordat het pad bestond, was het een levensgevaarlijke taak om in de kloof af te dalen om de situatie te verhelpen. Overdag moet je inkom betalen voor de Partnachklamm, maar 's avonds is de kloof op eigen risico gratis toegankelijk. Parkeren moet je bij de skischans, waarna je nog anderhalve kilometer moet wandelen tot bij de kloof. Toen we de Partnachklamm bereikten, begon het al redelijk duister te worden in de gangen en tunnels van het pad door de kloof. De duisterheid, de bruisende rivier in de nauwe kloof en het vocht druppend van de rotsen schepten een unieke atmosfeer. We waren vrijwel alleen in de kloof, maar bij het verlaten kwamen er plots een vijftigtal fakkels in onze richting gewandeld. Een fakkeltocht in de Partnachklamm bij duisternis: dat lijkt ook wel een leuke activiteit.

Nadat de Partnachklamm ons zo goed bevallen was, besloten we om op zondag nog een andere kloof te bezoeken: de Leutascher Geisterklamm langs de Duits-Oostenrijkse grens bij Mittenwald. De Geisterklamm is minder smal en minder wild dan de Partnachklamm, maar wel helderder en kleurrijker. Het wandelpad hier, dat hoog boven de kloof loopt in plaats van beneden langs de rivier, werd gebouwd in 2006 en is dus veel recenter dan het pad door de Partnachklamm. Tientallen panelen proberen aan de hand van geesten en andere schepsels wat natuurhistorische informatie bij te brengen. Het geheel is in zo omslachtig en idioot gebracht dat je op den duur gewoon aan de panelen voorbij wandelt. De kloof zelf is echter opnieuw de moeite waard. Er is ook een stukje pad beneden langs de rivier. Hier kan je tegen een kleine betaling zogezegd tot bij een waterval wandelen. De waterval is in feite nauwelijks te zien vanop het eindpunt van het pad, dat ook erg kort is, maar de wandeling zelf is wederom spectaculair.

Na de tweede kloof van het weekend, was het tijd voor een tweede kasteel van Ludwig II. Schloss Neuschwanstein is het bekendste kasteel van al, en diende ook als inspiratie voor Disney's sprookjeskasteel. Tijd voor een bezoek binnenin is er niet meer, maar naar het schijnt is dat ook niet zo erg de moeite. Wel bezoeken we de iconische fotospots rondom het kasteel. Ondanks het late uur is het hier nog steeds behoorlijk druk. De locatie voor een van de bekendste foto-composities blijft echter nog een geheim. Het moet ergens in een opening op een beboste helling zijn. Ik moet nog eens terugkomen voor een speurtocht naar die juiste locatie.

Schloss Neuschwanstein

Eliot en Kyle bracht ik vervolgens nog naar het station, en dan was het tijd om terug naar Zürich te rijden, dit keer gelukkig zonder file.

Alle foto's van het weekend staan in het bijhorende fotoalbum.

]]>
Thu, 17 Oct 2013 23:35:50 +0000
<![CDATA[Klausenrennen]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/10/9/klausenrennen http://www.stijnvermeeren.be/2013/10/9/klausenrennen Wanneer heb jij voor het laatst een Mercedes-Benz W25 gezien, niet stilstaand op een zwart-wit foto, maar de bocht om racend in volle zilverheid? De Klausenpass is een 1948 meter hoge bergpas tussen de cantons van Glarus en Uri... Wanneer heb jij voor het laatst een Mercedes-Benz W25 gezien, niet stilstaand op een zwart-wit foto, maar de bocht om racend in volle zilverheid?

Mercedes-Benz W25

De Klausenpass is een 1948 meter hoge bergpas tussen de cantons van Glarus en Uri. Eind juli was ik al hier, want het was ons uitgangspunt voor het beklimmen van de berg Clariden. De trein brengt je tot aan het eindstation van Linthal, waarna de Postauto verder de berg op rijdt. De pas is enkel in de zomer berijdbaar, en is ook dan niet van nut voor doorgaand verkeer. Aldus vind je op de route bijna uitsluitend toeristen. De sfeer in de Postauto was dan ook eerder die van een gegidste excursie, inclusief een gemoedelijke buschauffeur die continu in de microfoon aan het babbelen was. Plaatselijke wetenswaardigheden en ook enkele mopjes, die ik door het sterke Schwiizertüütsch meestal niet kon verstaan, maar aan het gelach van de andere passagiers te horen moeten ze best wel grappig geweest zijn. Hij vertelde toen ook iets over een historische autorace op de bergpas, maar daar besteedde ik verder geen aandacht aan.

Afgelopen weekend kwam Eliot, een van de hikers van in Leeds, op bezoek in Zürich, als tussenstop in zijn gereis en vrijwilligerswerk doorheen Europa. We besloten om een via ferrata in Braunwald te doen, in de bergen ten noorden van Linthal. Bij het reserveren van Eliots uitrusting verwittigde men ons dat men wegens het Klausenrennen een grote verkeershinder verwachtte. Wij waren sowieso van plan de trein te nemen, maar ik besloot toch even op te zoeken wat dat Klausenrennen juist is.

Het originele Klausenrennen vond plaats van 1922 tot 1934, en had in die tijd blijkbaar een behoorlijk groot prestige als een van de belangrijkste hill climb wedstrijden in Europa. In het laatste jaar zette de Rudolf Caracciola, een van de meest legendarische coureurs van voor de Tweede Wereldoorlog, het baanrecord in een Mercedes-Benz W25 op 15 minuten en 22 seconden. Best snel, als je bedenkt dat de weg er toen heel wat slechter bij lag dan tegenwoordig.

Motorsport op circuits is sinds 1955 verboden in Zwitserland. Dat was toen een reactie op de ramp van de 24 Uren van Le Mans. Ondanks enkele initiatieven om het verbod op te heffen, is het vandaag nog steeds van kracht. Hill climbs vallen echter niet onder het verbod. In 1993 herlanceerde men het Klausenrennen als memorial-webstrijd met old-timers. Circa elke vijf jaar vond het evenement sindsdien plaats, en dit jaar was men aan de vijfde editie toe. Zo'n unieke gelegenheid konden Eliot en ik toch niet aan ons voorbij laten gaan. We vatten het plan op om vroeg van start te gaan met de via ferrata, en proberen daarna nog iets van de wedstrijd mee te pikken.

Aldus nemen we reeds om zes uur 's ochtends de trein in Zürich. Om acht uur zijn we en Braunwald, waar men letterlijk de kabelbaan naar de Gumen-hut voor ons in gang zet. De via ferrata is uitdagend maar ook zeer genietbaar. Rond half twee zijn we terug in Gumen. Na een snel biertje zetten we ons terug in gang richting Klausenstrasse, toch nog een goede twee uur wandelen verder. In de toeschouwerszones bij start en finish moet je duur betalen voor een ticket. We hopen echter dat als we de weg ergens tussenin bereiken via een bergpad, dat we dan ook wel zo iets zullen kunnen zien.

De baan kronkelt diep door het dal, en blijft uit het zicht tot het laatste moment. Van de wedstrijd is niets te merken. Enkele andere wandelaars onderweg vermoeden dat het Klausenrennen reeds voorbij is. Zijn we te laat? Als we de baan bereiken, komen er toch opeens ronkende motoren langs. We zijn juist op tijd om de categorie bestaande uit oude motorfietsen (sommigen met zijspan) en driewielers voorbij te zien racen. Het gaat er behoorlijk snel aan toe. Bij een old-timer rally denk je eerder aan een gemoedelijk ritje waar snelheid van geen belang is. Hier worden de oude machines echter niet gespaard. De motoren razen de berg op, terwijl er overal langs het 21,5 km lange parcours baanposten staan om in te grijpen bij eventuele accidenten.

Een van de marshalls vertelt ons dat dit de laatste categorie van de dag zou zijn. Als de laatste motorfietsen voorbij zijn, zetten we onze afdaling verder doorheen een bos parallel met de weg. Maar wat horen we daar? Opnieuw motorengebrul, en een flitsende historische race-auto die tussen de bomen door komt piepen! De marshall had ongelijk, het evenement was nog niet voorbij! Maar nu zitten we in het bos zonder goed zicht op de weg. We reppen ons verder, totdat we opnieuw toegang tot de straatkant hebben. Een tiental auto's hebben we gemist, maar er komen er nog steeds meer aangereden, en nu hebben we zelfs een beter uitzicht als op onze vorige locatie. Vooral pre-1950 Grand Prix-auto's komen nu voorbij. De motorfietsen en driewielers waren al spectaculair, maar dit is helemaal uitzonderlijk. De afsluiter is de unieke Mercedes-Benz W25. Voormalig DTM-piloot Roland Asch, die de eer had om het gevaarte te besturen op de Klausenpass, wuift genietend naar de toeschouwers. Hij moet echter toch ook een beetje nerveus geweest zijn. De Mercedes-Benz W25 is het enige rijwaardige exemplaar ter wereld. Mercedes heeft de wagen verzekerd voor 4,5 miljoen euro, maar de werkelijke waarde is waarschijnlijk een tienvoud daarvan!

In onze verdere afdaling moeten we nog een paar keer de Klausenstrasse oversteken. Daarbij moeten we nog een tijdje wachten, wanneer alle deelnemers weer in groep naar beneden komen gereden. Dat doen we echter graag, want zo hebben we nog de kans om de voertuigen die we voordien gemist hadden, toch nog te zien. Dit keer niet meer op volle racesnelheid, maar genietend wuivend naar de toeschouwers die noch zijn gebleven.

Als we uiteindelijk in het dorp Linthal aankomen, wordt het stilaan donker. De meeste toeschouwers zijn inmiddels vertrokken, en de straatverkopers zijn aan het opruimen. Maar er zijn nog een paar verrassingen in petto voor Eliot en mij. Een Bratwurst-verkoper is zijn laatste worsten gratis aan het uitdelen, omdat hij ze anders toch moet wegsmijten. We komen ook nog een doedelzakband tegen die in het donker door de straten aan het marcheren is - hoe bizar!

Wat begon als een vaag plan om te proberen iets mee te pikken van het Klausenrennen had echt niet beter kunnen uitdraaien! Al de foto's staan in mijn fotoalbum.

De Stig?
De Stig?

]]>
Wed, 09 Oct 2013 22:54:52 +0000
<![CDATA[Een Maleisisch huwelijk]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/9/17/een_maleisisch_huwelijk http://www.stijnvermeeren.be/2013/9/17/een_maleisisch_huwelijk Mijn eerste blog-bericht sinds veel te lang, ik weet het... Mijn eerste blog-bericht sinds veel te lang, ik weet het. Daar bestaan echter excuses voor. Jacht op een apartement in Zürich, en eens dat gevonden was, volgde de verhuis naar en bemeubeling van mijn nieuwe woonst. Daarover schijf ik binnenkort nog wel een apart bericht. Eerst de andere reden waarom het hier de laatste weken stil was. Ik was namelijk in Maleisië voor het huwelijk van mijn broer Steven met Nazreen. Steven woont sinds januari in een voorstad van hoofdstad Kuala Lumpur. Voor mijn ouders, andere broer en mezelf echter, was het huwelijk ook de eerste reis naar Maleisië. In december volgt er nog een feest in België voor de ruimere familie en vrienden in Europa. Maar ik was er dus al bij om het echte huwelijk, Malay style te beleven.

Het huwelijk bestond uit drie ceremonies. Ten eerste was er de verlovingsplechtigheid (adat bertunang). Normaal gezien vind die een aantal maanden op voorhand plaats. Eens een bruid in spe verloofd is, is het volgens de Islam namelijk een zonde voor andere mannen om nog met haar te flirten... Om ons gezin erbij te betrekken vond de verloving van Steven en Nazreen echter slechts een week voor het huwelijk zelf plaats. Het is immers aan de moeder van de bruidegom om de verlovingsring om de vinger van de bruid te plaatsen. Volgens de traditie wordt er ook onderhandeld over de datum van het huwelijk en over de bruidsschat, maar dat lag eigenlijk al lang op voorhand vast. De bruidsschat komt in praktijk neer op een vergoeding van de kosten van het huwelijk. De familie van de bruid organiseert alles, en de familie van de bruidegom betaalt de kosten. En dat is niet minnetjes. Kleurrijke kostuums voor het koppel en de entourage (verschillend voor elk van de drie plechtigheden), een hele reeks dure geschenken van bruidegom naar bruid en omgekeerd, gepresenteerd op versierde schalen, goed eten...

De geschenkschalen worden gedragen door schaaldragers (pengangkat dulang), een traditioneel belangrijke en eervolle rol. Zowel bij de verloving als bij het huwelijks zijn er geschenken te geven, steeds een oneven aantal en steeds een groter aantal aan de bruidegom dan aan de bruid. Zo kreeg Nazreen bij de verloving vijf schalen en Steven zeven, en bij het huwelijk was het respectievelijk zeven en negen. De eerste schaal bevat een bloemenboeket. Niet het waardevolste geschenk, maar het is blijkbaar wel de meest eervolle schaal om te dragen, en ik had de eer om die rol te vervullen. Verder nemen de ringen elk een schaal in, gevolgd door schalen met diverse zaken; pralines, schoonheidsproducten, een nieuwe Blackberry, een dure horloge...

In die rol als schaaldrager moest ik ook een traditionele Maleisische outfit (Baju Melayu) dragen, compleet met hoed ( songkok) en wikkelrok (kain samping). Hier sta klaar als schaaldrager voor de verloving, samen met jongste broer Mats:

Stijn en Mats als schaaldragers (pengangkat dulang)

Het huwelijk zelf (Akad Nikah) vond plaats in een soort half-overdekte feestzaal en werd lichtjes verstoord door de buren die juist een soundcheck voor een rock-concert aan het doen waren. Gelukkig viel er toch niet zoveel te luisteren tijdens de plechtigheid. Geen huwelijksgeloften; de bruidegom moet enkel een ietwat bizarre zin aan de Imam declareren, letterlijk: "I accept Nazreen Ghani's hand in marriage, with the mas kahwin of 300 Ringit in cash." (Mas kahwin is het deeltje van de bruidsschat dat wettelijk wordt voorgeschreven door Islam.) De bruid moet al helemaal niets zeggen. Wat dat betreft is een westers huwelijk toch romantischer.

De dag na het huwelijk was er dan nog eens groot feest (bersanding). Het pasgetrouwde koppel maakt daarbij een plechtige intrede in de zaal, gevolgd door de entourage en een luide Maleisische trommelband (kompang band). De tortelduiven zijn hier koning en koningin voor een dag, en zijn daar ook naar gekleed. Al zag Steven er misschien nog wel eerder uit als een Arabische prins, compleet met een echte dolk omgegespt. Ik had hier de rol van pengapit, een soort van best man. Er was mij echter op voorhand gezegd dat ik als pengapit eigenlijk eerder de slaaf zou zijn van koning bruidegom, dat ik naast zijn troon zou moeten staan en hem continu met een waaier koel houden. Dat was gelukkig enkel het geval voor een kort gedeelte van het feest. De rest van de tijd had ik niets speciaals te doen. Dat kon niet gezegt worden van Steven en Nazreen. Iedereen moest zeven keer met hen op de foto. Iedereen moest hun gelukwensen geven. Geen moment hadden ze om op adem te komen. Ze waren dan wel koning en koningin, maar ik betwijfel of ze er tijdens het feest veel van hebben kunnen genieten.

Steven en Nazreen met familie
Steven en Nazreen als koning en koningin, met de familie langs beide kanten.

Het was een fantastische ervaring om zo'n speciaal huwelijk van zo dichtbij te beleven.

Voor de volledigheid moet ik er wel bij zeggen dat ik er toch nog niet van overtuigd ben dat ik mij nu ook maar een Maleisische bruid moet zoeken, zoals sommigen mij al adviseerden.

Tussen alle huwelijksheisa in, bleef er voor mij maar een beperkt aantal dagen in Maleisië over, voordat ik weer terug naar het werk in Zürich moest. Ik kon enkel Kuala Lumpur een beetje verkennen en drie dagen op het eiland Tioman spenderen.

Kuala Lumpur - of kortweg KL - is in anderhalve eeuw van niets tot een miljoenenstad gegroeid. Bekend is de stad bovenal omwille van de Petronas Towers. De 451 meter hoge tweelingtorens waren van 1998 tot 2004 de hoogste gebouwen ter wereld. En het moet gezegd, in vergelijking met de meeste wolkenkrabbers zijn ze ook bijzonder elegant en architecturaal indrukwekkend, zowel bij dag- als bij nachtlicht.

Petronas Towers

Het eiland Tioman is een enorm contrast met KL. Van de wolkenkrabbers, verkeerschaos en gigantische shopping malls van KL is hier niets te bekennen. Er is slechts één doorgaande weg op het eiland, en ook die is enkel voor brommers en 4x4's. Sommige dorpjes, zoals Paya, waar ons resort lag, zijn zelfs enkel per boot bereikbaar. Het was blijkbaar laagseizoen op Tioman. Verschillende restaurants bleven gesloten, wat de de keuze nogal beperkte, maar langs de andere kant was het ook wel goed dat het plekje niet met toeristen overrompeld was. Een dag vulden we met een junglewandeling. Dat klinkt waarschijnlijk avontuurlijker dan het was, maar vele aapjes en enkele andere tropische beesten maakten er toch een hele belevenis van. Een andere dag werd gevuld met snorkelen. Daarvoor moesten we niet eens de boot nemen. In het zee vlak voor ons hotel waren al honderden verschillende vissen en prachtige koralen te vinden: een prachtige onderwaterwereld. Het overtuigde me zelfs om een onderwatercamera te huren. De resulterende foto's doen de werkelijkheid niet helemaal recht aan, geven toch een idee. Wat zijn onze zanderige Europese zeeën toch saai in vergelijking!

]]>
Tue, 17 Sep 2013 19:42:54 +0000
<![CDATA[Graduation]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/23/graduation http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/23/graduation Ah, Engeland... Ah, Engeland. Waar er een politiek schandaal kan ontstaan omdat de parlementariërs koste wat kost géén hoger salaris willen. Dat zou natuurlijk imagoschade opleveren in tijden van economische crisis. Helaas hebben ze de bevoegdheid over hun salaris uit handen gegeven aan een onafhankelijke commissie, en die vindt nu eenmaal dat de politici eigenlijk wel meer verdienen te verdienen...

Voor een blitzbezoek was ik vorige week in Leeds. Formele diploma-uitreiking en nog dezelfde dag terug op het vliegtuig naar Zürich. Toch was het leuk om opnieuw even in Engeland te zijn en om nog eens Engels te spreken. Mijn Hochdeutsch is toch nog niet zo goed als mijn Engels, en mijn Züritüütsch is al helemaal een ramp. Communicatie lukt altijd wel, maar lang niet zo vlot als in Engeland. Dat maakt een verschil, ook bij kleine handelingen zoals afrekenen bij de kassa. Of je op dezelfde golflengte zit en een beetje small-talk maakt, dan wel inspanning moet doen om de totaalprijs correct te verstaan; het zal de geschiedenis niet veranderen, maar je humeur wel. Zolang ik in Engeland woonde, stond ik er niet bij stil dat ik geleidelijk aan ook de subtielere kantjes van de Engelse taal mij eigen had gemaakt. Nu ik met Zürich kan vergelijken, is het verschil echter opvallend.

Voor mijn graduation, diploma-uitreiking dus, waren ook mijn ouders en grootouders overgekomen uit België. In Engeland krijg je als Dr. geen eigen plechtigheid. Er is één ceremonie per departement, waar zowel Bachelors, Masters als PhD's aan bod komen. Elke graad heeft een eigen academic dress, beter gekend als graduation gown. In kostuum, met een daarover een groen gewaad en een komische hoed, was het veel te warm in de atypische Engelse hitte. Gelukkig was de ceremonie voor de School of Mathematics nog redelijk vroeg 's ochtends.

Graduation

Graduation
Met promotor Barry Cooper en mijn ouders.

Graduation
Met ouders en grootouders.

]]>
Tue, 23 Jul 2013 20:10:01 +0000
<![CDATA[Züri Fäscht]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/9/zueri_faescht http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/9/zueri_faescht Het grootste evenement in Zürich? De Street Parade, toch... Het grootste evenement in Zürich? De Street Parade, toch. Zou ik ook gezegd hebben, maar... mis! De Street Parade telt meestal net geen miljoen deelnemers. Op het stadsfeest Züri Fäscht kwamen dit weekend 2,3 miljoen mensen af! Züri Fäscht vindt slechts om de drie jaar plaats, maar het geluk wilde hebben dat mijn komst naar Zürich net samenviel met een feestjaar. Er zijn kermisattracties, water- en lichtspektakels, vliegshows, maar vooral staat de enorme feestzone in het teken van muziek en bier. Met als voornamelijk effect dat de anders zo propere stad in geen tijd wordt omgevormd tot een gigantisch vuilnisbelt, waarop massa's dronken mensen elkaar net niet vertrappelen. Gelukkig reikte die feestzone niet tot bij mij in Altstetten. En het levert wel enkele mooie foto's op van de oude stad, dat moet ik toegeven.

Grossmünster
Grossmünster. Klik voor een grotere versie.

Fraumünster
Fraumünster. Klik voor een grotere versie.

Limmat
Zicht over de Limmat richting Fraumünster en Kirche St. Peter. Klik voor een grotere versie.

De hoogtepunten van Züri Fäscht zijn de muzikale vuurwerken op vrijdag- en zaterdagavond. Twee van de vijf grootste grootste vuurwerken van Europa, aldus de organisatie. En inderdaad, het muzikale kermisvuurwerk van Aarschot mag meestal al zeer de moeite waard zijn, dat van Zürich was nog enkele klassen hoger. Op YouTube staat een integrale video van het vrijdagvuurwerk, helaas met redelijk slechte geluidskwaliteit.

De organisatie van het vuurwerk was ook tot in de puntjes geregeld. De luidsprekers stonden verspreid over maar liefst tien kilometers langs de oevers van het meer en van de Limmat. Wie het geluk had om thuis uitzicht te hebben op het vuurwerk, kon ook via de radio de muziek meekrijgen. Klokslag half elf, net voor het begin van het vuurwerk, werd met één druk op de knop alle straat- en feestverlichting uitgeschakeld, en ook de kermisattracties doofden prompt hun helle neonverlichting. Een vuurwerk organiseren, dan kunnen de Zwitsers wel!

Vuurwerk Züri Fäscht

Vuurwerk Züri Fäscht

Limmat
De finale van het vuurwerk op vrijdag. Klik voor een grotere versie.

]]>
Tue, 09 Jul 2013 20:09:22 +0000
<![CDATA[Dwars door de Alpen]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/4/dwars_door_de_alpen http://www.stijnvermeeren.be/2013/7/4/dwars_door_de_alpen Het wordt tijd dat de Zwitserse zomer eens uit zijn identiteitscrisis geraakt... Het wordt tijd dat de Zwitserse zomer eens uit zijn identiteitscrisis geraakt. Voor mijn komst was het weer de hele lente lang nat en koud, zodat de sneeuwlijn begin juni nog uitzonderlijk laag was. Een korte hittegolf probeerde daar verandering in te brengen, maar daarna werd het weer abnormaal koud en grijs. Deze Zwitserse koe denkt er alvast het hare van...

Zwitserse koe in de mist

Voor mijn verjaardagsweekend zat er niets anders op dan te vluchten naar de Italiaanse kant van de Alpen om er beter weer te vinden. Aldus nam ik de trein, door de Gotthardtunnel en via Bellinzona naar Travedona, een dorpje aan het Lago di Monate in Lombardije. Daar pikte mijn Franse CouchSurfing host Mayeul mij op. Het Lago di Monate is een klein meertje, net iets ten zuid-oosten van het veel grotere Lago Maggiore, dat tot in Zwitserland rijkt, en bekend is dankzij onder andere de Borromeïsche Eilanden en Hemingways "A Farewell to Arms".

Het Lago Maggiore vormt ook de grens tussen Lombardije in het oosten en Piemonte in het westen. Om te gaan wandelen reden we zowel op zaterdag als op zondag naar de Piemontese kant. Op zaterdag een relatief korte wandeling langs de rand van het nationale park Val Grande; op zondag een meer uitdagende tocht op de heuvels aan het uiteinde van Valstrona. 'Heuvels' is relatief hier. Het hoogste punt van de dag was de Cima di Altemberg, 2394 meter boven zeeniveau. Meer als een kilometer hoger dan Ben Nevis, en toch klinkt het een beetje belachelijk om te zeggen dat je op een berg staat, wanneer je uitkijkt over de besneeuwde toppen van Monte Rosa en Dom, die nog meer dan twee kilometer hoger zijn.

Vervolgens werd ik gedropt in het station van Stresa, op de lijn Milaan-Genève, aldus ging het terug naar Zürich via Brig en Bern. Langer in afstand dan de heenweg door de Gotthardtunnel, maar niet langer in tijd dankzij de snelle treinen en de in 2007 geopende Lötschberg-basistunnel. Die is onderdeel van het NEAT (Neue Eisenbahn-Alpentransversale) project dat de noord-zuid treinverbindingen door de Zwitserse Alpen aan het verbeteren is. Binnen enkele jaren moet ook de Gotthard-basistunnel klaar zijn voor gebruik. Die wordt met 57 kilometer de langste spoorwegtunnel ter wereld. Ter vergelijking: de Eurotunnel is goed 50 kilometer lang. Met de Gotthard-basistunnel (en een aantal kleinere projecten) zal ook de verbinding Milaan-Zürich bijna een uur sneller zal worden.

Zondagavond zat de EuroCity trein Milaan-Genève helemaal vol. Een opmerkelijke meerderheid van de passagiers waren welgestelde, opgetutte jonge vrouwen, pronkend met de buit van een weekendje shopping in Milaan. Ik voelde me een beetje een vreemde indringer, met mijn wandelbotten en backpack. Maar dan de overstap in Brig, en een halte verder in Visp kwamen plots de honderden sportievelingen die het weekend hadden gespendeerd in Zermatt of in de Saas-vallei de trein op. Zo was ik opeens terug veel meer op mijn plek...

]]>
Thu, 04 Jul 2013 23:49:31 +0000
<![CDATA[Ha ke Ahnig]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/6/18/ha_ke_ahnig http://www.stijnvermeeren.be/2013/6/18/ha_ke_ahnig Grüezi mitenand. Oftewel hallo allemaal op z'n Zwitsers... Grüezi mitenand.

Oftewel hallo allemaal op z'n Zwitsers. Sommigen beweerden dat ik het Züritüütsch binnen de twee weken al opgepikt zou hebben, maar dat is niet bepaald gelukt. De Zwitsers slikken nogal veel lettergrepen in, in vergelijking met Hochdeutsch. "Ha ke Ahnig" luidt een van de hitjes van het moment. Voluit in Standaardduits zou het "Ich habe keine Ahnung" zijn. De Zwitserse versie bekt vlotter, maar om zo een conversatie op snelheid te verstaan, da's geen vanzelfsprekendheid.

In Leeds heb ik nooit een fiets gekocht. De stad was namelijk verrevan fietsvriendelijk. Zürich is gelukkig beter. Ik woon voorlopig ook een viertal kilometers van het centrum en van mijn werkplaats, dus te voet is geen optie. Openbaar vervoer is er wel, maar met de fiets is toch nog gemakkelijker. Aldus had ik gedurende mijn eerste dag in Zürich reeds een tweedehands fiets gekocht; goedkoop op de Velobörse van Pro Velo. De infrastructuur is niet overal even degelijk, maar fietsvriendelijke routes door de stad zijn goed bewegwijzerd. Ik kan me al bijna niet meer voorstellen hoe ik in Leeds meer dan drie jaar zonder fiets geleefd heb.

Vandaag ben ik nog een fietshelm gaan kopen. Op de terugweg van de winkel lag er een net voordien aangereden fietser op een kruispunt. Moet ik dat nu interpreteren als een of ander voorteken?

Vorige week raasde er nog een heel ander kaliber fietsen door Zürich. De Tour de Suisse passeerde door de stad onder een stralende zon. Ik stond op de Quaibrücke in het publiek, en je kan me ook zien in de samenvatting van de SRF. Mooie beelden van Zürich ook trouwens. De stad is zeker niet de mooiste ter wereld, maar het uitzicht van de oude stad langs de rivier Limmat, die ter hoogte van de Quaibrücke ontspringt uit de Zürichsee, is zeker de moeite.

Ten westen van de stad ligt de Uetliberg, Zürichs Hausberg. (Hoe moet je dat trouwens vertalen naar het Engels? Domestic mountain?) Met 869 meter boven zeeniveau is het een eerder bescheiden berg in vergelijking met bijvoorbeeld Pilatus bij Luzern, de Eiger bij Grindelwald, of de Matterhorn bij Zermatt. Gezien vanuit de stad, die op zo'n 400 meten boven zeeniveau ligt, lijkt de Uetliberg helemaal niet zo hoog, maar met de fiets naar boven rijden valt toch tegen. Voor wie lui wil zijn, rijdt er ook een trein de berg op. De Uetlibergbahn, nu deel van het S-Bahn-netwerk, bestaat reeds sinds 1875 en is met een maximale stijging van 7,9% nog steeds een van de steilste normale (i.e. zonder tandrad of kabel) spoorlijnen ter wereld.

De top van de Uetliberg is verminkt door een 186 meter hoge televisietoren. Daarnaast is de kleinere, gratis toegankelijke panoramatoren geen doorn in het oog. Het 355°-uitzicht (minus 5° voor de televisietoren) omvat niet alleen Zürich stad en Zürich meer, maar ook (al naar gelang de zichtbaarheid) een hele hoop lonkende Alpen in de verte.

In die Alpen kom je met Zwitserlands beroemde openbaar vervoer. Zürich HB is een van de drukste treinstations ter wereld, en barst redelijk uit haar voegen. Waar in Engeland de perrons van grote stations hermetisch zijn afgesloten door ticket barriers, doet in Zürich het voetpad van de Museumstrasse letterlijk dienst als perron van spoor 18. De Zwitserse treinen zijn beroemd voor hun frequentie en stiptheid, maar het meest indrukwekkend is hoe vlot alle aansluitingen zijn. Bijna zonder uitzondering stap je uit en staat de volgende trein reeds klaar aan de overkant van hetzelfde perron. Als je door een tunneltje naar een ander perron moet en daar 10 minuten moet wachten, dan klaagt men over de slecht geregelde aansluiting. Ook de Postbussen zijn uitstekend afgestemd op de treindiensten. Supermoderne bussen bovendien, met wifi, beeldschermen die haltes aankondigen, en je ticket koop je bij de chauffeur ineens naar eender waar in Zwitserland, bus en trein gecombineerd. Voor wie in Zwitserland woont is het openbaar vervoer ook redelijk van prijs, dankzij de Halbtax-kaart. Die kost 175 Stutzen (CHF) per jaar, en daarvoor krijg je 50% korting op alle bussen en treinen in Zwitserland. Bijna iedereen heeft er dan ook een. De toerist, voor wie de Halbtax-kaart niet de moeite waard is, zal echter wel moeten slikken als het de volle prijs moet betalen.

Het lidmaatschap van de openbare bibliotheek is ook een flinke brok (60 CHF per jaar), totdat je bemerkt dat je daarvoor gratis cd's en dvd's kunt uitlenen. Dat geld zal ik er snel uithalen, want het aanbod is uitstekend. Zeer leuk om eindelijk terug ergens te wonen met een degelijke openbare bibliotheek.

Zo, dan rest er mij alleen nog adie te zeggen, en schöne Abig.

]]>
Tue, 18 Jun 2013 20:41:41 +0000
<![CDATA[Alfred Wainwrights Lake District]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/5/26/alfred_wainwrights_lake_district http://www.stijnvermeeren.be/2013/5/26/alfred_wainwrights_lake_district In mijn laatste weken in Engeland heb ik nog tweemaal de kans gegrepen om naar het Lake District te gaan om er te wandelen... In mijn laatste weken in Engeland heb ik nog tweemaal de kans gegrepen om naar het Lake District te gaan om er te wandelen. Waarom juist de Lakes, waar ik al zo vaak geweest ben? Eenvoudigweg omdat het een van mijn favoriete plaatsen op deze aardbol is geworden. Ik geef gerust toe dat als je naar pure schoonheid of grootsheid kijkt, dat er veel indrukwekkender plekjes bestaan, sommige daarvan slechts 300km verder naar het noorden in de Schotse Highlands. Maar de combinatie van natuurpracht met toegankelijkheid, ontelbare wandelpaden met voor elk wat wils, uitgebreide toeristische faciliteiten die toch het authentieke karakter van de plaatselijke dorpjes niet verstoren; kortom: als totaalpakket ken ik geen enkele plek op aarde zoals het Lake District.

Iemand die vijftig jaar geleden al tot die conclusie kwam, is Alfred Wainwright. Tussen 1952 en 1966 werkte Wainwright aan zijn Pictorial Guides to the Lakeland Fells. In zeven volumes beschrijft hij elke heuvel in het hele Lake District. Elke pagina is volledig handgeschreven en voorzien van persoonlijke schetsen. Dergelijke obsessief gedetailleerde gidsen bestaan er voor nergens anders ter wereld. Wie de boeken nog nooit gelezen heeft, zal misschien opperen dat zeven volumes voor enkel de bergen van het Lake District wel redelijk eentonig moet zijn. Maar dat is buiten de passie en droge humor van Wainwright gerekend. Als sprekend voorbeeld hier een uittreksel uit het hoofdstuk over de Coniston Old Man:

Coniston Old Man 2. The Summit. Typical summit scene. Tourists looking for Blackpool Tower. Boy Scouts. Solitary fellwalker, bless him, looking north to the hills. There may be a cairn on the summit, or there may not... Sometimes there is, sometimes there isn't... The frequent visitor gains the impression that a feud rages here between cairn-builders and cairn-destroyers, with the contestants evenly matched, so that one week there will be a cairn, the next week not, and so on. Indestructible, however, is a big solidly-constructed slate platform on which the cairn, when there is one, stands, and which has no counterpart on other fells; into it a recess has been provided and this serves as a shallow wind-shelter on occasions when it is not cluttered up with the debris of shattered cairns, the latter circumstance depending on which of the rival fractions is, at the moment, enjoying a temporary and fleeting triumph. One hesitates to join in, if this is a private fight, but may perhaps suggest that if the word 'man' means 'a summit cairn', as authorities seem to be agreed, then, of all fells, the Old Man should be allowed to have one and that it should be left alone to grow hoary and ancient. But it never could. Not with those crowds.

Een gelijkgestemde ziel! (Maar dan mét tekentalent en schoon schrift ook.) Hoezeer deel ik Wainwrights affectie voor de eenzame wandelaars. En de minachting voor de gewone 'toeristen' op de top is ook van alle tijden. Natuurlijk zijn de bergen van iedereen, maar wees geen idioot. Als je je in dichte mist op de top van Scafell Pike bevindt, dan is het een beetje laat voor de realisatie dat een van internet geplukte foto van de berg niet het beste navigatiemiddel is om de juiste weg naar het dal te vinden. En dan hadden ze tenminste de juiste berg nog gevonden. Het zou de eerste keer niet zijn dat een groep triomfantelijk hun aankomst op de hoogste berg van Engeland aankondigt, waarop een voorbijganger moet tussenkomen: "eh, excuse me mate, it isn't, this is Bowfell".

Enkele jaren geleden is er een herziene editie van Wainwrights Pictorial Guides uitgebracht. De oorspronkelijke stijl is daarin behouden, maar de nodige aanpassingen aan bijvoorbeeld wandelpaden zijn erin opgenomen. Toch zou ik ten zeerste willen aanraden om de oorspronkelijke versie aan te schaffen. De boeken zijn namelijk sowieso geen vervangmiddel voor een goede up-to-date topografische kaart. Met dat in beschouwing is het juist interessanter om te kunnen vergelijken met hoe Lakeland vijftig jaar geleden was, en te zien hoe weinig er veranderd is. Zou je deze schitterende rant van Wainwright willen missen?

Road widening and improvement schemes are in progress between Threlkeld and Scales, and slight amendments of the map may be required. A bypass for Threlkeld is contemplated. The present road policy in the Lake District, of widening, cutting off corners, easing gradients and generally turning highways into racetracks is surely wrong. Lakeland, once a sanctuary from noise and fast traffic, is being opened up to types of people who wantonly destroy peace and quietness and good order, and are aliens in a place of natural beauty. We should be putting up barriers to keep them out, not facilitating their entry. Lakeland is for the folk who live there and appreciative visitors who travel on foot or leisurely on wheels to enjoy the scenery, and the roads should be no better than are needed for local traffic. The fragrant lanes and narrow winding highways add greatly to the charm of the valleys; it is an offence against good taste to sacrifice their character to satisfy speeding motorists and roadside picnickers. Lakeland is unique: it cannot conform to national patterns and modern trends under the guise of improvement (mark the word!) without losing its very soul. Let's leave it as we found it, as a haven of refuge and rest in a world going mad, as a precious museum piece. Where are the men of vision in authority?

Die bredere geplande weg is de A66, die nu niet meer weg te denken is. Aldus is bovenstaande passage in de herziene editie helaas vervangen door een veel saaier stukje tekst...

De 214 fells die door Wainwright in zijn boeken beschreven zijn worden vandaag de Wainwrights genoemd. Ik heb er reeds 77 van beklommen. Het afwerken van de hele lijst is een ambitie die helaas zal moeten wachten tot ik ooit nog eens voor langere tijd in de buurt woon.

]]>
Sun, 26 May 2013 17:03:47 +0000
<![CDATA[Dr. Stijn]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/5/19/dr_stijn http://www.stijnvermeeren.be/2013/5/19/dr_stijn Drieënhalf jaar werk, nu eindelijk voltooid, mooi ingebonden en klaar voor de vergetelheid: Notions and applications of algorithmic randomness... Drieënhalf jaar werk, nu eindelijk voltooid, mooi ingebonden en klaar voor de vergetelheid: Notions and applications of algorithmic randomness. En durf niet af te komen met overgebleven typfouten.

PhD thesis

Ondertussen ben ik wel volledig klaar met mijn thesis, maar tijdens de week van het jaar waarin de wiskundedoctorandi in Leeds veruit het hardst werken wilde ik ook nog wel meedoen: de MUMS Puzzle Hunt! Terwijl de competitie op z'n einde loopt heeft ons team Masterminds 16 van de 20 puzzels opgelost en daarmee staan we op de 19de plaats.

]]>
Sun, 19 May 2013 15:04:24 +0000
<![CDATA[Donaties voor het Cairngorm Mountain Rescue Team]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/4/21/donaties_voor_het_cairngorm_mountain_rescue_team http://www.stijnvermeeren.be/2013/4/21/donaties_voor_het_cairngorm_mountain_rescue_team Het was gisteren druk op Blencathra, Graham's favoriete berg in het Lake District... Het was gisteren druk op Blencathra, Graham's favoriete berg in het Lake District. Met circa 90 mensen genoten we van het uitzicht de top, huidige en voormalige leden van de hiking club, familie van Graham en van andere betrokkenen. De tocht staat centraal in onze geldinzameling voor het Cairngorm Mountain Rescue Team, een fantastisch team van vrijwilligers dat een jaarbudget heeft van £80.000, waarvan twee derde van donaties moet komen. Wij hebben alvast een fantastische reactie gehad, en de teller van onze geldinzameling is reeds de £5.000 voorbij. Bedankt aan iedereen die reeds gedoneerd heeft, en het is nog niet te laat! Je kan nog steeds online doneren, of contacteer mij voor alternatieven.

Groepsfoto met Blencathra op de achtergrond
Groepsfoto met Blencathra op de achtergrond

Mijn verhaal van ons tragisch incident in de Cairngorms staat reeds op deze blog. Een nieuwe blik op de bijhorende reddingsoperatie werd onlangs gegeven in een uitstekende documentaire van BBC Schotland over het Cairngorm Mountain Rescue Team, waarin ons incident een centrale rol speelde. De documentaire is confronterend maar ook erg oprecht, genuanceerd en eye-opening, en toont ontegensprekelijk de waardigheid van ons goede doel aan. Ik heb een digitale versie van de uitzending op mijn computer staan, contacteer mij als je hem wilt zien.

]]>
Sun, 21 Apr 2013 21:49:00 +0000
<![CDATA[Starmind]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/29/starmind http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/29/starmind Maak kennis met mijn werkgever in Zürich vanaf 1 juni: Starmind. ... Maak kennis met mijn werkgever in Zürich vanaf 1 juni: Starmind.

]]>
Fri, 29 Mar 2013 20:47:00 +0000
<![CDATA[Jean Ville, martingales en de geschiedenis van algorithmic randomness]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/13/jean_ville_martingales_en_de_geschiedenis_van_algorithmic_randomness http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/13/jean_ville_martingales_en_de_geschiedenis_van_algorithmic_randomness Bij het schrijven van mijn doctoraatsthesis moet ik ook heel wat door historische bronnen pluizen om de correcte referenties te kunnen geven... Bij het schrijven van mijn doctoraatsthesis moet ik ook heel wat door historische bronnen pluizen om de correcte referenties te kunnen geven. Daarbij hoort ook de doctoraatsthesis van Jean André Ville uit 1939, getiteld "Étude critique de la notion de collectif". Hieruit komt de volgende passage:

Jean Ville

Het is zonder meer de meest opmerkelijke paragraaf die ik in mijn bronnenonderzoek ben tegengekomen. Ik leg uit waarom.

Het centrale probleem in mijn onderzoek gaat als volgt. Veronderstel dat je een muntstuk herhaaldelijk opwerpt. Je schrijft het cijfer 0 elke keer als de uitkomst 'kop' is, en het cijfer 1 telkens als de uitkomst 'munt' is. Als er zo een rij als 0100101110... verschijnt, dan valt daar weinig op aan te merken. Als je echter de rij 0000000000... te zien krijgt, dan zal je snel achterdochtig worden. Onze intuïtie maakt een duidelijk onderscheid tussen toevalsrijen (random sequences) en regelmatige rijen. Toch zijn beide voorbeelden statistisch even waarschijnlijk. Het onderzoeksgebied van algorithmic randomness maakt gebruik van berekenbaarheidstheorie om definities van toevalsrijen te formuleren die een uitweg uit deze paradox bieden. Daarmee is algorithmic randomness een onderwerp op de grens tussen wiskundige logica en theoretische informatica.

De zoektocht naar een wiskundige definitie van toevalsrijen is echter ouder dan de berekenbaarheidstheorie zelf. In het begin van de twintigste eeuw, voordat Kolmogorov zijn axioma's formuleerde, was de kansrekening nog een erg onnauwkeurige discipline. Wiskundigen hoopten dat een wiskundige definitie van een toevalsrij een fundament zou zijn, waarop de rest van de kansrekening rigoureus zou kunnen gebouwd worden.

Richard Von Mises probeerde in 1919 toevalsrijen (die hij Kollektivs noemde) te definiëren door gebruik te maken van de wet van de grote getallen, die zegt dat in een toevalsrij de limietfrequenties van nullen en enen allebei gelijk moeten zijn aan 1/2. Dat is echter niet voldoende. De rij 010101010101... bijvoorbeeld, voldoet aan de wet van de grote getallen, maar is duidelijk geen toevalsrij. Uit deze rij kan je echter gemakkelijk een deelrij selecteren die niet meer voldoet aan de wet van de grote getallen. Bijvoorbeeld door alle even posities te selecteren, krijg je een rij met enkel nullen. (Ja, ik ben een logicus dus ik begin te tellen met positie nul.) Aldus definieerde Von Mises een toevalsrij als een rij waarvoor elke selecteerbare deelrij voldoet aan de wet van de grote getallen.

Helaas was Von Mises niet in staat om exact te formuleren wat nu juist een selecteerbare deelrij is. Pas rond 1936 kon Abraham Wald voor het eerst de dubbelzinnigheid uit Von Mises' definitie weghalen. Wald stelde voor het eerst expliciet dat men zich moet beperken tot een aftelbare verzameling van selectieregels en hij suggereerde ook dat die regels "in endlich vielen Schritten berechnet" moeten kunnen worden. In 1940 tenslotte eindigt de geschiedenis met Alonzo Church, die in de jaren '30 mee aan de wieg stond van de berekenbaarheidstheorie. Met een wiskundige definitie van berekenbare functie stelde Church voor om enkel berekenbare selectieregels te beschouwen. Het resulterende begrip, dat tegenwoordig Church stochasticity wordt genoemd, is eindelijk een exacte vorm van Von Mises's Kollectiv-idee.

Inmiddels was het kwaad echter al geschied voor Von Mises' project. Door de dubbelzinnigheid had Von Mises' benadering door de jaren heen meer tegenstanders dan aanhangers gevonden. Verschillende wiskundigen stelden dat het simpelweg een onmogelijke opgave is om een toevalsrij wiskundig te definiëren. Als je iets in een definitie kunt vatten, kan er van echte wanorde geen sprake meer zijn, toch? Toen Kolmogorov in 1933 zijn axioma's van de kansrekening formuleerde, werden die als snel algemeen aanvaard als basis voor de hele discipline. Tot overmaat van ramp ontdekte Jean Ville, al werkend aan zijn doctoraat, een fundamenteel probleem met Von Mises' benadering. In een toevalsrij verwachten we dat de frequentie van nullen rond de uiteindelijke limiet van 1/2 oscilleert. Bij het herhaaldelijk opwerpen van een muntstuk, heb je soms een groter aantal keer 'kop' dan 'munt', maar op andere ogenblikken zal het andersom zijn. Ville toonde echter aan dat dit oscillerende gedrag niet gevat kan worden door de wet van de grote getallen voor deelrijen te beschouwen, welke verzameling van selectieregels men ook gebruikt. Daarmee is ook de nauwkeurige definitie van Church stochasticity geen bevredigende definitie voor toevalsrijen. Pas in 1966 zou Per Martin-Löf eindelijk een algemeen aanvaarde definitie van toevalsrij geven, nu gekend onder de naam Martin-Löf randomness.

Nu komt echter de echte bombshell. We gaan terug naar de jaren '30. Ville onderzoekt in zijn thesis een mogelijke oplossing voor het probleem dat hij ontdekt heeft met Von Mises' benadering. Enkel de wet van de grote getallen beschouwen volstaat niet. Er is nood aan een meer algemene methode voor het ontdekken van regelmatigheden in een binaire rij. Ville denkt aan kansspelen in een casino. Stel je voor dat je geld kunt inzetten op de uitkomst van de worp van een muntstuk. Zet je geld in op de juiste uitkomst ('kop' of 'munt'), dan krijg je je inzet verdubbeld terug, maar als je verkeerd inzet dan verlies je je inzet. Als de uitkomsten een toevalsrij volgen, dan zal je geen noemenswaardige winsten kunnen verwachten. Als er echter een regelmaat zit in de rij, dan zal je een gokstrategie hebben die die regelmaat uitbuit en je onbegrensde winsten geeft.

Ville geeft een wiskundige definitie voor een dergelijke gokstrategie en geeft er de naam martingale aan. De naam martingalestrategie werd eerder al gebruikt voor de gokstrategie die bij verlies steeds de inzet zodanig verhoogt, dat bij een uiteindelijke goede uitkomst alle verliezen ongedaan worden gemaakt. Het probleem daarbij is natuurlijk dat de exponentieel groeiende inzet de gokker al snel blut zal maken, voordat hij de kans heeft om zijn verliezen terug in winst om te zetten, een voorbeeld van de zogenaamde gambler's ruin. Deze bepaalde strategie is een speciaal geval van Ville's martingales. Overigens, in zijn thesis geeft Ville ook een elegant bewijs van de gambler's ruin door slim gebruik te maken van zijn definitie van martingales.

Nu denk je reeds dat Ville met zijn martingales de oplossing heeft gevonden. Een toevalsrij is een rij waarvoor geen enkele gokstrategie succesvol is. Maar lees nu terug het citaat bovenaan dit bericht. De "question de l'irrégularité" is de zoektocht naar een wiskundige definitie van toevalsrij. En Ville legt zich neer bij de mening van een aantal gezaghebbende wiskundigen dat dit een "onoplosbaar probleem" is! De uitleg? Een definitie van toevalsrij met martingales vereist een "voorafgaande keuze" over welke verzameling van gokstrategieën we beschouwen, en aldus van welke rijen uiteindelijk als regelmatig worden beschouwd.

Maar he... zo'n probleem hadden we toch eerder ook met selectieregels in plaats van gokstrategieën? Dat loste Church op door de verzameling van berekenbare selectieregels te beschouwen. Dus waarom beschouwen we nu niet simpelweg de verzameling van berekenbare gokstrategieën? Had Ville deze link gelegd, dan was hij de grondlegger van algorithmic randomness geweest, bijna 30 jaar voor Martin-Löf! Maar Ville wist schijnbaar niets af van de recente ontwikkelingen in de berekenbaarheidstheorie. Uiteindelijk legde Claus-Peter Schnorr pas in 1970 de missing link en definieerde zo computable randomness, een alternatief voor Martin-Löf randomness.

Tragisch toch. Ville staat vlakbij een revolutionair resultaat. Het baanbrekende recept staat reeds op punt, alleen het allerlaatste ingrediënt moet nog toegevoegd worden. En hij geeft op en bestempelt het hele project als onoplosbaar...

Waarom gaf hij op? Zijn promotoren, Émile Borel en Maurice Fréchet, allebei grote namen in de wiskundegeschiedenis, waren eerder geïnteresseerd in analyse en aldus aanhangers van Kolmogorov's axioma's. De gangbare opinie was dat Von Mises' Kollektivs niet tot evenwaardige resultaten konden leiden. Ville was ongetwijfeld beïnvloed door die visie, wat ook duidelijk wordt uit de titel van zijn thesis, "Étude critique de la notion de collectif", en door de expliciete vermelding van Borel, Fréchet en een derde wiskundige, Lévy, in het bovenstaande citaat. Kansrekening en logica werden in de jaren '30 nog niet zo gerespecteerd als volwaardige disciplines. Ville had de meeste resultaten over toevalsrijen al klaar rond 1936. Het duurde echter nog tot 1939 voordat hij zijn thesis afwerkte, onder meer omdat hij onder druk stond om meer werk in analyse te doen om zijn thesis meer respectabel te maken. In 1936 echter waren de eerste wiskundige definities van berekenbaarheid nog maar pas geformuleerd door onder andere Turing en Church. Zonder contact met logici zal Ville zich niet bewust zijn geweest van deze ontwikkelingen. Toen de bekendheid van berekenbaarheidstheorie groeide, was Ville's aandacht reeds verschoven. Het is niet duidelijk of de definitie van Church stochasticity uit 1940 tot Ville is doorgedrongen. Dat is echter niet erg waarschijnlijk, vanwege de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk. Andersom is er in het artikel van Church geen enkel spoor van Ville.

Na de oorlog verdween het probleem van de toevalsrijen uit het gezichtsveld van de meeste wiskundigen. Ville's idee van de martingale kreeg, in een gewijzigde vorm, een belangrijke rol in de kansrekening, vooral dankzij het werk van Joseph Leo Doob. Pas in de jaren '60, met het werk van Kolmogorov en Solomonoff over algoritmische complexiteit en de daarop volgende definitie van Martin-Löf randomness, kwamen toevalsrijen terug in de aandacht. Zo was het uiteindelijk Schnorr die de ontbrekende stap in Ville's werk voltooide, 30 jaar na datum.

Wie meer wil lezen kan terecht bij het Journal Electronique d'Histoire des Probabilités et de la Statistique, waar een aantal gratis toegankelijke artikels over de geschiedenis van martingales te vinden is.

]]>
Wed, 13 Mar 2013 20:50:00 +0000
<![CDATA[Graham]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/1/graham http://www.stijnvermeeren.be/2013/3/1/graham Gisteren heb ik, in de kapel van het Pontefract crematorium die veel te klein was voor de toegestroomde familie, vrienden en collega's, afscheid genomen van Graham... Gisteren heb ik, in de kapel van het Pontefract crematorium die veel te klein was voor de toegestroomde familie, vrienden en collega's, afscheid genomen van Graham. Graham, 31, werd meer dan tien jaar geleden als eerstejaarsstudent lid van de Leeds University Union Hiking Club (LUUHC) en is er steeds blijven plakken. Ik kende Graham sinds ik zelf in 2009 naar Leeds kwam. Ik heb met name in het afgelopen jaar een aanzienlijk aantal uitstappen samen met hem gedaan. Op zondag 10 februari verloor Graham het leven in een ongeval in de bergen van de Cairngorms in Schotland, tijdens een uitstap met de LUUHC waar ook ikzelf aanwezig was.

Adam and Eve
Groepsfoto met Graham links-vooraan, op Devil's Staircase in Glencoe, juni 2012.

Hoe tragisch en triest het is om onder vrienden op uitstap te gaan en terug te komen met een vriend minder, is moeilijk in woorden uit te drukken. Dat ik dan ook niet de bedoeling van dit bericht. Wel is het mijn bedoeling na te denken over bergwandelen als hobby en de risico's die eraan verbonden zijn. Dit is geen gemakkelijke denkoefening, maar het is belangrijk de juiste antwoorden te vinden, zowel voor mezelf persoonlijk als voor de hiking club als organisatie. Zelfs in de Britse media is er, naar aanleiding van ons incident en van enkele recente dodelijke lawines in Schotland, een redelijk hevige discussie hierover opgelaaid, waarin helaas nogal wat slecht geïnformeerde onzin verkondigd is. Ook al is het weinig waarschijnlijk dat deze discussie het Nederlandstalige publiek van deze blog heeft bereikt, kan het geen kwaad om een aantal punten te verduidelijken of recht te zetten.

De gebeurtenissen

De Hiking Club organiseert elk jaar twee winteruitstappen naar Schotland: drie dagen in de Cairngorms begin februari en drie dagen nabij Fort William eind februari. Dit zijn de meest serieuze uitstappen van het jaar. In de Schotse winter vind je bijna alle uitdagingen van het hooggebergte in de Alpen, met gletsjers en hoogteziekte als enige uitzonderingen. De club voorziet crampons (stijgijzers) en ice-axes (pickels) voor alle deelnemers en de eerste dag is steevast een dag met skills training voor de nieuwkomers zodat iedereen die uitrusting ook correct weet te gebruiken.

Op vrijdag 8 februari reden we met 36 hikers van Leeds naar de Cairngorms. Op zaterdag bevond ik me in een groep met hikers die allemaal al wat winterervaring hadden, dus wij planden een redelijk lange wandeling naar Ben Macdui, met 1309 meter op Ben Nevis na de hoogste top van Groot-Brittannië. Gedurende het grootste deel van de dag bevonden we ons in de wolken die zich slechts af en toe een klein beetje openden. Voor de rest was het weer echter zeer kalm, zodat dit uitstekende omstandigheden waren om onze navigatievaardigheden met kaart en kompas uit te testen. Dat ging zeer goed, en ondanks een gebrek aan uitzichten was het een aangename dag in de bergen.

Zaterdagavond kregen we een rondleiding in de basis van het Cairngorms Mountain Rescue Team. Vorig jaar kwamen we ook al op bezoek en werden we ontvangen door de charmante team leader Willie Anderson. Dit jaar werden we rondgeleid door Duncan Scott, dokter en ex-president van LUUHC, uit het eerste jaar van Graham in de club! Nieuw in de rondleiding was een bezoek aan de garage van het team, met hun vierwielaangedreven jeeps. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht dat ik minder dan 24 uur later zelf in een van die jeeps zou geëvacueerd worden. Bergreddingsteams in Schotland werken volledig op vrijwillige basis. Op het einde van de rondleiding zamelden we geld in om aan het reddingsteam te geven. Ik zag Graham onopvallend een briefje van £20 in de pot stoppen, veel meer dan de meeste studenten zich konden veroorloven...

Op zondag was er behoorlijk veel wind. Ik was op weg in een groep van zes die geadverteerd was als "introduction to winter mountaineering". Samen met Grahams groep van zeven waren we gebaseerd in het Cairngorms Ski Centre. Op 650 meter boven zeeniveau is het skicentrum de beste uitvalsbasis voor het voor de rest zeer desolate plateau van de Cairngorms. Wij wandelden de vallei van Coire an t-Sneachda in. Een meer ervaren klimmer in mijn groep zou ons wat technieken leren met het klimtouw en met de ice-axes. De sterke wind en veel verse sneeuwval zorgden echter voor moeilijke en onaangename omstandigheden. Uiteindelijk konden we niet al te veel nuttigs doen en zo kwamen we al om 3 uur 's namiddags terug uit bij het skicentrum, een uur eerder dan gepland.

Toen we in het skicentrum toekwamen, was er daar een volledige evacuatie aan de gang. De enige toegangsweg was zich aan het insneeuwen en zou al snel helemaal geblokkeerd geraken. 's Ochtends was er nog helemaal geen sprake van een voortijdige sluiting van het skicentrum, dus het weer die dag was zeker slechter was dan voorspeld. Wij konden echter nog niet weg. We waren gekomen in dezelfde minibus als Grahams groep. Graham was de bestuurder en had de sleutel op zak. Normaal is de cafetaria van het skicentrum een gezellige plek om op te warmen, maar die was reeds gesloten. Een tijd lang scholen we in de hal van het toilettenblok, maar ook dat werd even later afgesloten. Vervolgens ontdekten we dat de ranger base nog open was en we kregen toelating om daar nog even te schuilen. Terwijl we in de ranger base waren, begreep men daar dat wij van dezelfde club waren als een groep die een noodoproep had geplaatst. Zo kregen we voor het eerst te horen dat Grahams groep in de problemen was geraakt.

Grahams groep bestond uit zeven leden. Graham, A., B., E., N., S. en T.. Graham had een tiental jaren ervaring in de Schotse winter. E. heeft een viertal jaren ervaring in de bergen in de winter, maar dit was zijn eerste keer in de Cairngorms. De andere vijf hadden nog geen noemenswaardige ervaring in de Schotse winter. De route van de groep was een redelijk uitdagende beklimming van de Fiachail Ridge waarna de groep over het plateau zou terugkeren naar het skicentrum. De beklimming was succesvol voltooid. Op het plateau vond de groep zichzelf echter in een kwetsbare positie in snel verslechterende weersomstandigheden. Er was geen beschutting tegen de rukwinden van meer dan 100 km/u en de groep bevond zich in een whiteout (alles is wit; de overgang tussen sneeuw en lucht is onzichtbaar) met een zichtbaarheid van minder dan een paar meter. Aan de rand van het plateau zijn er steile afgronden waarover wind en sneeuw cornices (kroonlijsten) hadden gevormd; uitstekende stukken sneeuw waaronder geen rots meer is, enkel afgrond. Op een gegeven moment is N., die vooraan liep, door zo'n cornice gezakt. Als bij wonder viel hij redelijk zacht de steile sneeuwhelling omlaag. N. was ongedeerd, maar er was geen communicatie meer mogelijk tussen hem en de rest van de groep. N. belde de hulpdiensten, maar moest niet gered worden omdat hij al snel een andere groep wandelaars vond die heb veilig terug naar het skicentrum brachten. Van daar was hij reeds naar het politiekantoor van Aviemore gebracht om een verklaring te geven. Onze groep van zes kreeg dit alles te horen in de ranger base. Men vertelde ons ook dat er contact was geweest met de rest van N.'s groep. Zij zouden weten dat N. veilig was en zouden op eigen kracht terugkeren naar het skicentrum, waar ze binnen het uur zouden moeten aankomen. In werkelijkheid kon de groep, door de luide wind, echter nauwelijks verstaan wat er over de telefoon gezegd werd. In feite wisten zij helemaal niet dat N. in veiligheid was. Kort nadien verloor de groep alle gsm-ontvangst.

Rond 16:20 moest ook de ranger base op slot en moesten wij buiten een schuilplaats vinden. Niet erg vriendelijk misschien, maar gelukkig voorzien we elke groep van een group shelter, een soort zeil waar iedereen in kan zitten om beschutting te vinden bij slecht weer. We zetten dit shelter op op een beschutte plek op de parking en wachtten daar op de terugkeer van Grahams groep.

Rond 18:00 kwam een jeep van de politie een kijkje nemen op de parking. De agent regelde jeeps van de bergredding voor ons, om ons naar beneden te brengen, want zelfs als Graham zou terugkeren met de sleutels van de minibus, zou het toch veel te gevaarlijk zijn om die nog door de sneeuw naar beneden te rijden. In de basis van het Cairngorms MRT werden we herenigd met N.. Een vriendelijke medewerker van het reddingsteam begon ook details van ons te nemen over de groep van Graham, die inmiddels flink over tijd was. Vervolgens bracht een van onze minibussen, een die niet ingesneeuwd was bij het skicentrum, ons terug naar onze hut in de nabij gemeente Grantown-on-Spey. Daar konden we niet meer doen dan met z'n alle wachten op nieuws. We kookten avondeten, speelden en spelletje en keken naar een film om onze gedachten te verzetten. Uiteindelijk moesten we echter zonder verder nieuws naar bed, met als enige geruststelling de gedachte dat de groep met Graham, onze meest ervaren hiker, in goede handen was, en dat ze in hun group shelter een oncomfortabele doch veilige nacht konden doorbrengen, om dan de volgende ochtend gevonden te worden.

Maandagochtend rond 8:30 kregen we in onze hut het bezoek van twee politieagenten uit Grantown-on-Spey. Zij hadden nog steeds geen nieuws. Naast onze groep waren er de vorige avond aanvankelijk nog drie andere groepen vermist, maar die waren die nacht nog allemaal terechtgekomen. Sinds 6:30 die ochtend was de zoekactie naar onze groep opnieuw gelanceerd. Meer dan honderd bergredders waren op de been, van naburige reddingsteams een ook van teams uit Noord-Ierland, Engeland en Wales die toevallen op training waren in de omgeving. Het weer was inmiddels terug verbeterd, zodat ook helikopters van de RAF konden meedoen aan de zoekactie. (Omdat er geen geld is om de verouderde Sea King helikopters te vervangen, wordt die dienst vanaf 2016 geprivatiseerd; het is bang afwachten welke invloed dat op search and rescue-operaties zal hebben.) Het redelijk slechte weer dat voorspeld was voor zondag én maandag, had zich blijkbaar onverwacht samengeperst tot een buitengewoon zware storm gedurende zondagnamiddag en zondagnacht.

Voor elk van de zes vermiste personen vulde de erg vriendelijke en compassievolle politieagenten een 'vermiste persoon'-formulier in. Inmiddels had ook de nationale media lucht gekregen van de grootschalige zoekactie. Zo hadden wij in de hut de taak om onze families gerust te stellen, maar dan zonder enige details te geven over de vermiste groep.

Rond 11:00 was er eindelijk nieuws. Vijf van de zes vermisten personen waren terecht, één (niet benoemde) persoon nog vermist. Dat roepte meteen erg gemengde gevoelens op. Dat vijf vrienden in veiligheid zijn was uitstekend nieuws. (De reddingsteams zouden later toegeven dat zij zich reeds op het vinden van zes lijken hadden ingesteld.) Een persoon alleen is echter veel hulpelozer en kwetsbaarder dan een groep samen. Wat dat betreft werden onze zorgen eigenlijk nog groter.

Het is wrang dat we het slechte nieuws eerst te weten kwamen via het internet; er zou een lijk gevonden zijn. Even later werd dit ook officieel bevestigd. Nog een tijdje later kregen we te horen dat het om Graham ging. De juiste tijdlijn van de gebeurtenissen die namiddag weet ik niet meer juist, maar het was alleszins goed om met z'n allen samen te zijn in te hut en elkaar te steunen. Er werd een grote avondmaaltijd gekookt in afwachting van de terugkeer van de vijf geredde wandelaars, en Grahams favoriete whisky werd aangekocht om er achteraf een toost mee uit te brengen.

Rond 17:00 werden de vijf teruggebracht tot bij onze hut, nadat zij politieverklaringen hadden gegeven en medisch onderzocht waren. De vijf waren volledig ongedeerd met uitzondering van E. die een beetje frostnip (de eerste graad van bevriezing) had aan zijn tenen. We hadden gedacht dat zij zich wel zouden willen terugtrekken en slapen. In werkelijkheid waren ze echter blij om terug in ons gezelschap te zijn en om hun verhaal te kunnen doen. Zo kregen we al snel veel details te horen over wat er juist gebeurd was.

Nadat de groep N. verloren had, probeerden de zes onder leiding van Graham opnieuw hun weg te vervolgen naar het skicentrum. Ik weet uit eigen ervaring dat Graham een uitstekende navigator is, maar mogelijk heeft de sterke wind hem ongemerkt uit de juiste kompasrichting geblazen. In ieder geval zakte Graham, net als N. door een sneeuw-cornice. Graham was niet zo gelukkig als N.. De lijkschouwing zou later aantonen dat Graham een zware slag in het hoofd gekregen had en ook zware verwondingen in de borst had opgelopen. Hij was waarschijnlijk onmiddellijk bewusteloos en zou zijn val hooguit een paar minuten overleefd hebben. De rest van de groep was nu nog met vijf, zonder gsm-ontvangst en in een steeds meer precaire positie. In tegenstelling tot wat sommige media schreven, had de groep nog wel een kaart op zak. De drie kompassen van de groep waren echter allemaal verloren gegaan. N. had één kompas in de hand toen hij viel. Graham had een kompas in zijn rugzak maar had door stom toeval ook E.'s kompas aangenomen om te navigeren. In whiteout condities en met invallende duisternis is een kaart bijna nutteloos zonder een kompas. Bovendien had Graham ook het group shelter op zak. Zo had de groep niet alleen het meest ervaren lid, maar ook enkele essentiële survival-middelen verloren. Uiteindelijk lukte het de vijf om van het plateau af te dalen en zo uit het ergste van de storm te komen. Dit lukte hen echter enkel in de richting van Loch Avon, aan de andere kant van de berg als het skicentrum. Zonder shelter besloten de vijf om de hele nacht lang in beweging te blijven. Ze tekenden pijlen en schreven de letters "LUUHC" in de sneeuw naast hun voetsporen om eventuele redders op het juiste spoor te brengen. Rusten deden ze al zittend op hun pickels. Als ze dan onbedoeld in slaap vielen, vielen ze van hun pickel en werden zo meteen terug wakker. Gedurende het grootste deel van de nacht volgden ze een riviertje. (Een fantastische krachttoer; ik heb het grootste respect voor de vijf voor hoe zij zich door de nacht gewerkt hebben.) Zo bevonden ze zich de volgende ochtend een eindje buiten het gebied waar de zoekactie zich aan het concentreren was. Om een gegeven moment in de voormiddag kreeg A. eindelijk opnieuw ontvangst op zijn gsm. Met enige moeite kon de groep uiteindelijk een helikopter tot bij hen leiden. Die bracht hen terug naar de bewoonde wereld.

Op dinsdag zorgde Leeds University Union voor een bus die ons allemaal terug naar Leeds bracht. De Union heeft ons uitstekend gesteund en afgeschermd van de pers. Zij hadden de club gemakkelijk kunnen lamleggen door plots overdreven veiligheidsmaatregelen op te leggen, maar in plaats daarvan hebben ze ons volop gesteund om ons te herpakken als club.

Het contact dat we hebben gehad met de familie van Graham, was tegelijk hartverscheurend en hartverwarmend. In een mooi eerbetoon in de plaatselijke krant schrijft moeder Elaine:

He was well loved and well regarded, the hiking society was like his second family, they’ve all been calling him the man of the hills.

Een ander citaat van broer Ashley mag ook in de verf gezet worden:

If he could have chosen someone to die on that mountain, he’d have wanted it to be him – he would have been absolutely in pieces to lose someone else.

Dat kan ik alleen maar volop beamen.

Graham werkte als geluids-, licht- en computertechnicus in een performing arts school, die ook goed vertegenwoordigd was bij de begrafenis. Het was pakkend om te zien hoe'n grote impact hij ook had op de leerlingen in die school. Volgende week ga ik met een aantal andere hikers een schoolvoorstelling van de musical "We Will Rock You" bijwonen, waaraan Graham meewerkte voor zijn dood.

De Hiking Club zelf was op de begrafenis aanwezig met een zeventigtal leden van vroeger en nu. Op aanvraag van de familie waren we allemaal in hiking-uitrusting gekleed. De inzameling van de dienst was ten voordele van onze club; een pakkend gebaar van de familie. Zelf gaan we in april een gesponsorde wandeling organiseren ten voordele van het Cairngorms Mountain Rescue Team. Iedereen in de club, in het bijzonder de vijf, is vol lof over de zorg die ze van de reddingsteams hebben gekregen. Mountain Rescue is een speciale roeping, wiens fantastische vrijwilligers alle steun verdienen. In deze context citeer ik graag een artikel dan kort na ons ongeval in het Schotse magazine Holyrood verscheen. Het is geschreven door Shona Main, die in 1995 haar broer Neil en diens vriend Mark verloor in een klimongeval:

It was a simple slip by Mark that pulled them both off the gully. After their death, their friend from Kinloss MRT – who had the terrible job of taking them off the hill - returned Neil’s camera and the photos of the climb. These were photos of their last minutes. We could see them. They were having the time of their lives. To me, the laughter and these photographs explain away our loss. As the friend of those lost at Glencoe stated: "When they died they were with the people they loved, doing what they loved." Climbing mountains isn’t about death, it’s about living life. This love and enthusiasm for the hills is what underpins the democracy of our mountain rescue service. As my dad used to say, the hills are free. And if you take time to learn about them and can set out prepared for what might happen, the joy and beauty of them is all yours. It is from this love comes the wish for others to have it and the want to be there for others should they run into trouble.

Eens de plannen voor onze gesponsorde wandeling vast liggen, zal ik hier zeker doorgeven hoe je ons kunt sponsoren en zo de Schotse bergredding steunen.

Reflecties

Het abnormaal grote aantal dodelijke ongevallen in de Schotse bergen deze winter, heeft voor extra media-aandacht en ook enig onbegrip gezorgd. Waarom gaan we überhaupt in de bergen wandelen als het weer slecht is, of als er lawinegevaar is? Enkele idiote stemmen hebben zelfs opgeroepen om bij lawinegevaar de toegang tot de bergen "af te sluiten". Gelukkig heeft de gemeenschap van wandelaars en bergbeklimmers krachtig hiertegen gereageerd. Verschillende bloggers hebben erg eloquent de vrijheid van de bergen verdedigd. Lees bevoorbeeld "Debunking The Mountain Safety Myths" en "Mountain Accidents and Media Sensationalism - An Expert's View".

Het is belangrijk om op te merken dat weer en lawinegevaar geen zwart-wit-zaak is, zeker in Schotland. Ondanks uitstekende diensten zoals MWIS is het weer in Schotland, en in het bijzonder in de bergen, erg veranderlijk en moeilijk te voorspellen. Een dag die begint met slecht weer, eindigt vaak met schitterende zonneschijn in de namiddag. Als je je laat afschrikken door een beetje slecht weer 's ochtends, dan riskeer je de beste dagen te missen. Even vaak lijkt het een prachtige dag te worden, maar wordt je halverwege op de berg verrast door een storm. Het is dus een kwestie van steeds voorbereid te zijn op alle omstandigheden, en om de moed te hebben voor een beslissing om terug te keren als het echt te slecht wordt.

Voor lawinegevaar geeft de sportscotland Avalanche Information Service een goede algemene indicator, maar het is belangrijk te beseffen dat lawinegevaar heel sterke lokale verschillen heeft, van berg tot berg, en nog veel meer naargelang op welke flank van de berg je je bevindt. Correct het lawinegevaar inschatten kan je alleen maar door je werkelijk op dezelfde berg te bevinden. Teveel schrik voor lawinerisico zal je opnieuw de beste dagen van de Schotse winter doen missen. Wel is het essentieel om de kennis te hebben om het gevaar voortdurend in te schatten en eventueel je plannen eraan aan te passen. Dit tweedelig artikel up UKClimbing en deze quiz van het Glenmore Lodge trainingscentrum zijn uitstekende beginpunten om meer te leren over lawines. Ook kan een link naar de New York Times-reportage "Snow Fall: The Avalanche at Tunnel Creek" hier niet ontbreken. Dit gaat over lawines vanuit het perspectief van skiërs, die door de verschillende aard van hun activiteit een ietwat andere relatie hebben tot lawines dan bergwandelaars. Toch is het een uiterst interessante en beklijvende reportage. Als je een tweetal uurtjes vrije tijd heb, lees dan zeker de hele reportage. Bovendien is het een van de knapste staaltjes van webdesign die ik ooit gezien heb.

Terug naar Schotland. In 2011 (over 2012 zijn er nog geen cijfers) waren Schotse Mountain Rescue Teams betrokken bij 52 dodelijke slachtoffers. Echter, slechts 21 daarvan vielen werkelijk bij incidenten in de bergen. Mountain Rescue helpt namelijk ook de politie met het zoeken naar vermiste personen in meer stedelijke gebieden, ze helpen de brandweer bij overstromingen of wanneer een auto crasht in een moeilijk toegankelijke berm, enz.

In de eerste twee maanden van 2013 zijn er, voor zover ik weet, reeds tien dodelijke slachtoffers gevallen in de bergen van Schotland. Dat lijkt een dramatische stijging, maar het is belangrijk op te merken dat zeven van de tien slachtoffers stierven in twee verschillende lawines, op Bidean Nam Bian in Glencoe op 19 januari en  in de Chalamain Gap in de Cairngorms op 14 februari. Lawinerisico kan in zekere mate ingeschat worden, maar toch blijven lawines inherent onvoorspelbaar. Aldus is de abnormaal zware tol door lawines in de afgelopen maanden niet meer dan een tragisch toeval. De andere drie slachtoffers vielen in twee klimongevallen op Ben Nevis, en dus Graham, die viel na verkeerd gelopen navigatie als gevolg van ongezien slechte weersomstandigheden.

Er zijn zeker lessen te trekken uit ons tragische ongeval. Dat een sterke wind in whiteout-condities je ongemerkt uit de goede richting kan blazen bij het wandelen op kompas, is iets wat meer in de verf gezet moet worden tijdens navigatielessen en in handboeken. Meer kompassen zou de lijdenstocht van de vijf waarschijnlijk aanzienlijk ingekort hebben. Niemand in de groep was geregistreerd voor de emergencySMS dienst, die de communicatieproblemen met de hulpdiensten had kunnen verhelpen. (In Nederland is een gelijkaardige dienst aan een testproject bezig. In België zijn er nog slechts plannen. Ook is het niet duidelijk of een zo'n dienst beschikbaar zal zijn voor niet-gehandicapten, zoals in het Verenigd Koninkrijk.) Ook is het belangrijk te onthouden dat navigatie niet iets is voor de leiders om voor zich te houden, maar dat het belangrijk om iedereen in de groep erbij te betrekken en hen de nodige vaardigheden aan te leren. Graham heeft wat dat betreft altijd het goede voorbeeld gegeven.

Niets hiervan had echter rechtstreeks de dood van Graham kunnen voorkomen. De groep had kunnen terugkeren voor ze aan de beklimming van de Fiacaill Ridge begonnen, maar op dat moment was er geen reden om abnormaal slechte weersomstandigheden op het plateau te verwachten. Daar bevond de groep zich plots op de meest precaire plek in de slechtst mogelijke weersomstandigheden. Helaas heeft dat tot een dodelijk ongeval geleid.

Wie in de bergen wilt wandelen heeft altijd met zekere risico's te maken. Dat is geen slechte zaak. De beste dingen in het leven zijn meestal met bepaalde risico's verbonden. Het is de kunst om die risico's te kunnen inschatten en je ertegen te wapenen door de juiste kennis en uitrusting mee te brengen. De ervaring wij opdoen in de bergen, helpt ons met het omgaan met risico's, niet alleen tijdens toekomstige wandelingen, maar ook meer algemeen in de rest van het leven. Verder ben ik er nog steeds van overtuigd dat het gevaarlijke deel van onze uitstappen de rit in de minibus is, niet de bergwandelingen zelf. Maar verkeersongevallen weten zich beter in de statistieken te verbergen dan de meer mediagenieke ongelukken in de bergen.

Ook al zijn we nu erg hard met de gevaren de van de Schotse winter geconfronteerd, we mogen niet vergeten waarom we überhaupt zo graag de bergen in trekken. Een bergbeklimmer die vorige maand met enkele vrienden een lawine in de Cairngorms overleefde, concludeert zijn verhaal met:

I kept apologising but no one chastised us which I thank you all for; are we stupid? Arrogant? Wreckless? I cannot answer this, but I do know we were living and not getting fat on coke and pizza; playing some spotty game on a computer!

Mijn conclusie steel ik van Een blogger die vorige week schreef:

Twenty-one deaths in the Scottish mountains in one year is awful - but bear in mind that in the same year there were 6.5 million participation days, when all those people went to the hills, got themselves a little bit fitter, cleared their mind of all the rubbish our over sanitised society has thrown at them, and came home refreshed and rejuvenated by the natural world. We have to put these very sad and unfortunate accidents into perspective. The vast, vast majority of hillwalkers, climbers and scramblers get untold joy from the hills. Long may that continue, in both summer and winter.

Moving on

Het was geen gemakkelijke beslissing om door te gaan met de tweede wintertrip van de Hiking Club, slechts twee weken na de tragedie van de Cairngorms. Alsof de weergoden begrepen hadden dat we nood hadden aan een zorgeloos en genietbaar weekend, werden we gezegend met drie dagen van uitzonderlijk stabiel en helder weer. Dezelfde Schotse bergen die ons deden treuren om het verlies van een vriend, zorgden nu opnieuw voor een brede lach op ieders gezicht.

Op vrijdag bezocht ik de immense kliffen van Coire Ardair en Creag Meagaidh. De North Ridge van Stob Ban op zaterdag werd mijn favoriete winterwandeling ooit: een combinatie van een pittige scramble in de beklimming met sneeuw en ijs in perfecte conditie, fantastisch heldere uitzichten, twee goed gehumeurde wandelgenoten, en ook nog enkele avonturen met een boulder en in het bos tijdens de afdaling. Op zondag tenslotte beklom ik Beinn Sgulaird; de routebeschrijving beloofde dat de top op een heldere dag een van de beste panorama's van Schotland bood, en dat was niet gelogen.

Het is fantastisch hoe iedereen in de Hiking Club de afgelopen weken naar elkaar toe is gegroeid, elkaar heeft gesteund en positief is gebleven. Graham's persoonlijkheid is onvervangbaar, maar de club zal desondanks sterker dan ooit verder gaan. En nu moet ik terug naar mijn thesis zodat die op tijd klaar is voor de Paasuitstap naar Torridon...

]]>
Fri, 01 Mar 2013 20:40:00 +0000
<![CDATA[Enkele winterse avonturen]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/1/31/enkele_winterse_avonturen http://www.stijnvermeeren.be/2013/1/31/enkele_winterse_avonturen Het naderende einde van mijn PhD in Leeds is niet echt goed getimed... Het naderende einde van mijn PhD in Leeds is niet echt goed getimed. Er staat de komende jaren vanalles te gebeuren in de stad. Dit jaar is er de opening van de Leeds Arena en van het Trinity winkelcentrum, die de nieuwe blikvangers van het centrum worden. In november is er de Rugby League World Cup, met onder andere een kwartfinale in Headingley. Maar toch kijkt iedereen al een jaar verder, naar de Grand Départ van de Tour de France van 2014. De route van de eerste twee etappes in Yorkshire (van Leeds naar Harrogate en van York naar Sheffield) werd bekendgemaakt met een avondspektakel voor de Town Hall. Daar viel uiteindelijk helaas niet zo veel te beleven. We hadden toch op z'n minst enkele bekende wielrenners verwacht, zoals Bradley Williams of Mark Cavendish, een van de grootste supporters van de kandidatuur van Yorkshire, maar dat viel tegen. Het vuurwerk op het einde, afgestoken vanop het dak van de Town Hall, was wel de moeite.

Le Grand Départ Leeds 2014

Afgelopen weekend stonden er weer twee dagen van hiking op mijn programma. Op zaterdag trokken we naar het Lake District met als doel een aantal wintervaardigheden in te oefenen, zoals het gebruik van picket en stijgijzers. Ironisch genoeg lag er zoveel verse sneeuw dat daar niet veel is van gekomen. Diepe, zachte sneeuw biedt niet bepaald veel technische moeilijkheden, en is alleen maar lastig om doorheen te ploeteren. Hooguit kan je leren het lawinerisico in te schatten, iets wat natuurlijk veel in onze gedachten speelde na de tragische gebeurtenissen in Glencoe een week eerder.

In ieder geval hadden we toch nog een leuke dag in de sneeuw op de berg Helvellyn. Het had ook kunnen zijn dat we helemaal geen sneeuw hadden. En we hadden geluk dat we pas die ochtend naar de Lakes reden, want de vorige avond zouden we er waarschijnlijk helemaal niet geraakt zijn. Op Helvellyn kwamen we een groep uit Bristol tegen, die van plan waren geweest op vrijdag al in de Lakes aan te komen, maar vast waren komen te zitten in de sneeuw op de M6 en uiteindelijk overnacht hadden in een benzinestation... Ook wij vonden 's ochtends langs de weg nog vele auto's, die zich de vorige avond hadden vastgereden en door hun inzittenden verlaten waren. In de tussentijd hadden sneeuwruimers en strooidiensten echter goed werk geleverd, zodat wij slechts met lichte vertraging te maken kregen.

Helvellyn
Ploeterend door de sneeuw. (Foto gestolen van Matt Fuller.)

Skiddaw
Skiddaw vanaf de flanken van Helvellyn.

De volgende dag was de sneeuw dan opeens bijna helemaal weggesmolten. De regen van zaterdagnacht en het smeltwater zorgden ervoor dat de uitstap van de Hiking Club naar Brimham Rocks een nogal modderige bedoening werd. We moesten zelfs een omweg maken waar we een beekje niet konden oversteken omdat het water zo hoog stond. Brimham Rocks zelf is een uitgestrekt domein vol met dramatische zandsteenformaties, gelegen nabij Pateley Bridge in Nidderdale, in het zuiden van de Yorkshire Dales. Het is een fantastische bestemming. Ik kan moeilijk geloven dat ik meer dan drie jaar in Leeds heb gewoond zonder hem te ontdekken. Het illustreert hoe rijk Yorkshire eigenlijk wel is aan mooie en boeiende plekjes. Dankzij de Tour volgend jaar zullen hopelijk nog veel meer mensen dit ontdekken.

Brimham Rocks
Brimham Rocks.

Brimham Rocks
Druid's writing desk, Brimham Rocks.

]]>
Thu, 31 Jan 2013 23:00:00 +0000
<![CDATA[Snowdonia]]> http://www.stijnvermeeren.be/2013/1/15/snowdonia http://www.stijnvermeeren.be/2013/1/15/snowdonia De duizenden lichtjes van de gigantische Stanlow olieraffinaderij; de Blue Bridge over de Dee in Queensferry en de ASDA en take-aways nabij; de Marble Church en het kasteel in Bodelwyddan; Rhyl Flats Offshore Wind Farm; de tunnels van Conwy, Penmaenbach en Pen-y-Clip... De duizenden lichtjes van de gigantische Stanlow olieraffinaderij; de Blue Bridge over de Dee in Queensferry en de ASDA en take-aways nabij; de Marble Church en het kasteel in Bodelwyddan; Rhyl Flats Offshore Wind Farm; de tunnels van Conwy, Penmaenbach en Pen-y-Clip. De herkenningspunten langs de M56/A55 (de North Wales Expressway voor de vrienden) zijn me inmiddels welbekend en kondigen zonder uitzondering een wandelweekend in Snowdonia aan. Afgelopen weekend was voor mij al de vierde keer in de laatste vier maanden. Het eerste weekend in juni werd nog verpest door de regen, maar de drie andere weekends bleven atypisch droog.

Het eerste weekend in oktober waren Graham en ik ingegaan op een uitnodiging van Jim, een kennis van de hiking club die zich aan het voorbereiden was op zijn examen voor de Mountaineering Instructor Award. Jim nam ons mee op enkele grade 3 scrambles (de moeilijkste graad voordat je over echte klimsport begint te spreken) en leerde ons nuttige beveiligingstechnieken met een klimtouw.  Een erg leerrijk weekend.


Ik beveilig Graham

We verbleven dat weekend in de historische Helyg hut van de Climbers' Club, waar Jim lid van is. De Climbers' Club kocht de hut in 1923 onder president George Mallory. Mallory zou een jaar later omkomen op Mount Everest, in omstandigheden (had hij de top al bereikt?) die nog steeds voor controverse zorgen. De hut diende als trainingsbasis voor verschillende historische Everest-expedities, in de tijd dat een weekend in Snowdonia nog als afdoende training voor de Himalaya werd gezien. De Helyg hut hangt vol met oud klimmateriaal en foto's van baanbrekende bergbeklimmers. De toiletten zitten in het dak. In de ene wc hangt er een houten balk in de weg als je staande wilt plassen. In de andere wc echter is er een dakraam, dat je kunt openen en aldus met het hoofd uit het dak je behoefte doen, met uitzicht over de groene Ogwen-vallei en de bergen van Snowdonia!

Een paar weken later was ik alweer terug, nu met de hele hiking club. De weersvoorspelling was behoorlijk ruig. In werkelijkheid bleek het weer echter zeer genietbaar, afgezien van enkele korte periodes van hagel die als mitrailleurvuur tegen ons aan waaide. Met de Daear Ddu ridge op Moel Siabod en de North Ridge van Tryfan (die laatste behoorlijk lastig dankzij een laagje sneeuw) kon ik twee klassieke routes aftikken.

Adam and Eve
De rotsen "Adam" en "Eve", bovenop Tryfan.

Afgelopen weekend dan trokken enkele hiking club-leden naar het National Mountain Centre van Plas y Brenin om een seminarie over expeditieplanning te volgen. Nog enkele anderen, waaronder ik, trokken mee naar Snowdonia om gewoon wat te gaan wandelen. We mochten logeren bij hiking club-lid Madi thuis, in ruil voor een lift naar Leeds. Madi's ouderlijk huis is in Dinorwic bij Llanberis, vlak naast de leisteengroeve en dus ook vlakbij het nationale park van Snowdonia.

Na enkele weken abnormaal warm weer was Snowdonia ironisch genoeg volledig sneeuwvrij. De temperatuur was net voor ons weekend wel terug gezakt, en de wind had hogerop voor indrukwekkende formaties van ruige rijp gezorgd. Op zaterdag waaide de wind nog sterk, maar gelukkig bleek de scramble die wij hadden uitgekozen (Y Garn East ridge, een leuke grade 2) redelijk beschut. Op de terugweg gidsen Madi en haar moeder ons door de voormalige leisteengroeve (gesloten sinds 1969). Die is officieel niet publiek toegankelijk, maar daar kijkt niemand naar om. De groeve is onder andere een favoriet speelterrein voor sportklimmers. Er zijn volledige boeken gepubliceerd met niets anders dan beschrijvingen van klimroutes in de groeve. Ook gewoon door de gigantische groeve rondzwerven en de vervallen gebouwen verkennen is de moeite waard. Het Slate Museum, beneden bij Llanberis, is ook wel een degelijk museum, maar werkelijk in de groeve rondlopen geeft toch indrukken die geen enkel museum kan teweegbrengen.

Op zondag trokken Graham, Steve en ik naar de Snowdon-bergketen. Daar ging ik voor de derde keer over de Crib Goch bergkam. Het was echter de eerste keer dat die niet verscholen was in de mist. Zodanig was het ook de eerste keer dat ik de afgronden langs beide kanten van de scherpe kam goed kon zien. Crib Goch is met mijn ervaring niet bijzonder moeilijk en ik heb de route ook al in veel slechtere omstandigheden voltooid. Toch deed het vrije uitzicht op de kwetsbaarheid van mijn positie langs de route me even slikken.

Crib Goch
Crib Goch

We waren nog maar net over het moeilijke gedeelte toen de sneeuw, aangekondigd voor de late namiddag, al rond 11 uur begon te vallen. Aanvriezende sneeuw op de rotsen zorgde voor verraderlijk gladde plekken. Omstandigheden waarin mijn Microspikes hun (geringe) gewicht in goud waard zijn. Om volwaardige crampons (stijgijzers) degelijk te doen werken was er nog veel te weinig sneeuw, maar met enkel wandelbotten werd elke stap delicaat zodat uiterste concentratie en voorzichtigheid vereist was. De tussenoplossing van Microspikes zorgt er echter voor dat je gewoon kunt wandelen, zonder gevaar voor uitglijden. Microspikes (en gelijkaardige snufjes, maar die zijn meestal meer gericht op stedelijke omgevingen en zien er vaak erg slapjes en breekbaar uit) zijn relatief nieuw, maar mogen van mij een vast plaatsje krijgen op de lijst van essentiële winteruitrusting voor de bergwandelaar. Microspikes kunnen een echte levensredder zijn; door het voorkomen van een val natuurlijk, maar nog veel meer omdat je met Microspikes zoveel sneller en gemakkelijker kunt wandelen over ijzige ondergrond en zo hopen energie bespaart. (In tegenstelling tot van veel mensen denken, is de belangrijkste doodsoorzaak in de bergen niet de valpartijen, maar wel uitputting en blootstelling aan de weerselementen.) Toen de sneeuw begon te vallen zondag, besloten Graham en Steve meteen aan de afdaling te beginnen langs de Pyg track. Ik merkte echter dat ik veel sneller was op mijn Microspikes, en besloot nog de nabijgelegen top van Snowdon te beklimmen en hen dan in te halen op de afdaling. Toen ik hen een klein half uur later weer inhaalde, waren ze nauwelijks verder afgedaald dan voordien. Met mijn Microspikes was ik ongeveer dubbel zo snel als Steve, die zelf dubbel zo snel ging als Graham, die moeite had met de gladde ondergrond. Ik gaf mijn Microspikes dan maar aan Graham, waarmee mijn snelheid opeens met een factor twee omlaag ging, en die van Graham met een factor twee omhoog, wat veel beter uitkwam. Behalve dat ik opeens weer veel moeite moest doen om niet omver te vallen dan...

]]>
Tue, 15 Jan 2013 23:31:00 +0000
<![CDATA[Kerstsfeer en Salzburg]]> http://www.stijnvermeeren.be/2012/12/22/kerstsfeer_en_salzburg http://www.stijnvermeeren.be/2012/12/22/kerstsfeer_en_salzburg Wat een vindingrijk kermiskraam: een draai op het eendjesvissen die klimaatveranderingsbewust is én kerstsfeer uitademt! Dit kraam vond ik in Leeds op de jaarlijkse Christkindlmarkt (beter gekend als 'the German market') op Millennium Square... Wat een vindingrijk kermiskraam: een draai op het eendjesvissen die klimaatveranderingsbewust is én kerstsfeer uitademt!

Rescue Rudolf from the breaking ice

Rescue Rudolf from the breaking ice

Dit kraam vond ik in Leeds op de jaarlijkse Christkindlmarkt (beter gekend als 'the German market') op Millennium Square. De kerstmarkt daar is een ietwat eigenaardige mix van authentieke kerstmarkt, Oktoberfest en kermis. Ik moet wel toegeven dat het dit jaar een beetje beter was, nu het kermisgedeelte niet meer op het plein zelf staat, maar in een aanliggende straat. Maar toch is het niet echt genoeg om in kerststemming te geraken.

Die kerstsfeer ben ik twee weken geleden in Salzburg gaan zoeken. Salzburg heeft tenminste een echte Kerstmarkt, die de Christkindlmarkt van Millennium Square zou doen gaan huilen in een hoekje uit schaamte. (En dan klagen wij over de werkwoorden in de Duitse zinsbouw...) In Salzburg wordt de sfeer verzorgd door een koor op de trappen van de kathedraal, niet door een hoempapaband in een biertent... Bovendien was Salzburg ook bedekt was door een vers wit sneeuwtapijt. Erg sfeervol.

In Salzburg was ik eigenlijk voor een jobinterview; een job in de webontwikkeling bij een kleine firma die websites bouwt. Ik had eigenlijk al gehoopt inmiddels meer te weten over de uitkomst daarvan, maar ik heb nog geen nieuws gehad. In ieder geval is Salzburg wel een stad waar ik graag zou willen werken en leven. Met als enige slechte puntjes misschien de bedelaars en het gebrek aan rookverbod in cafés en eetgelegenheden.

Salzburg is de stad van Mozart en van The Sound of Music, maar bovenal gewoon een mooie stad, met zijn paleizen, kerken en burcht. Salzburg is langs alle kanten behalve het noorden omringd door bergen van 1500 meter en meer. De stad zelf ligt echter in een vlakte langs de rivier Salzach. In het midden van die vlakte, in het midden van de stad, steken twee steile heuvels boven die vlakte uit. Op de Mönchsberg is de beroemde vesting Hohensalzburg gebouwd. De Kapuzinerberg ligt aan de andere kant van de rivier. Deze heuvels zijn respectievelijk goed 100 meter en goed 200 meter hoger dan de rest van de stad. Met de beklimming van die heuvels moest ik mij tevreden stellen. Het deed pijn dat ik niet de tijd noch de uitrusting had om de echte Alpentoppen te beklimmen die het decor van de stad vormen. Gelukkig waren de uitzichtingen over Salzburg vanop de Mönchsberg en de Kapuzinerberg ook behoorlijk indrukwekkend.

]]>
Sat, 22 Dec 2012 13:21:00 +0000